← België

Arrest 131528 - - 18/05/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.528 Rolnummer: A. 148954/XII-4105 Zaak: Arrest 131528 - - 18/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-05-27 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-04 06:30 Fiche Arrest nr 131.528 van 18 mei 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 131.528 van 18 mei 2004 in de zaak A. 148.954/XII-

  1. In zake : de NV OSIATIS, die woonplaats kiest bij advocaat J. De Lentdecker, kantoor houdende te Kraainem, Koningin Astridlaan 323 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Osiatis op 17 maart 2004 heeft ingediend om “onderhavig verzoek ontvankelijk en gegrond te verklaren. Voor recht te zeggen dat de Federale Politie gehouden is rekening te houden met de door verzoekster ingediende offerte” [betreffende een overeenkomst 'ISLP']”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door auditeur L. Vermeire; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 13 april 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 april 2004; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; XII-4105-1/3 Gehoord de opmerkingen van adviseur P. Verheyden, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur L. Vermeire; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij ter zitting niet verschenen is, noch vertegenwoordigd was; dat dienvolgens bij toepassing van artikel 4, derde lid, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, haar vordering tot schorsing moet worden afgewezen, BESLUIT: Artikel
  2. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XII-4105-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien mei 2004, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4105-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.528 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.