id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.628 Rolnummer: A. 110158/X-10551 Zaak: Arrest 131628 - - 24/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-02 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-04 06:49 Fiche Arrest nr 131.628 van 24 mei 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 131.628 van 24 mei 2004 in de zaak A. 110.158/X-10.
- In zake : Jozef SMOUT, die woonplaats kiest bij Advocaat L. HOLEMANS, kantoor houdende te 3200 AARSCHOT, Statiestraat 2 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jozef SMOUT op 11 september 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : 1) het besluit van 10 oktober 2000 van de stedenbouwkundige inspecteur houdende weigering van vergelijk in de zin van artikel 158 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, 2) het besluit van 6 juli 2001 van de Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media houdende inwilliging van het beroep van de gemachtigde ambtenaar tegen het besluit van 3 december 1998 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant waarbij hem de regularisatievergunning wordt geweigerd voor een koepelloods gelegen te Holsbeek, Gobbelsrode 160, op een perceel kadastraal bekend Sectie C, nr. 420n; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 10 december 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; X-10.551-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 30 januari 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 maart 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat T. VAN AERSCHOT die, loco Advocaat L. HOLEMANS verschijnt voor verzoeker, en van Advocaat T. DE SUTTER die, loco Advocaat V. TOLLENAERE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker op 23 februari 1998 de regularisatievergunning aanvraagt voor een koepelloods gelegen te Holsbeek, Gobbelsrode 160, op een perceel kadastraal bekend Sectie C, nr. 420n; dat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Holsbeek op 2 juli 1998 de regularisatievergunning weigert; dat verzoeker op 28 juli 1998 beroep instelt tegen deze weigeringsbeslissing bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant; dat de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant op 3 december 1998 beslist het beroep in te willigen; dat de gemachtigde ambtenaar op 11 januari 1999 beroep instelt tegen deze inwilligingsbeslissing bij de Vlaamse minister bevoegd voor de Ruimtelijke Ordening; dat de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur op 10 oktober 2000 aan verzoeker het vergelijk in de zin van artikel 158 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna : D.R.O.) weigert; dat de Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media op 6 juli 2001 beslist het beroep in te willigen; dat dit het thans bestreden besluit is; dat niet wordt betwist dat het in artikel 158, § 2, tweede lid, D.R.O. - zoals het van toepassing was op het ogenblik van het nemen van het thans bestreden besluit - bedoelde certificaat niet werd opgesteld; X-10.551-2/5 Overwegende dat verzoeker in zijn verzoekschrift stelt dat "het evident is dat (hij) over het wettelijk vereiste belang beschikt"; Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord bij wege van exceptie de rechtsmacht van de Raad van State betwist om kennis te nemen van een beroep tot nietigverklaring tegen een weigering van vergelijk, thans het eerste bestreden besluit; dat zij wat het tweede bestreden besluit betreft, de ontvankelijkheid van het beroep betwist omdat verzoeker geen middelen richt tegen dit besluit zelf; Overwegende dat verzoeker in zijn memorie van wederantwoord, wat de rechtsmacht van de Raad van State betreft inzake de weigering van vergelijk, repliceert dat de onder het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, geldende rechtspraak "niet noodzakelijk en onverkort" van toepassing blijft onder het stelsel van D.R.O., dat onder de vigerende wetgeving die voorziet in een koppeling van de regularisatievergunning aan het vergelijk, het vergelijk wel degelijk een eenzijdige, uitvoerbare beslissing blijkt; dat hij, wat de ontvankelijkheid van het tweede bestreden besluit betreft, inzonderheid repliceert dat het tweede middel tegen beide bestreden besluiten is gericht en dat hij zijn vordering "aanpast" derwijze dat het eerste middel ook is gericht tegen het tweede bestreden besluit; Overwegende dat verzoeker en de verwerende partij in hun laatste memories niets wezenlijks toevoegen aan hetgeen zij reeds hebben uiteengezet; Overwegende dat, wat de weigering van het vergelijk betreft, uit artikel 158, § 1, laatste lid, D.R.O. (thans : artikel 158, laatste lid, D.R.O.) volgt dat, bij gebreke aan definitief geworden vergelijk - thans transactie geheten -, de overtreder in beginsel blootgesteld blijft aan strafrechtelijke vervolging voor de wederrechtelijk uitgevoerde werken of verrichte of voortgezette handelingen of wijzigingen en de overheid bevoegd blijft hieromtrent één van de in artikel 149, § 1, D.R.O. bepaalde herstelmaatregelen te vorderen voor de bevoegde rechter van de rechterlijke orde; dat hieruit volgt dat de weigering tot het verlenen van "het vergelijk", op welk tijdstip dit ook plaatsvindt, hoe dan ook betrekking heeft op de uitoefening van de publieke vordering en op de vervolging van het herstel van het bouwmisdrijf en dus behoort tot de gerechtelijke procedure, zodat alleen de rechter van de rechterlijke orde bevoegd is om kennis te nemen van betwistingen daaromtrent; dat de rechtsmacht van deze rechter die van de Raad van State uitsluit; X-10.551-3/5 dat het de Raad van State niet toekomt van het beroep tot nietigverklaring van de weigering van vergelijk kennis te nemen; dat de exceptie van de verwerende partij gegrond is; dat het beroep ten aanzien van de eerste bestreden beslissing niet ontvankelijk is; Overwegende dat het tweede bestreden besluit de weigering van een regularisatievergunning betreft; dat krachtens artikel 159, eerste lid, D.R.O. zoals het van toepassing was op het ogenblik van het instellen van het beroep tot nietig- verklaring, een regularisatievergunning slechts kon worden verleend na het opstellen van het certificaat bedoeld in artikel 158, § 2, D.R.O.; dat niet blijkt dat op dat ogenblik aan de door voornoemd artikel 159, eerste lid, D.R.O. opgelegde voorwaarde was voldaan; dat aldus de bevoegde vergunningverlenende overheid de gevraagde regularisatievergunning moest weigeren omdat de alsdan geldende dwingende bepaling van artikel 159, eerste lid, tweede zin, D.R.O. zich ertegen verzette dat de regularisatievergunning werd verleend zo het vereiste certificaat niet voorlag; dat verzoeker derhalve op het ogenblik van het instellen van het beroep tot nietigverklaring geen belang had bij de nietigverklaring van het eerste bestreden besluit; dat, aangezien een verzoeker reeds moet doen blijken van het rechtens vereiste belang op het ogenblik van het instellen van het beroep, de omstandigheid dat de aangehaalde regelgeving op het ogenblik van het sluiten der debatten was vervangen, derwijze dat het voorleggen van een certificaat niet langer is vereist voor het verkrijgen van een regularisatievergunning, niet tot gevolg heeft dat hij hierdoor het vereiste belang bij het beroep verwerft; dat ambtshalve wordt vastgesteld dat het beroep ten aanzien van het tweede bestreden besluit niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoeker. De door verzoeker ten onrechte op het verzoekschrift tot nietigverklaring aangebrachte zegels ten belope van 12,39 euro dienen te worden terugbetaald. X-10.551-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig mei 2004, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-10.551-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.628 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.