id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.413 Rolnummer: A. 151684/XIV-19575 Zaak: Arrest 131413 - - 13/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-05-18 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-04 06:26 Fiche Arrest nr 131.413 van 13 mei 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 131.413 van 13 mei 2004 in de zaak A. 151.684/XIV-19.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat S. LAUWERS, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Opperstraat 95 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Pakistaanse nationaliteit, op 12 mei 2004 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing tot weigering van een aanvraag om machtiging tot verblijf van 4 april 2004 van de minister van Binnenlandse Zaken; Gelet op de beschikking van 12 mei 2004 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 12 mei 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 mei 2004 om 16.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. LAUWERS, die verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de minister van Binnenlandse Zaken; Gehoord het eensluidend advies van auditeur M. STERCK; XIV-19.575-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende, met betrekking tot het belang bij de vordering tot schorsing, dat uit het administratief dossier blijkt dat de minister van Binnenlandse Zaken op 18 maart 2004 een bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten met beslissing tot terugleiding naar de grens en beslissing tot vrijheidsberoving te dien einde heeft genomen lastens de verzoekende partij; dat die beslissing op dezelfde dag aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht; dat de verzoekende partij een verzoek tot invrijheidstelling heeft gericht aan de raadkamer van de Correctionele Rechtbank van Hasselt, die zulks met een beschikking van 30 maart 2004 ongegrond heeft verklaard; dat het hoger beroep van de verzoekende partij tegen die beschikking met een arrest van de kamer van inbeschuldiging- stelling van het Hof van Beroep van Antwerpen van 15 april 2004 is afgewezen en dat tegen dat arrest nog een beroep bij het Hof van Cassatie hangende is; dat de verzoekende partij geen schorsings- of annulatieberoep heeft aangetekend bij de Raad van State tegen voornoemd bevel van 18 maart 2004; Overwegende dat uit het voorgaande blijkt dat er een uitvoerbaar bevel om het grondgebied te verlaten bestaat lastens de verzoekende partij; dat daaraan geen afbreuk wordt gedaan door een eventuele schorsing van de bestreden beslissing, a fortiori niet nu deze enkel een weigering van machtiging tot verblijf inhoudt doch geen nieuw bevel om het grondgebied te verlaten bevat; dat de schorsing van de bestreden beslissing derhalve geen nuttig effect kan ressorteren zodat de verzoekende partij er geen belang bij heeft; dat deze vaststelling volstaat voor de verwerping van de vordering, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XIV-19.575-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien mei tweeduizend en vier, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-19.575-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.413 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.