id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.552 Rolnummer: A. 148447/XII-4077 Zaak: Arrest 131552 - - 18/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-03 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-04 06:35 Fiche Arrest nr 131.552 van 18 mei 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 131.552 van 18 mei 2004 in de zaak A. 148.447/XII-
- In zake : de BVBA ATLANTIC GAMES, die woonplaats kiest bij advocaat P. Saeys, kantoor houdende te Aalst, Zwarte Zustersstraat 13 tegen : de GEMEENTE ERPE-MERE, die woonplaats kiest bij advocaat Ph. Ghysbrecht, kantoor houdende te Aalst, Leo de Bethunelaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de BVBA Atlantic Games op 3 maart 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 30 december 2003 van de gemeenteraad van Erpe-Mere om geen convenant met haar te sluiten met betrekking tot de uitbating van een kansspelinrichting klasse II op het adres Oudenaardsesteenweg 349 te Erpe-Mere; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door auditeur P. De Somere; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 5 april 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 april 2004; XII-4077-1/4 Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Saeys, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat R. D'Haeseleer, die loco advocaat Ph. Ghysbrecht verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. Colin; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers de uitbating van een kansspelin- richting klasse II of speelautomatenhal onderwerpt aan een door de kansspelcommissie voorafgaandelijk uit te reiken schriftelijke vergunning klasse B en bepaalt dat zij moet gebeuren krachtens een convenant met de gemeente; dat met brief van 25 augustus 2003 verzoekster aan de gemeente Erpe-Mere vraagt een convenant te sluiten onder meer met betrekking tot een nieuwe kansspelinrichting klasse II aan de Oudenaardse- steenweg 349 te Erpe-Mere; dat de gemeenteraad op 30 december 2003 beslist niet op de aanvraag in te gaan; Overwegende dat de verwerende partij de ontvankelijkheid van de vordering en meer bepaald verzoeksters belang betwist; dat een onderzoek van en een uitspraak over de ontvankelijkheid zich slechts zouden opdringen indien aan de grondvoorwaarden voor een schorsing voldaan is, hetgeen zoals hierna zal blijken niet het geval is; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of XII-4077-2/4 verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, met betrekking tot de tweede voorwaarde, dat verzoekster aanvoert dat het absoluut noodzakelijk is dat zo spoedig mogelijk een convenant kan worden gesloten wegens het beperkte aantal vergunningen dat de kansspelcommissie zal verlenen, dat een lang uitstel er toe zal leiden dat geen vergunning meer kan worden verkregen, dat verzoekster reeds een kansspelinrichting klasse II uitbaat “doch dat een dergelijke uitbating, gelet op de hoge lasten en verplichtingen welke een dergelijke uitbating meebrengt, slechts rendabel kan zijn voor verzoekster indien zij minstens nog een tweede vergunning voor uitbating kan bekomen”; Overwegende dat verzoekster, die “reeds een kansspelinrichting van klasse II uit[baat] te Zottegem”, ten gevolge van de bestreden weigering van een convenant niet kan voldoen aan een van de voorwaarden voor het verkrijgen van een vergunning klasse B voor de opening van een nieuwe kansspelinrichting klasse II aan de Oudenaardsesteenweg 349 te Erpe-Mere; dat zij vreest dat die weigering haar definitief van een tweede vergunning klasse B afhoudt omdat overeenkomstig artikel 34, tweede lid, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers ten hoogste 180 kansspelinrichtingen klasse II kunnen worden toegelaten en omdat dit maximum bijna bereikt is; dat, zelfs indien het laatste effectief het geval zou zijn, dan met het oog op een schorsing in elk geval nog altijd blijft aan te tonen dat het nadeel geen tweede kansspelinrichting klasse II te kunnen uitbaten voor verzoekster ook ernstig is; Overwegende dat verzoekster op dit stuk evenwel totaal in gebreke blijft; dat zij weliswaar poneert dat zij haar kansspelinrichting te Zottegem slechts rendabel kan uitbaten indien zij tevens een tweede inrichting kan openen, maar nalaat zulks met enig concreet gegeven te preciseren of te illustreren, laat staan nog met enig bewijsstuk te staven; dat zij zich ter zake in het verzoekschrift louter beperkt tot een blote verwijzing naar “de hoge lasten en verplichtingen welke een dergelijke uitbating XII-4077-3/4 meebrengt”; dat het de Raad van State in die omstandigheden niet mogelijk is naar behoren uit te maken of het aangevoerde nadeel ernstig is in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat verzoekster niet bewijst ten gevolge van de bestreden beslissing een nadeel te lijden dat als ernstig voor haar te beschouwen is; dat deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien mei 2004, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4077-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.552 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.308 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.