id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.620 Rolnummer: A. 97395/IX-2593 Zaak: Arrest 131620 - - 24/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-09 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-04 06:47 Fiche Arrest nr 131.620 van 24 mei 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 131.620 van 24 mei 2004 in de zaak A. 97.395/IX-
- In zake : Rudolf PLAS, wonende te ASSE, Ringlaan 59 tegen : het Selectiebureau van de Federale Overheid (SELOR), vertegen- woordigd door de afgevaardigd bestuurder. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Rudolf PLAS op 13 november 2000 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van het Selectie- bureau van de Federale Overheid (SELOR) - waarbij hem wordt medegedeeld dat hij niet geslaagd is in het tweede deel van het vergelijkend examen nr. ANV00020 voor de werving van adjuncten van de directeur voor de diensten van de Vlaamse regering, - waarbij hem zijn score op dit tweede examendeel wordt medegedeeld, - waarbij de wervingsreserve wordt vastgesteld en de geslaagde kandidaten worden gerangschikt; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 3 juni 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; IX-2593-1/6 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories van verzoeker, die tevens het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging bevat, en van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 18 maart 2004 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 3 mei 2004; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van adviseur-generaal J. MOMMENS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- Verzoeker neemt deel aan een vergelijkend wervingsexamen voor adjunct van de directeur -algemene kwalificatie- voor de diensten van de Vlaamse regering (ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en Vlaamse wetenschappelijke instellingen) dat in de loop van 2000 georganiseerd wordt (examennummer ANV00020). In het examenreglement is bepaald dat de wervingsreserve 1 jaar geldig blijft. 1.
- Verzoeker slaagt voor het eerste selectiegedeelte (meerkeuze- vragen aan de hand van een gevalstudie). Hij behaalt 65,141 punten op
- IX-2593-2/6 1.
- Op 28 juni 2000 neemt verzoeker deel aan het tweede selectie- gedeelte. Dit gedeelte bestaat uit : - een schriftelijke proef, waarbij de taalvaardigheid en de schriftelijke communicatievaardigheid getest worden; - een computergestuurde proef, waarbij de algemene taalbeheersing, de efficiëntie van de visuele en auditieve informatieverwerking en de algemene communicatie- vaardigheid van de kandidaten geëvalueerd worden. 1.
- Met een brief van 13 september 2000 deelt SELOR aan verzoeker mede dat hij niet geslaagd is voor het tweede selectiegedeelte en dat hij 58,85 punten op 100 behaalde, terwijl het vereist minimum 60 punten is. De lijst van de geslaagden -98 in totaal- wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 18 oktober
- 1.
- Met een brief van 21 september 2000 vraagt verzoeker aan SELOR "de motivatie" van zijn examenuitslag. Met een e-mail van 25 september 2000 vraagt verzoeker aan SELOR om van zijn inzagerecht te mogen gebruik maken en ter plaatse de verbetering en beoordeling van het tweede selectiegedeelte in te kijken. Met een aangetekende brief van 26 september 2000 vraagt verzoeker "inzage en mededeling in afschrift" van het examen. Hij vraagt eveneens "in welke mate bij de schriftelijke proef, waarbij een brief volgens BIN-normen geschreven moest worden, het niet kennen van deze BIN-normen een rol heeft gespeeld bij de beoordeling van de examinandi, met andere woorden in welke mate dit de uitslag beïnvloed heeft". 1.
- Aangezien verzoeker op zijn aanvraag tot inzage en afschrift van het examen geen antwoord ontvangt en zijn aanvraag derhalve bij ontstentenis van een antwoord binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van zijn aanvraag, krachtens artikel 6 van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van het bestuur wordt geacht te zijn afgewezen, richt hij op 13 november 2000 een verzoek IX-2593-3/6 tot heroverweging van zijn aanvraag aan SELOR en vraagt hij dat de Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten een advies zou uitbrengen. 1.
- Eveneens op 13 november 2000 stelt verzoeker het onderhavig vernietigingsberoep in. Met een brief van 16 november 2000 verstrekt SELOR aan verzoeker de volgende informatie : "Het tweede selectiegedeelte bestond, zoals u weet, uit een computergestuurd en een schriftelijk gedeelte. Op het computergestuurd gedeelte behaalde u 27.6/
- Voor het schriftelijk gedeelte, het schrijven van een brief, behaalde u een score van 31.25/
- Dit betekent dat u in het totaal dus 58.85 % behaalde (vereiste minimum : 60 %). Voor het computergestuurd gedeelte kan ik u meedelen dat u 10 contexten behandeld heeft, u heeft hierbij 92 vragen beantwoord en geen enkele vraag overgeslaan. Zowel wat betreft het aantal geziene teksten, als het aantal vragen die u heeft beantwoord scoorde u lager dan het gemiddelde. De examencommissie voor het schriftelijk gedeelte bestond uit twee juryleden die de examenwerken onafhankelijk van elkaar hebben beoordeeld. Ze hebben de brief geëvalueerd op de inhoud, de structuur en samenhang, de correctheid en de leesbaarheid. De jury vond de inhoud van uw brief matig tot goed. De structuur en samenhang kon verbeterd worden. Verder waren ze van oordeel dat de tekst redelijk omslachtig was en u enkele spellingsfouten heeft gemaakt." 1.
- In haar advies van 28 november 2000, aan verzoeker medegedeeld bij brief van 30 november 2000, stelt de Commissie voor de toegang tot bestuurs- documenten dat verzoeker het vereiste belang heeft om uitleg en mededeling in afschrift te krijgen van de documenten met betrekking tot de verbetering en beoordeling van de selectieproef waaraan hij heeft deelgenomen, voor zover die documenten bestaan, in het bezit zijn van SELOR en SELOR geen uitzonderings- gronden inroept die aanwezig zijn in de openbaarheidswetgeving. 1.
- In een aangetekende brief van 3 januari 2001 schrijft verzoeker aan SELOR dat hij, ondanks herhaald telefonisch en schriftelijk aandringen, nog steeds geen inzage in de examendocumenten heeft gekregen. Hij vraagt nogmaals om van zijn inzagerecht gebruik te mogen maken. IX-2593-4/6 Met een brief van 11 januari 2001 nodigt SELOR verzoeker uit om op 26 januari 2001 van de examendocumenten inzage te nemen. 2.
- Overwegende dat het eerste en het tweede voorwerp van het beroep samenvallen; dat zij betrekking hebben op de beslissing van 13 september 2000 van SELOR waarbij verzoeker niet geslaagd is verklaard voor het tweede selectiegedeelte van het examen ANV00020; 2.
- Overwegende dat verzoeker in zijn laatste memorie vraagt het beroep uit te breiden tot “de benoemingen die op grond van de bestreden beslissingen zijn gebeurd of zullen gebeuren”; Overwegende dat verzoeker de benoeming van de laureaten van het examen niet afzonderlijk bestreden heeft; dat, aangezien die benoemingen te zijnen opzichte daardoor definitief geworden zijn, verzoeker ze niet meer bij uitbreiding in het voorwerp van het onderhavige beroep kan betrekken; dat in ieder geval de vraag van verzoeker te algemeen gesteld is om ze nuttig bij het annulatie- beroep te betrekken, dat die vraag ook vereist dat een nieuwe partij -de Vlaamse Gemeenschap- in het geding betrokken wordt hetgeen de procedure vertraagt en dat het aan de Raad van State niet toekomt om in de plaats van verzoeker uit te maken welke benoeming hij bij het voorwerp van het beroep kan betrekken; dat de vraag tot uitbreiding van het voorwerp van het beroep verworpen wordt; 2.
- Overwegende dat het examenreglement ANV00020 bepaalt dat de wervingsreserve "slechts 1 jaar geldig (blijft)"; dat die reserve liep tot 10 september 2001 en dat sindsdien geen benoemingen meer kunnen gebeuren op basis van de bestreden rangschikking; dat zulks betekent dat de vernietiging van het examenresul- taat van verzoeker en daarbij aansluitend van de rangschikking van de geslaagden, onmogelijk nog de grondslag kan vormen voor een benoeming van verzoeker; dat hij derhalve het vereiste actueel belang ontbreekt; dat het beroep niet meer ontvankelijk is, IX-2593-5/6 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig mei 2000 en vier, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-2593-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.620 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.