← België

Arrest 131540 - - 18/05/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.540 Rolnummer: A. 59881/XII-84 Zaak: Arrest 131540 - - 18/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-05-27 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-04 06:32 Fiche Arrest nr 131.540 van 18 mei 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 131.540 van 18 mei 2004 in de zaak A. 59.881/XII-

  1. In zake : de STAD GENT, die woonplaats kiest bij advocaat P. Devers, kantoor houdende te Gent, Kouter 71-72 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaat B. Staelens, kantoor houdende te Brugge, Bevrijdingslaan
  2. tussenkomende partij : Walter LICHTHERTE, wonende te Gent, Mimosastraat
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de stad Gent op 26 september 1994 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 27 juli 1994 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnen- landse Aangelegenheden houdende niet-goedkeuring van het besluit van 17 mei 1994 van de gemeenteraad van Gent waarbij aan Walter Lichtherte de tuchtstraf van de terugzetting in graad wordt opgelegd; Gelet op het arrest nr. 129.003 van 9 maart 2004 waarbij de debatten worden heropend en waarbij de zaak wordt opgeroepen op de terechtzitting van 16 maart 2004; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-84-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Devers, die verschijnt voor verzoekster, van advocaat I. Vanden Bon, die loco advocaat B. Staelens verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat P. Vereecke, die loco advocaat H. Rieder verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd F. De Buel; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat, gelet op artikel 270 van de nieuwe gemeente- wet, voor het instellen van een annulatieberoep door een stad of gemeente een machtiging van de gemeenteraad vereist is; dat de machtiging ten laatste bij de sluiting van de debatten moet worden overgelegd; dat bij gebreke daaraan de vordering als onontvankelijk dient te worden verworpen; Overwegende dat na de behandeling van de onderhavige zaak op de openbare terechtzitting van 25 november 2003 de debatten zijn gesloten; dat tijdens het beraad werd vastgesteld dat, ofschoon verzoekster in het verzoekschrift had aangevoerd dat zij “pendente lite” een afschrift van de machtiging door de gemeenteraad zou toesturen, die machtiging in het dossier niet voorkwam en zich dan ook ambtshalve de vaststelling van de onontvankelijkheid van het beroep opdrong; dat evenwel de ambtshalve exceptie niet voorafgaandelijk ter sprake was gebracht; Overwegende dat er in die omstandigheden vanwege het recht van verdediging reden toe was om de debatten te heropenen, ten einde verzoekster in de gelegenheid te stellen zich tegen de exceptie te verweren dat zij niet vóór de sluiting van de debatten op 25 november 2003 de machtiging van de gemeenteraad heeft meegedeeld; dat de heropening er niet toe strekte, en er overigens niet toe zou hebben mogen strekken, om verzoekster toe te laten alsnog de machtiging bij te brengen; dat een heropening van de debatten met dat oogmerk, om verzoekster een verwerping van haar beroep wegens onontvankelijkheid te besparen, niet te verenigen zou zijn met de strikte onpartijdigheid die van de Raad van State mag en moet worden verwacht, noch met de gelijke behandeling van de procespartijen; XII-84-2/4 Overwegende dat op de terechtzitting van 16 maart 2004 verzoekster enerzijds een afschrift van de machtiging heeft voorgebracht, en anderzijds heeft toegegeven geen bewijs of zelfs maar aanwijzing ervan te hebben dat een dergelijk afschrift reeds eerder aan de Raad is meegedeeld; dat zij wel nog oppert dat de machtiging mogelijk met de memorie van wederantwoord werd meegezonden; Overwegende dat een bewijs van de machtiging noch bij de memorie van wederantwoord blijkt gevoegd noch op een ander moment vóór de sluiting van de debatten op 25 november 2003 is bijgebracht; dat, zoals gezien, geen rekening mag worden gehouden met de machtiging die op 16 maart 2004 is neergelegd; dat die neerlegging het kader van de heropening van de debatten te buiten gaat; dat de tussenkomende partij in verband ermee terecht van een “oneigenlijk gebruik” van de heropende debatten gewaagt; dat het beroep als onontvankelijk te verwerpen is, BESLUIT: Artikel
  4. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van verzoekster. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 74,37 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. XII-84-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien mei 2004, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-84-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.540 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.129.003 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.