← België

Arrest 131618 - - 24/05/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.618 Rolnummer: A. 146823/IX-4036 Zaak: Arrest 131618 - - 24/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-04 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-07-04 06:46 Fiche Arrest nr 131.618 van 24 mei 2004 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 131.618 van 24 mei 2004 in de zaak A. 146.823/IX-

  1. In zake : Dany DUTHOO, die woonplaats kiest bij advocaat W. VANDENBUSSCHE, kantoor houdende te HARELBEKE, Tuinstraat 37 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij de Federale Politie Algemeen Commando DGP/DPS, gevestigd te BRUSSEL, Fritz Toussaintstraat
  2. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Dany DUTHOO op 21 januari 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het ministerieel besluit van 6 november 2003 waarbij hij, conform het besluit van 3 juli 2003 van de commissie van beroep voor geschiktheid van het personeel van de politiediensten, definitief op pensioen wordt gesteld; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van dezelfde beslissing; Gezien het verslag over het beroep tot nietigverklaring opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER, op grond van artikel 94 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gezien het verslag over de vordering tot schorsing opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; IX-4036-1/7 Gelet op de beschikkingen van 4 maart 2004, houdende bevel tot neerlegging van het verslag over het beroep tot nietigverklaring en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 april 2004; Gelet op de kennisgeving van de verslagen aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat W. VANDENBUSSCHE, die verschijnt voor verzoeker, en van adviseur P. VERHEYDEN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt: 1.
  4. Verzoeker is hoofdinspecteur bij de Federale Politie. Hij lijdt aan het chronisch vermoeidheidssyndroom. 1.
  5. Op 22 mei 2003 beslist de commissie voor geschiktheid van het personeel van de politiediensten ingesteld door artikel IX.II.1 van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten dat verzoeker bij toepassing van artikel 117, § 1, van de wet van 14 februari 1961 tijdelijk, voor een periode van 24 maanden, ongeschikt is om zijn ambt uit te oefenen. De commissie kent hem 5 punten toe op de medisch-sociale evaluatieschaal van zelfredzaamheid. 1.
  6. Op 11 juni 2003 reageert verzoeker in een brief aan de voorzitter van de commissie. Hij verklaart dat hij volledig akkoord gaat met de beslissing dat hij voor 24 maand tijdelijk ongeschikt is verklaard. Zijn reactie heeft alleen maar betrekking op de hem toegekende schaal van zelfredzaamheid : hij meent dat deze niet echt zijn medisch profiel vertaalt; hij geeft voor elk van de aspecten van zelfredzaamheid een beschrijving van de fysische mogelijkheden die hem nog resten. IX-4036-2/7 Op 17 juni antwoordt de voorzitter van de commissie aan verzoeker dat zij maar eventuele wijzigingen aan de medisch-sociale evaluatieschaal kan overwegen indien verzoeker dat aanvraagt "bij wijze van beroep" tegen de uitspraak. 1.
  7. In antwoord daarop tekent verzoeker dan op 20 juni 2003 beroep aan tegen de uitspraak van de commissie waarbij hij nogmaals vermeldt dat het hier duidelijk niet gaat om het betwisten van de algemene beslissing van de commissie maar enkel om een aanpassing van de medisch-sociale evaluatieschaal. 1.
  8. Bij ministerieel besluit van 1 juli 2003 wordt verzoeker dan op grond van de beslissing van de commissie voor de medische geschiktheid van 22 mei 2003 op datum van 1 juni 2003 tijdelijk op pensioen gesteld wegens gezondheidsre- denen voor 24 maanden. 1.
  9. Ingevolge zijn beroep van 20 juni 2003 wordt verzoeker dan op 18 juli 2003 opgeroepen om voor de commissie van beroep voor geschiktheid van het politiepersoneel (afgekort : C.B.G.P.P.) te verschijnen op 23 juli
  10. Deze beslist na onderzoek van verzoeker dat hij definitief ongeschikt is. Haar motivatie is "aandoening die een tewerkstelling in het professioneel milieu uitsluit". Zij herbepaalt ook de graad van verlies van zelfred- zaamheid, stelt die graad vast op 8 punten en besluit dat -aangezien verzoeker een score van minder dan 12 behaalt- hij geen recht heeft op een forfaitair supplement aan zijn pensioen, zoals bepaald bij artikel 134 van de wet van 26 juni 1992 houdende sociale en diverse bepalingen. 1.
  11. Bij ministerieel besluit van 6 november 2003 wordt verzoeker definitief op pensioen gesteld wegens gezondheidsredenen op datum van 1 augustus
  12. Het besluit verwijst naar het door verzoeker ingediende beroep en naar het proces-verbaal van de C.B.G.P.P. 2.
  13. Overwegende dat verzoeker in het eerste middel aanvoert dat het bestreden besluit steunt op een onregelmatige beslissing van de C.B.G.P.P., doordat deze commissie van beroep de beslissing van de commissie voor geschiktheid, die besloten had tot zijn tijdelijke pensionering, hervormd heeft zonder dat daartegen beroep was ingesteld, zodat deze commissie van beroep haar bevoegdheid IX-4036-3/7 overschreden heeft; dat hij het middel als volgt toelicht: de beslissing die de commissie voor geschiktheid neemt heeft overeenkomstig artikel IX.II.4 van het RPPol betrekking op de toepassing van twee “duidelijk onderscheiden wetgeving(en)”, te weten enerzijds de tijdelijke of de definitieve pensionering en anderzijds de vaststelling van de zware handicap en van de graad van verlies van zelfredzaamheid met het oog op het verkrijgen van een supplement bij de pensioen- uitkering; de tijdelijke pensionering betreft de toepassing van artikel 117, § 1, van de wet van 14 februari 1961, zij is bedoeld om de evolutie in de gezondheidstoestand van de betrokkene te kunnen volgen teneinde na een nieuw onderzoek een definitieve beslissing te nemen en de commissie beschikt dienaangaande over een appreciatiebe- voegdheid, terwijl de vaststelling van de graad op de schaal van zelfredzaamheid betrekking heeft op de toepassing van artikel 134 van de wet van 26 juni 1992 houdende sociale en diverse bepalingen en zijn uitvoeringsbesluit van 12 augustus 1993, waarvan de beoordeling moet gebeuren met inachtneming van “zeer precieze en concrete elementen”; in die zin neemt de C.B.G.P.P. twee afzonderlijke beslissingen waartegen afzonderlijk beroep ingesteld kan worden; aangezien hij enkel beroep aangetekend heeft tegen de vaststelling van zijn graad van verlies aan zelfredzaamheid, kon de commissie van beroep niet rechtsgeldig overgaan tot een herziening van de beslissing in verband met zijn oppensioenstelling; 2.
  14. Overwegende dat de verwerende partij daar tegen inbrengt dat noch het RPPol, noch de omzendbrief GPI 23 van 3 juli 2002 voorziet in de mogelijkheid om alleen beroep in te stellen tegen de toegekende punten van zelfredzaamheid, dat verzoeker beroep ingesteld heeft tegen de beslissing van 22 mei 2003 van de commissie van geschiktheid en dat, behoudens andersluidende bepaling, de beroepsinstantie als orgaan van actief bestuur haar eigen beslissing, die kan steunen op redenen van billijkheid, opportuniteit en algemeen belang, in de plaats mag stellen van de beroepen beslissing; 2.3.
  15. Overwegende dat de commissie voor geschiktheid verzoeker tijdelijk ongeschikt heeft verklaard om zijn ambt uit te oefenen; dat zij verzoeker vijf punten heeft toegekend op de medisch-sociale schaal van zelfredzaamheid; dat, zo die twee beslissingen met elkaar verbonden zijn doordat de beoordeling van de zelfredzaamheid afhangt van een beslissing over de ongeschiktheid, zij toch -zoals verzoeker terecht uiteenzet- een geheel andere finaliteit en inhoud hebben; dat de beslissing over de zelfredzaamheid een bijkomende maar aparte beslissing vormt die afsplitsbaar is van de besluitvorming met betrekking tot de medische geschiktheid; IX-4036-4/7 dat het onderzoek van die bijkomende beslissing de beslissing over de medische geschiktheid volledig onverlet laat; 2.3.
  16. Overwegende dat de artikelen IX.II.13 tot IX.II.15 van het RPPol de procedure in hoger beroep tegen beslissingen van de commissie van geschiktheid regelt; dat die bepalingen algemeen gehouden zijn en dat, zo zij een beperkt beroep niet formeel mogelijk maken, zij toch ook niet uitsluiten dat, in gevallen als het onderhavige, het hoger beroep beperkt wordt tot de beslissing over de zelfredzaam- heid die, als gezegd, de commissie van beroep kan beoordelen zonder nader onderzoek van de medische geschiktheid van verzoeker en die een afgelijnd voorwerp heeft; 2.3.
  17. Overwegende dat verzoeker zijn hoger beroep in alle duidelijkheid beperkt heeft tot de beslissing van de commissie van geschiktheid met betrekking tot zijn zelfredzaamheid; dat hij zich zelfs formeel akkoord verklaard heeft met de beslissing betreffende zijn tijdelijke ongeschiktheid; dat de commissie van beroep aan die vraag voorbijgegaan is en dat zij ambtshalve de medische geschiktheid van verzoeker heroverwogen heeft; 2.3.
  18. Overwegende dat, blijkens het RPPol, de commissie van beroep een toegewezen bevoegdheid heeft, beperkt tot de behandeling van de beroepen die bij haar ingesteld zijn; dat de regelgeving haar niet bevoegd heeft gemaakt om eigener gezag het voorwerp van een aanhangig gemaakt beroep uit te breiden en de gehele aangelegenheid, zoals die bij de commissie voor geschiktheid voorlag, opnieuw in onderzoek te nemen; dat die excessieve bevoegdheid ook geen wezenskenmerk van het administratief beroep vormt; dat aangenomen mag worden dat, ware het de bedoeling van de regelgever geweest dergelijke uitbreiding mogelijk te maken, er een regeling zou uitgewerkt zijn om de rechten van verdediging met betrekking tot die uitbreiding veilig te stellen; 2.3.
  19. Overwegende dat de commissie van beroep ongevraagd de medische geschiktheid van verzoeker onderzocht heeft; dat die heroverweging niet nodig was om over het beroep van verzoeker uitspraak te doen; dat de commissie haar bevoegdheid te buiten gegaan is en dat de minister zich ten onrechte op het besluit van de commissie heeft gesteund om verzoeker definitief op pensioen te stellen wegens gezondheidsredenen; dat het middel gegrond is; dat er reden is om de zaak te beslechten overeenkomstig artikel 94 van het algemeen procedurereglement; IX-4036-5/7
  20. Overwegende dat de vernietiging van het bestreden besluit de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging ervan doelloos maakt, BESLUIT: Artikel
  21. Vernietigd wordt het ministerieel besluit van 6 november 2003 waarbij Dany DUTHOO, conform het besluit van 3 juli 2003 van de commissie van beroep voor geschiktheid van het personeel van de politiediensten, definitief op pensioen wordt gesteld. Artikel
  22. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  23. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-4036-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig mei 2000 en vier, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-4036-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.618 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.