id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.691 Rolnummer: A. 132369/X-11260 Zaak: Arrest 131691 - - 25/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-07 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-07-04 06:55 Fiche Arrest nr 131.691 van 25 mei 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 131.691 van 25 mei 2004 in de zaak A. 132.369/X-11.
- In zake : Roger DE SMET, wonende te 9420 ERPE-MERE, Gentsesteenweg 5 tegen :
- de gemeente ERPE-MERE, die woonplaats kiest bij Advocaat Ph. GHYSBRECHT, kantoor houdende te 9300 AALST, Leo de Béthunelaan 28,
- het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
- tussenkomende partij : de n.v. FRUITCENTER LIEVENS, die woonplaats kiest bij Advocaat J. VERMASSEN, kantoor houdende te 9340 LEDE, Kasteeldreef
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Roger DE SMET op 14 februari 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 22 oktober 2002 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Erpe-Mere waarbij aan de n.v. FRUITCENTER LIEVENS de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het plaatsen van koel- en bergruimten op een perceel gelegen te Erpe-Mere, Gentsesteenweg 1, kadastraal bekend Sectie C, nr. 326B 2; Gelet op het arrest nr. 115.396 van 3 februari 2003 waarbij de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen, de vordering tot het opleggen van een dwangsom wordt verworpen en de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid ten laste komen van de verzoekende partij; X-11.260-1/5 Gelet op het arrest nr. 119.558 van 20 mei 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen, de vordering tot het opleggen van een dwangsom wordt verworpen en de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 27 mei 2003 ingediend door de verzoekende partij; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 25 augustus 2003 ingediend door de n.v. FRUITCENTER LIEVENS; Gelet op de beschikking van 20 oktober 2003 die de tussenkomst van de n.v. FRUITCENTER LIEVENS toelaat; Gelet op de kennisgeving van de memories van antwoord aan de verzoekende partij op 5 november 2003; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Gelet op het schrijven van de verzoekende partij van 30 januari 2004, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 15 maart 2004, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 7 mei 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van de verzoekende partij, die verschijnt in persoon, van Advocaat T. VAN OSSELAER die, loco Advocaat Ph. GHYSBRECHT verschijnt voor de eerste verwerende partij, van Advocaat P. AERTS, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van Advocaat X-11.260-2/5 J. VAN HOOREBEKE die, loco Advocaat J. VERMASSEN verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Overwegende dat bij het versturen van een afschrift van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van zestig dagen, bepaald in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie heeft toegestuurd; dat dit door de verzoekende partij niet wordt betwist; Overwegende dat de verzoekende partij ter terechtzitting betoogt dat zij geen kennis had van de brief van 5 november 2003 van de griffie van de Raad van State waarbij haar de memories van antwoord van de verwerende partijen werden betekend en waarbij haar een termijn van 60 dagen wordt toegekend om een memorie van wederantwoord in te dienen; dat zij stelt dat deze brief haar werd verstuurd naar de raadsman waarbij zij op dat moment woonplaats had gekozen; dat zij aanvoert dat zij evenmin op de hoogte was van het verzuim van haar raadsman om een memorie van wederantwoord in te dienen; dat zij hieruit afleidt dat zij door overmacht laattijdig kennis heeft gekregen van de memories van antwoord van de verwerende partijen; Overwegende dat niet wordt betwist dat verzoekende partij op het ogenblik van de betekening van de memories van antwoord keuze van woonplaats had gedaan bij haar raadsman Mr. Patrick JACOBS, Advocaat, kantoor houdende X-11.260-3/5 te 9300 Dendermonde, Leopoldlaan 321, bus 1-2; dat evenmin wordt betwist dat de op 4 november 2003 ter post aangetekende zending, bevattende een afschrift van de memories van antwoord, op dit adres werd aangeboden en voor ontvangst werd afgetekend op 5 november 2003; dat de memories van antwoord door de griffier van de Raad van State derhalve op geldige wijze werden betekend aan de verzoekende partij; dat eventuele fouten en tekortkomingen van de raadsman van de verzoekende partij waar keuze van woonplaats werd gedaan de rechtsgeldigheid van de betekening niet vermogen aan te tasten; dat het niet op de hoogte zijn door de verzoekende partij van het verzuim van haar raadsman om tijdig een memorie van wederantwoord in te dienen geen geval van overmacht uitmaakt; dat niets de toepassing van artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State in de weg staat; Overwegende dat krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, vastgesteld dient te worden dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt; dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-11.260-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig mei 2004, door : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. BOVIN. X-11.260-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.691 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.115.396 ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.119.558 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.