id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.684 Rolnummer: Zaak: Arrêt / Arrest 131684 - / - 25/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-01 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-07-04 07:20 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 131.684 van 25 mei 2004 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 131.684 van 25 mei 2004 A. 77.070/V-1529 A. 84.974/V-1603 In zake : KOOT Jacques, die woonplaats kiest bij Mr. D. LAGASSE, advocaat, Terhulpsesteenweg 187 1170 Brussel, tegen: de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Justitie, die woonplaats kiest bij Mr. J. BOURTEMBOURG, advocaat, Zwitserlandstraat 24 1060 Brussel. Tussenkomende partij: DE CUYPER Michaël, die woonplaats kiest bij Mr. D. LINDEMANS, advocaat, Keizerslaan 13 1000 Brussel. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE RAAD VAN STATE, Ve KAMER, Gezien het op 12 januari 1998 ingediende verzoekschrift, waarbij Jacques KOOT de nietigverklaring vordert van het in het Belgisch Staatsblad van 18 november 1997 bekendgemaakte koninklijk besluit van 10 november 1997 waarbij Michaël DE CUYPER tot raadsheer in het arbeidshof te Brussel wordt benoemd (A. 77.070/V-1529); Gezien het op 10 augustus 1998 ingediende verzoekschrift, waarbij Michaël DE CUYPER vraagt als tussenkomende partij te mogen optreden; Gelet op de beschikking van 21 september 1998, die de tussenkomende partij tot de debatten toelaat; V - 1529-1603 - 1/10 Gezien het op 25 juni 1999 ingediende verzoekschrift, waarbij Jacques KOOT de nietigverklaring vordert van het in het Belgisch Staatsblad van 11 mei 1999 bekendgemaakte koninklijk besluit van 22 april 1999 waarbij Michaëel DE CUYPER, raadsheer in het arbeidshof te Brussel, tot kamervoorzitter in dat hof wordt benoemd (A.84.974/V-1603); Gezien het op 19 maart 2001 ingediende verzoekschrift, waarbij Michaël DE CUYPER vraagt als tussenkomende partij te mogen optreden; Gelet op de beschikking van 28 mei 2001, die de tussenkomende partij tot de debatten toelaat; Gezien de regelmatig uitgewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien de memories van tussenkomst; Gezien het verslag van Mevr. G. BEECKMAN de CRAYLOO, auditeur bij de Raad van State: Gelet op de beschikkingen van 21 januari 2003, waarbij de neerlegging van de dossiers en het verslag ter griffie wordt gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikkingen van 16 februari 2004, waarvan aan de partijen kennis is gegeven en waarbij wordt bepaald dat de zaken voorkomen op de terechtzitting van 23 maart 2004; Gehoord het verslag van de heer R. ANDERSEN, voorzitter van de Raad van State; Gehoord de opmerkingen van Mr. B. GRIBOMONT, loco Mr. D. LAGASSE, advocaat, die verschijnt voor de verzoekende partij, van Mr. J. BOURTEMBOURG, advocaat, die verschijnt voor de verwerende partij en van Mr. D. LINDEMANS, advocaat, die verschijnt voor de tussenkomende partij; V - 1529-1603 - 2/10 Gehoord het eensluidend advies van Mevr. G. BEECKMAN de CRAYLOO, eerste auditeur; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; I. Over de gegevens van de zaken. Overwegende dat de gegevens van de zaken als volgt kunnen worden samengevat:
- In het Belgisch Staatsblad van 8 juli 1997 wordt de openstaande plaats van raadsheer in het arbeidshof te Brussel bekendgemaakt.
- Drie magistraten hebben naar die plaats gedongen: verzoeker, de tussenkomende partij en Mevrouw DEBAENST, rechter in de arbeidsrechtbank te Gent.
- Op 7 augustus 1997 heeft de verwerende partij aan verzoeker de volgende brief gestuurd: " (...) Met toepassing van de bepalingen van artikel 43ter, § 3, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, dient deze plaats te worden ingevuld door de benoeming van een Nederlandstalige kandidaat. Aangezien u niet aan de voornoemde voorwaarde voldoet, kan uw kandidatuur bijgevolg niet in aanmerking worden genomen. (...)".
- Op 18 augustus 1997 heeft de verwerende partij de Procureur-generaal bij het hof van beroep te Brussel verzocht de kandidaturen van Mevrouw DEBAENST en van de tussenkomende partij aan het adviescomité voor te leggen.
- Op 31 augustus 1997 heeft Mevrouw DEBAENST haar kandidatuur voor de omstreden betrekking ingetrokken.
- Op 10 september 1997 heeft het adviescomité over de kandidatuur van de tussenkomende partij een zeer gunstig advies uitgebracht.
- Op 10 november 1997 heeft de verwerende partij besloten de tussenkomende partij te benoemen tot raadsheer in het arbeidshof te Brussel. Dat is V - 1529-1603 - 3/10 de handeling die bij het eerste beroep wordt bestreden. Deze handeling is in de volgende bewoordingen gesteld: " Gelet op het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid op artikel 207; Gelet op artikel 21, § 1, eerste lid, van de wet van 18 juli 1991 tot wijziging van de voorschriften van het Gerechtelijk Wetboek die betrekking hebben op de opleiding en werving van magistraten, gewijzigd bij de wet van 1 december 1994; Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, inzonderheid op artikel 43ter § 3; Gelet op het verslag van de eerste voorzitter van het arbeidshof te Brussel van 5 januari 1996 betreffende de ideale taalverhouding van de magistraten van het arbeidshof te Brussel; Gelet op het koninklijk besluit van 20 september 1993 waarbij de heer De Cuyper Michaël, rechter in de arbeidsrechtbank te Brussel, werd benoemd tot raadsheer in het arbeidshof te Brussel; Gelet op het arrest van de Raad van State van 26 maart 1997 waarbij het voormeld benoemingsbesluit werd vernietigd; Overwegende dat het arrest de benoeming vernietigt omwille van het niet vervullen van de wettelijke taalvoorwaarden, meer bepaald met betrekking tot de kennis van de tweede landstaal; Overwegende dat geen enkele tweetalige kandidaat deze vacature heeft gepostuleerd en het bijgevolg aangewezen was de procedure te hernemen vanaf de oproep tot de kandidaten in het Belgisch Staatsblad; Overwegende dat op basis van het verslag van de eerste voorzitter van het arbeidshof te Brussel van 5 januari 1996 kan worden besloten dat in de benoeming moest worden voorzien door de benoeming van een tweetalige magistraat van de Nederlandse taalrol; Overwegende dat de samenstelling van de zetel van het arbeidshof te Brussel intussen dermate is gewijzigd dat het aantal tweetalige magistraten dat door de wet wordt vereist is bereikt en dat voor het overige in de verhouding tussen raadsheren van de Nederlandse en Franse taalrol blijkt dat er een magistraat van de Nederlandse taalrol dient te worden benoemd; Overwegende dat de heer De Cuyper Michaël de enige kandidaat is die aan alle benoemings- en taalvoorwaarden voldoet; Overwegende dat betrokkene, naast zijn diploma van licentiaat in de rechten, tevens een licentie in het Europees recht behaalde alsmede drie postuniversitaire certificaten aan het "Institut Universitaire International de Luxembourg"; Overwegende dat hij van 1971 tot 1987 ervaring heeft verworven aan de balie te Brussel; Overwegende dat hij als rechter in de arbeidsrechtbank te Brussel alom wordt geprezen voor zijn klaar inzicht en zijn zin voor synthese; V - 1529-1603 - 4/10 Overwegende dat betrokkene zeer goede relaties heeft met zijn collega's en minzaam is in de omgang met anderen; Gelet op het zeer gunstig advies van het adviescomité voor het rechtsgebied van het arbeidshof te Brussel, betekend aan betrokkene op 11 september 1997; Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid, HEBBEN WIJ BESLOTEN EN BESLUITEN WIJ : Artikel
- De heer De Cuyper Michaël Hector Eugeen Frans, geboren te Etterbeek op 25 oktober 1946, rechter in de arbeidsrechtbank te Brussel, wordt benoemd tot raadsheer in het arbeidshof te Brussel, ter vervanging van de heer Vanderveeren, die tot een ander ambt is beroepen".
- In het Belgisch Staatsblad van 15 januari 1999 wordt bekendgemaakt dat het ambt van kamervoorzitter in het arbeidshof te Brussel vacant is.
- Op 28 januari 1999 hebben de tussenkomende partij en Mevrouw M. SANTENS, raadsheer in het arbeidshof te Brussel, naar dat ambt gedongen.
- Bij besluit van 22 april 1999 is de tussenkomende partij benoemd tot kamervoorzitter in het arbeidshof te Brussel. Dat is de handeling waarvan de nietigverklaring wordt gevorderd bij het tweede beroep, bij wijze van consequentie van het eerste beroep.
- De aanwijzing van de tussenkomende partij tot kamervoorzitter in het arbeidshof te Brussel is met ingang van 28 mei 2002 vernieuwd voor een termijn van drie jaar (beslissing bekendgemaakt bij bericht in het Belgisch Staatsblad van 30 april 2002); Overwegende dat de verzoekende partij op 6 juni 2002 met een ter post aangetekende toelichtende memorie verzocht heeft het onderwerp van haar beroep uit te breiden tot de voormelde aanwijzing; II. IN RECHTE. A. TEN AANZIEN VAN DE VERKNOCHTHEID. Overwegende dat er wegens de kennelijke verknochtheid die de zaken A. 77.070/V-1529 en A. 84.974/V-1603 vertonen, grond is om ze samen te voegen opdat er in een enkel arrest uitspraak over gedaan wordt; V - 1529-1603 - 5/10 B. TEN AANZIEN VAN DE ONTVANKELIJKHEID. Overwegende dat de verwerende partij en de tussenkomende partij een eerste exceptie van niet-ontvankelijkheid opwerpen, ontleend aan het feit dat verzoeker geen beroep tot nietigverklaring heeft ingesteld tegen de beslissing van 7 augustus 1997, waarbij de verwerende partij heeft besloten zijn kandidatuur niet in overweging te nemen, terwijl deze beslissing verzoeker rechtstreeks nadeel berokkende en er een beroep tot nietigverklaring tegen openstond; dat zij daaruit afleiden dat, aangezien dit beroep niet ingesteld is, de voormelde beslissing definitief is geworden en niet in vraag kan gesteld worden in het kader van de onderhavige procedures, zodat volgens hen verzoeker geen belang heeft bij de nietigverklaring van de bestreden handelingen; Overwegende dat de ministeriële beslissing van 7 augustus 1997 deel uitmaakt van de complexe verrichting die tot de benoeming van de tussenkomende partij heeft geleid; dat het verzoeker weliswaar vrijstond de Raad van State te verzoeken de genoemde beslissing te vernietigen, maar dat hij zijn beroep ook op de slothandeling mocht toespitsen, wat hij heeft gedaan; dat de exceptie niet kan worden aangenomen, des te meer aangezien de kennisgeving ervan aan verzoeker niet de vermeldingen bevat, voorgeschreven bij artikel 19, tweede lid, van de op 12 januari 1973 gecoördineerde wetten op de Raad van State, zodat de termijn voor het instellen van een beroep zelfs niet ingegaan is ten aanzien van deze beslissing; Overwegende dat de verwerende partij en de tussenkomende partij een tweede exceptie van niet-ontvankelijkheid opwerpen, waarin zij stellen dat de omstreden betrekking van raadsheer in het arbeidshof te Brussel noodzakelijkerwijze diende te worden verleend aan een Nederlandstalige raadsheer, zodat verzoeker geen belang zou hebben bij de nietigverklaring van de bestreden handelingen; Overwegende dat deze exceptie verband houdt met de zaak zelf en terzelfder tijd zal worden onderzocht; C. TEN GRONDE. Overwegende dat verzoeker in zijn verzoekschriften een middel ontleent aan schending van artikel 43ter, § 3, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, alsook aan schending van het algemene bestuursrechtelijk beginsel dat elke handeling dient te steunen op in rechte en in feite materieel juiste, V - 1529-1603 - 6/10 relevante en wettelijk aanvaardbare motieven, doordat de verwerende partij met de bestreden beslissing een Nederlandstalig raadsheer in het arbeidshof te Brussel heeft benoemd, terwijl de behoeften van de dienst in het arbeidshof te Brussel, zoals ze bestonden op het ogenblik van de bestreden beslissing, en het voornoemde artikel 43ter, § 3, de benoeming van een Franstalige magistraat vereisten; dat hij tot staving van het middel in hoofdzaak aanvoert dat van de 11 magistraten er 7 Franstalig en 4 Nederlandstalig dienden te zijn, aangezien de verhouding van het aantal zaken dat in 1996 respectievelijk in het Frans en het Nederlands was ingediend 70%-30% bedroeg, volgens de rede die de Procureur-generaal heeft uitgesproken op de plechtige openingszitting van 2 september 1997 van het arbeidshof te Brussel; dat vermits op het ogenblik van de eerste bestreden handeling net als ten tijde dat de kandidatuur van verzoeker afgewezen is, de personeelsformatie van het arbeidshof te Brussel bestond uit 4 Nederlandstalige magistraten, 6 Franstalige magistraten en een voldoende groot aantal tweetalige magistraten, de omstreden betrekking diende te worden verleend, gelet op het aantal in het Frans en het Nederlands ingediende zaken (70%F-30%N), aan een Franstalige kandidaat, ongeacht of die al dan niet tweetalig zou zijn, en in geen geval aan een Nederlandstalige kandidaat, aangezien het Nederlandse kader van het hof volledig bezet was; dat volgens de verzoeker bij de beoordeling van de "behoeften van de dienst" er geen reden is om rekening te houden met andere criteria dan het aantal zaken dat ingediend en behandeld is in de ene of de andere taal en dat op basis van de statistieken die de verwerende partij heeft overgelegd voor de jaren 1996 en 1997, de verdeling van de betrekkingen 7 voor de Franstaligen en 4 voor de Nederlands-taligen diende te zijn; Overwegende dat de verwerende partij en de tussenkomende partij in hoofdzaak opmerken dat voor de beoordeling van de "behoeften van de dienst", in de zin van artikel 43ter, § 3, van de voormelde wet, niet alleen rekening moet worden gehouden met het aantal zaken die respectievelijk in het Frans en het Nederlands zijn ingediend gedurende het jaar waarin de benoeming plaatsvindt, maar ook met alle op dat moment te behandelen zaken, met de aard van deze zaken en het aantal Franstalige en Nederlandstalige kamers; dat zij, wat het aantal zaken betreft, betogen dat de percentages die genoemd worden in de rede van de Procureur-generaal van 2 september 1997, namelijk 70% en 30%, scheefgetrokken zijn; dat de verwerende partij de jaarlijkse statistieken bezorgt van de zaken die in 1996 en 1997 ingediend zijn, het aantal te behandelen zaken op 31 december 1996 en 31 december 1997, het aantal terechtzittingen en de gemiddelde duur ervan per kamer in 1996; dat zij stelt dat in het bijzonder aandacht dient te worden besteed aan de geschillen die betrekking hebben op arbeidsovereenkomsten en bijgevolg aan het werk van de 3de en de 4de V - 1529-1603 - 7/10 kamer van het hof, die belast zijn met de behandeling van deze geschillen; dat de tussenkomende partij aan haar kant eveneens gewag maakt van de omstandigheid dat in 1996 in het bestek van een zelfde geschillenberechting 108 gelijklopende zaken in het Frans werden ingediend, en van oordeel is dat men eveneens oog moet hebben voor het aantal arresten dat in dat jaar uitgesproken is; dat gelet op al die gegevens, de verwerende partij en de tussenkomende partij betogen dat het, gezien de behoeften van de dienst, nodig was om in de omstreden vacante betrekking te voorzien door een Nederlandstalig raadsheer te benoemen en dat in ieder geval geen kennelijke dwaling omtrent de beoordeling is begaan; Overwegende dat artikel 43ter, § 3, van de voormelde wet van 15 juni 1935, door aan de Koning op te dragen erop toe te zien dat het aantal Nederlandstalige en Franstalige magistraten van het arbeidshof te Brussel wordt bepaald op basis van de behoeften van de dienst, Hem een bepaalde vrijheid heeft gelaten wat betreft de keuze van de criteria die moeten worden toegepast om deze behoeften te beoordelen; dat Hij bijgevolg niet gebonden is door een enkel criterium, namelijk het aantal in het Nederlands en het Frans ingediende en behandelde zaken, maar eveneens rekening kan houden met andere criteria, zoals bijvoorbeeld de aard en de omvang van de zaken; dat de Raad van State, als rechter oordelend over de wettigheid, zijn beoordeling weliswaar niet in de plaats mag stellen van die van de Koning wat betreft de keuze van de criteria, maar wel bevoegd is om na te gaan of deze criteria objectief en relevant zijn in zoverre ze het redelijkerwijze mogelijk maken de behoeften van de dienst te meten en of er geen kennelijke dwaling mee gemoeid is; dat hij zich eveneens ervan dient te vergewissen of de gekozen criteria coherent in de tijd worden toegepast, om te voorkomen dat de benoemende overheid willekeurig optreedt; Overwegende dat in het onderhavige geval uit de aanhef van de eerste bestreden beslissing blijkt dat de auteur ervan de verdeling tussen Franstalige en Nederlandstalige magistraten van het arbeidshof te Brussel heeft willen handhaven zoals ze bestond op 5 januari 1996, namelijk zes Franstalige magistraten en vijf Nederlandstalige magistraten, verdeling waarvan het behoud als blijvend actueel was voorgesteld door de Eerste Voorzitter van het hof in zijn nota aan de Minister van 5 januari 1996 en die steunde op statistieken over het aantal zaken dat in 1995 in het Frans en het Nederlands was ingeleid; dat de beslissing waarover het gaat alleen afwijkt van het advies van de Eerste Voorzitter in zoverre, aangezien het wettelijk vereiste van een derde tweetalige magistraten bereikt is, een eentalige Nederlandstalige magistraat wordt benoemd; dat niets erop wijst dat de benoemende V - 1529-1603 - 8/10 overheid oog zou hebben gehad voor andere criteria dan het aantal in het Frans en het Nederlands bij het hof ingediende zaken; dat de Raad van State zich in de plaats zou stellen van de bevoegde overheid als hij daarover anders zou beslissen en zich inlaten met gissingen ten aanzien van de andere in aanmerking te nemen criteria en, in voorkomend geval, van de wegingscoëfficienten die in verband daarmee moeten worden toegepast; dat de verwerende partij, in zoverre zij op dit enkele criterium steunde, evenwel oog had moeten hebben voor de meest recente beschikbare statistieken; dat zij hierbij, en zelfs met inachtneming van de correctiefactor die door haar zelf en de tussenkomende partij wordt toegepast op het "bruto" aantal ingediende zaken die nog steeds hangende waren bij het arbeidshof in de ene en de andere taal, de omstreden betrekking had moeten toewijzen aan een Franstalige magistraat (de "bruto" cijfers, die gecorrigeerd zijn door de verwerende partij en de tussenkomende partij, zijn voor het jaar 1996 62,6% voor de zaken in het Frans en 37,4% voor de Nederlandse zaken, welke cijfers, toegepast op het aantal magistraten, een verdeling van 6,88 Franstalige magistraten en 4,11 Nederlandstalige magistraten geven); dat uit wat voorafgaat volgt dat het middel ontvankelijk en gegrond is; dat er geen reden is om het tweede middel te onderzoeken, dat, gesteld dat het gegrond is, tot geen ruimere nietigverklaring zou kunnen leiden, BESLUIT: Artikel
- De zaken met de nummers A. 77.070/V-1529 en A. 84.974/V-1603 worden samengevoegd. Artikel
- Vernietigd worden: - het koninklijk besluit van 10 november 1997, waarbij Michaël DE CUYPER benoemd wordt tot raadsheer in het arbeidshof te Brussel; - het koninklijk besluit van 22 april 1999, waarbij Michaël DE CUYPER, raadsheer in het arbeidshof te Brussel, benoemd wordt tot kamervoorzitter in dat hof; - de vernieuwing van de aanwijzing van Michaël DE CUYPER tot kamervoorzitter in dit hof voor een termijn van drie jaar met ingang van 28 mei
- V - 1529-1603 - 9/10 Artikel
- Dit arrest zal bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als de vernietigde handelingen. Artikel
- De kosten van de beroepen tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van tussenkomst in het geding, bepaald op 247,90 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van de e V kamer, op vijfentwintig mei tweeduizend vier door: de HH. ANDERSEN, voorzitter van de Raad van State, L. HELLIN, staatsraad, Mevr. S. GEHLEN, staatsraad, Mevr. M.-Chr. MALCORPS, griffier. De Griffier, De Voorzitter van de Raad van State, M.-Chr. MALCORPS R. ANDERSEN V - 1529-1603 - 10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.684 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div