id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.553 Rolnummer: A. 147599/XII-4053 Zaak: Arrest 131553 - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) - 18/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-04 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-04 06:37 Fiche Arrest nr 131.553 van 18 mei 2004 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 131.553 van 18 mei 2004 in de zaak A. 147.599/XII-
- In zake : Bert VANDEBORNE, die woonplaats kiest bij advocaat F. Judo, kantoor houdende te Brussel, Keizerslaan 3 tegen : de STAD LEUVEN, die woonplaats kiest bij advocaat B. Beelen, kantoor houdende te Leuven, Justus Lipsiusstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Bert Vandeborne op 13 februari 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 15 december 2003 van de gemeenteraad van Leuven houdende “aanvullend reglement op het eenrichtingsverkeer op de Platte-lostraat (deelgemeente Kessel-lo)”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door auditeur P. De Somere; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 2 april 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 april 2004; XII-4053-1/5 Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. Judo, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat J. Vanstipelen, die loco advocaat B. Beelen verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. Colin; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de gemeenteraad van de stad Leuven op 22 april 2002 een mobiliteitsplan goedkeurt; dat het plan er in voorziet dat een aantal sluiproutes dwars door de wijk tussen de Diestse- en de Tiensesteenweg onderbroken worden en dat in de Platte-Lostraat zal worden ingegrepen zowel ter hoogte van de Zavelstraat, waarin verzoeker woont, als ter hoogte van de Verenigingsstraat; dat op 6 november 2003 het college van burgemeester en schepenen beslist de Platte-Lostraat diagonaal af te sluiten ter hoogte van Wimmershof, nabij de Zavelstraat; dat op 15 december 2003 de gemeenteraad een aanvullend reglement op het eenrichtingsverkeer op de Platte-Lostraat aanneemt en onder meer beslist de Platte- Lostraat ter hoogte van het T-vormig kruispunt Wimmershof diagonaal fysisch te onderbreken voor het autoverkeer; Overwegende dat verwerende partij de ontvankelijkheid van de vordering betwist; dat een onderzoek van en een uitspraak over de ontvankelijkheid zich slechts zouden opdringen indien aan de grondvoorwaarden voor een schorsing voldaan is, hetgeen zoals hierna zal blijken niet het geval is; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de XII-4053-2/5 onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, met betrekking tot de tweede voorwaarde, dat verzoeker de ernstige aantasting van zijn leefklimaat aanvoert; dat, eensdeels, hij er op wijst dat hij voortaan gedwongen wordt dagelijks gedurende lange tijd aan de schuiven om via de Diestsesteenweg naar het werk te rijden, dat hij aldus een tijdverlies van makkelijk een half uur per dag oploopt, evenals stress en een groter veiligheidsrisico doordat hij moet invoegen op een drukke baan langs een punt waar geen verkeerslichten staan, en dat hem zelfs “niet de mogelijkheid wordt geboden door middel van het openbaar vervoer een alternatieve vervoerwijze uit te proberen, vermits een dergelijk alternatief te enen male ontbreekt”; dat, anderdeels, verzoeker doet gelden dat “meer zwaar verkeer, dat voorheen door de Platte-Lostraat kon rijden, voortaan door de Zavelstraat zal komen, hetgeen niet enkel verkeers- en geluidshinder zal veroorzaken, maar tevens een bijkomend risico betekent voor de kinderen van verzoeker, wiens veiligheid bij het spelen steeds moeilijker zal kunnen worden verzekerd”; Overwegende dat het eerste nadeel hierop neerkomt dat verzoeker niet meer langs de Platte-Lostraat, maar langs de drukke Diestsesteenweg met de wagen naar Leuven zal moeten rijden, zonder in de plaats op aangepast openbaar vervoer te kunnen terugvallen; dat volgens hem hierdoor afbreuk wordt gedaan aan de attractiviteit van de buurt waarin hij woont, die “haar aantrekkelijk karakter net dankte aan een relatief vlotte bereikbaarheid, zonder geconfronteerd te worden met ernstige verkeersmoeilijkheden”; dat niettemin, als die buurt iets minder beperkt wordt opgevat dan verzoeker lijkt te doen, moet worden vastgesteld dat de “relatief vlotte bereikbaarheid” ook een keerzijde heeft: het sluipverkeer “dat tussen de Tiensesteenweg en de Diestsesteenweg rijdt”; dat daarom de maatregelen van het op 22 april 2002 goedgekeurde mobiliteitsplan met betrekking tot dat gebied juist ertoe strekken het sluipverkeer te weren, door de sluiproutes te onderbreken; dat het plan daarbij uitgaat van het principe, naar het in een verslag van 5 mei 2003 van de verkeersconsulent heet, “om de assen Tiensesteenweg en Diestsesteenweg meer en XII-4053-3/5 meer als enige verbindingen naar Leuven uit te bouwen”; dat, zoals uit stuk 4 van het administratief dossier kan worden opgemaakt, juist vanwege genoemd principe bij het nemen van de bestreden beslissing is voorbijgegaan aan “de klachten van de bewoners van de Zavelstraat die het recht opeisen om langs de Platte-Lostraat richting Leuven te rijden”; dat verzoeker niet de realiteit van het sluipverkeer betwist, noch dat het moet worden tegengegaan, noch dat de remedie waarin het mobiliteitsplan voorziet daartoe effectief is; dat hij weliswaar, in zijn derde middel, bezwaar ertegen uit dat “de bestreden beslissing een element uit genoemd plan isoleert, [t]erwijl de tekst van dit plan zich uitdrukkelijk verzet tegen een dergelijke puntsgewijze uitvoering”, maar dit bezwaar vooralsnog ten onrechte lijkt; dat immers enerzijds de door verzoeker bedoelde tekst van het mobiliteitsplan, op bladzijde 61, wel degelijk met een gefaseerde uitvoering lijkt rekening te houden (“In eerste instantie”, “In tweede instantie”, “Tenslotte”) en anderzijds verzoeker geen enkele precieze maatregel aanwijst waarvan de bestreden beslissing volgens het beleidsplan vergezeld moest zijn gegaan om er niet haaks op te staan; dat in de voormelde context bekeken, het besproken nadeel onvoldoende ernstig voorkomt om een schorsing te kunnen verantwoorden; Overwegende dat het tweede nadeel, dat meer zwaar verkeer door de Zavelstraat zal rijden, op een loutere bewering steunt, waarvan de Raad de juistheid zelfs niet bij benadering kan nagaan; dat voor het eerst ter terechtzitting, en dus laattijdig, verzoeker wel nog gewag maakt van een bedrijvenpark waar dit zwaar verkeer naar toe zou rijden, maar nalaat het terrein te situeren; dat het nadeel onvoldoende gepreciseerd is om het als ernstig en moeilijk te herstellen te kunnen beoordelen; Overwegende dat niet aan de tweede grondvoorwaarde voor een schorsing voldaan is; dat die vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen, XII-4053-4/5 BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien mei 2004, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4053-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.553 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.418 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div