← België

Arrest 131630 - - 24/05/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.630 Rolnummer: A. 116332/X-10781 Zaak: Arrest 131630 - - 24/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-02 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-04 06:50 Fiche Arrest nr 131.630 van 24 mei 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 131.630 van 24 mei 2004 in de zaak A. 116.332/X-10.

  1. In zake : de b.v.b.a. QUALITY FIRST, die woonplaats kiest bij Advocaten P. en J. VERCRAEYE, kantoor houdende te 2920 KALMTHOUT, Max Temmermanlaan 3 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de b.v.b.a. QUALITY FIRST op 4 februari 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 5 december 2001 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening houdende verwerping van haar beroep tegen het besluit van 5 augustus 1999 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen waarbij haar de regularisatievergunning wordt geweigerd voor het uitbreiden van een woning met garage en berging gelegen te Brecht, Vriendschapslaan 1 A, op een perceel kadastraal bekend Sectie M, nr. 66 b7; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 17 december 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; X-10.781-1/4 Gelet op de beschikking van 2 februari 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 maart 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat N. DE BIE die, loco Advocaten P. VERCRAEYE en J. VERCRAEYE verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat J. CLAES, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoekster op 16 februari 1998 de regularisatievergunning aanvraagt voor het uitbreiden van een woning met garage en berging gelegen te Brecht, Vriendschapslaan 1 A, op een perceel kadastraal bekend Sectie M, nr. 66 b7; dat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Brecht op 14 december 1998 de regularisatievergunning weigert; dat verzoekster op 22 januari 1999 beroep instelt tegen deze weigeringsbeslissing bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen; dat de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen op 5 augustus 1999 beslist het beroep niet in te willigen; dat verzoekster op 30 september 1999 beroep instelt tegen deze weigeringsbeslissing bij de Vlaamse minister bevoegd voor de Ruimtelijke Ordening; dat de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening op 5 december 2001 beslist het beroep niet in te willigen; dat dit het thans bestreden besluit is; dat niet wordt betwist dat het in artikel 158, § 2, tweede lid, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna : D.R.O.) bedoelde certificaat niet werd opgesteld; Overwegende dat verzoekster in haar laatste memorie met betrekking tot haar belang bij het beroep uiteenzet wat volgt : "Het belang van verzoekster is wel degelijk actueel te noemen, nu het door haar ingediende annulatieberoep is gericht tegen reglementaire bepalingen, zodat het vereiste belang alleen al blijkt uit het loutere feit dat verzoekster zich bij overtreding van de ingeroepen bepalingen aan vervolging blootstelt of zelfs wanneer dit enig nadeel voor haar kan opleveren; X-10.781-2/4 Verder kan er bezwaarlijk gesproken worden over het bestaan van een zogenaamd eventueel belang in hoofde van verzoekster, door enkel te verwijzen naar de toepassing van artikel 158-159 van het decreet; Redactie van dit decreet stelt één en ander duidelijk: het is de stedenbouwkundige inspecteur die het initiatief neemt om eventueel een (...) vergelijk te treffen met de overtreder, in casu verzoekster; Aldus heeft verzoekster voldoende blijk gegeven van het feit dat het belang, door haar ingeroepen, wel degelijk als actueel kan beschouwd worden; Het annulatieberoep zoals door verzoekster ingediend is ontvankelijk"; Overwegende dat het bestreden besluit de weigering van een regularisatievergunning betreft; dat krachtens artikel 159, eerste lid, D.R.O. zoals het van toepassing was op het ogenblik van het instellen van het beroep tot nietig- verklaring, een regularisatievergunning slechts kon worden verleend na het opstellen van het certificaat bedoeld in artikel 158, § 2, D.R.O.; dat niet blijkt dat op dat ogenblik aan de door voornoemd artikel 159, eerste lid, D.R.O. opgelegde voorwaarde was voldaan; dat de argumentatie van verzoekster in haar laatste memorie alleszins niets afdoet aan de vaststelling dat zij op het ogenblik van het instellen van de vordering tot nietigverklaring niet over het vereiste certificaat beschikte; dat aldus de bevoegde vergunningverlenende overheid de gevraagde regularisatievergunning moest weigeren omdat de alsdan geldende dwingende bepaling van artikel 159, eerste lid, tweede zin, D.R.O. zich ertegen verzette dat de regularisatievergunning werd verleend zo het vereiste certificaat niet voorlag; dat verzoekster derhalve op het ogenblik van het instellen van het beroep tot nietigverklaring geen belang had bij de nietigverklaring van het bestreden besluit; dat, aangezien een verzoeker reeds moet doen blijken van het rechtens vereiste belang op het ogenblik van het instellen van het beroep, de omstandigheid dat de aangehaalde regelgeving op het ogenblik van het sluiten der debatten was vervangen, derwijze dat het voorleggen van een certificaat niet langer is vereist voor het verkrijgen van een regularisatievergunning, niet tot gevolg heeft dat verzoekster hierdoor het vereiste belang bij het beroep verwerft; dat ambtshalve wordt vastgesteld het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. X-10.781-3/4 Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig mei 2004, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-10.781-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.630 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.