id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.693 Rolnummer: A. 151915/XII-4150 Zaak: Arrest 131693 - - 25/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-05-27 Raadplegingen: 48 - laatst gezien 2026-07-04 06:55 Fiche Arrest nr 131.693 van 25 mei 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 131.693 van 25 mei 2004 in de zaak A. 151.915/XII-
- In zake : VZW DE HOGE NOOT, die woonplaats kiest bij advocaat S. Vernaillen, kantoor houdende te Antwerpen, Mechelsesteenweg 33 tegen :
- het VLAAMS COMMISSARIAAT VOOR DE MEDIA,
- de VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, die woonplaats kiest bij advocaat B. Staelens, kantoor houdende te Brugge, Canadesen Hof, Bevrijdingslaan 4, bus
- tussenkomende partij : de VZW RADIO UILENSPIEGEL, die woonplaats kiest bij advocaat P. Peeters, kantoor houdende te Antwerpen, Graanmarkt
- ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de VZW De Hoge Noot op 19 mei 2004 heeft ingediend waarin bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing wordt gevorderd van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van het Vlaams Commissariaat voor de Media van ongekende datum, waarbij aan de V.Z.W. Radio Uilenspiegel een zendvergunning wordt toegekend voor de frequentie 104.9 MHz, in de lokaliteit Leuven”; Gezien de nota's van de verwerende partijen; Gelet op de beschikking van 24 mei 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 mei 2004, om 11.30 uur; XII-4150-1\6 Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. Vernaillen, die verschijnt voor verzoekende partij, van waarnemend griffier D. Peereman, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, van advocaat B. Staelens, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van advocaat P. Peeters, die verschijnt voor de VZW Uilenspiegel; Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur E. Haesbrouck; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat de VZW Radio Uilenspiegel ter terechtzitting vraagt in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat zij als begunstig- de van de bestreden beslissing belang heeft bij de zaak zodat op haar verzoek wordt ingegaan; Overwegende dat de feiten dienstig voor de beoordeling van de vordering tot schorsing de volgende zijn : Verzoekende partij, opgericht als vereniging zonder winstoogmerk op 18 februari 1988, heeft als statutair doel lokale en sociaal-culturele informatie, ontspanning, vorming en animatie te verzorgen door middel van een niet-openbare radio, volgens de van kracht zijnde wetten en decreten; zij is als lokale radio-omroep actief sedert het jaar
- Voor haar radio-omroep, gekend onder de naam Happy, beschikt verzoekende partij over een voorlopige zendvergunning toegekend voor het gebruik van de frequentie 104.9 MHz te Leuven. Op 4 september 2003 stelt verzoekende partij zich kandidaat ter verkrijging van een erkenning als lokale radio-omroep voor Leuven, voor de vier beschikbaar gestelde frequenties 102.6, 104.2, 104.9 en 106.0 MHz. Bij ministerieel besluit van 17 oktober 2003 worden alle 388 kandidaturen en bijgevolg ook die van verzoekster en van zes andere kandidaten voor de Leuvense frequenties, ontvankelijk verklaard. XII-4150-2\6 Bij ministerieel besluit van 19 december 2003 wordt VZW Radio Uilenspiegel voor de duur van negen jaar erkend als lokale radio-omroep, voor de frequentie 104.9 MHz in de lokaliteit Leuven. Van deze beslissing vordert verzoekende partij op 9 maart 2004 bij de Raad van State in de zaak gekend onder rolnummer 148.570/XII-4088 de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging; tot heden heeft het bevoegde lid van het auditoraat nog geen verslag in deze zaak neergelegd. Met een 7 mei 2004 gedateerde, door verzoekende partij volgens haar zeggen op 11 mei 2004 ontvangen brief deelt het Vlaams Commissariaat voor de Media haar mee wat volgt : “Destijds is aan uw vereniging voor de lokale radio HAPPY een voorlopige zendvergunning toegekend. Binnen het nieuw frequentieplan heeft uw radio geen erkenning bekomen en kan u dienvolgens geen zendvergunning verwerven. De nieuwe zendvergunningen gaan in op 27 mei 2004, uur
- Dat houdt in dat uw voorlopige zendvergunning op 26 mei 2004, uur 24 afloopt. Uw uitzendingen moeten dan ook op die dag ophouden. Het Vlaams Commissariaat voor de Media rekent erop dat u zich aan die verplichting zal houden.”. Uit deze brief leidt verzoekende partij af dat een zendvergunning is verleend aan de VZW Radio Uilenspiegel; dat ter terechtzitting een afschrift van die zendvergunning effectief wordt neergelegd door eerste verwerende partij; Overwegende dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties uitspraak te doen; dat een onderzoek van en een uitspraak over die excepties alleen nodig is indien zou komen vast te staan dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is; Overwegende dat luidens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat verzoekende partij, wat de eerste voorwaarde betreft, in het inleidend verzoekschrift doet gelden wat volgt : XII-4150-3\6 “
- Verzoekende partij leidt het bestaan van de uiterst dringende noodzakelijkheid af uit het feit dat de inwerkingtreding van de zendvergunning, van de V.Z.W. radio Uilenspiegel, is voorzien op 27 mei 2004, omstreeks 0u. Reeds op dat ogenblik komt de zendvergunning van verzoekende partij te vervallen. Verzoekende partij dient op dat ogenblik reeds haar activiteiten definitief te staken en moet het veld ruimen voor een radio-omroep aan wie een onwettige zendvergunning werd toegekend.
- Gezien de uiterst korte tijdspanne tussen de kennisgeving van de inwerkingtreding van de nieuwe, onwettige zendvergunning (die namelijk geschiedde op 11 mei 2004) en de datum van inwerkingtreding van deze onwettige zendvergunning (en het onmiddellijke, onherroepelijke verval van verzoekers zendvergunning) is onderhavige procedure tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid het enige rechtsmiddel dat een tijdige en afdoende bescherming kan bieden voor de in het geding zijnde belangen van verzoekende partij.”; Overwegende dat de toepassing van de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State ernstig verstoort, de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum beperkt en de uitoefening van de rechten van de verdediging van de verwerende en eventueel tussenkomende partij aanzienlijk in het gedrang brengt; dat daarom de aanwending van die procedure zeer uitzonderlijk moet blijven, in die zin dat ze slechts mag worden aangewend in die enkele gevallen dat het uiterst dringende karakter van de zaak meteen voor iedereen zonder meer duidelijk is, ofwel door verzoeker op duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond; dat dit laatste impliceert dat verzoeker aan de hand van precieze en concrete gegevens aantoont dat de schorsing van de tenuitvoerlegging, indien zij pas na het afwikkelen van de gewone schorsingsprocedure zou worden uitgesproken, onherroepelijk te laat zou komen om het nadeel op te vangen; Overwegende dat verzoekende partij met het door haar aangespannen beroep tegen het ministerieel besluit van 19 december 2003 houdende erkenning van VZW Radio Uilenspiegel als lokale radio-omroep voor de frequentie 104.9 MHz in wezen beoogt een nieuwe kans te verwerven om voor die frequentie erkend te worden en op grond van die erkenning een zendvergunning te verkrijgen voor de duur van haar erkenning; dat aldus het gebruik van woorden als “activiteiten definitief te staken” en “onherroepelijke verval van verzoekers zendvergunning” niet stroken met de door verzoekende partij beweerde onwettigheid van voornoemd ministerieel besluit - onwettigheid welke overigens ook in voorliggende zaak als enig middel is aangevoerd; dat het gevolg van de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het met voorliggende zaak bestreden besluit wel impliceert dat de voorlopige XII-4150-4\6 zendvergunning voor de frequentie 104.9 MHz waarover verzoekende partij beschikt op grond van de overgangsbepaling in het decreet van 25 oktober 2002 afloopt; dat verzoekende partij dan haar radio-uitzendingen moet stopzetten; dat de vraag of dit slechts tijdelijk dan wel “definitief” is - of toch minstens voor een duur van negen jaar - haar antwoord zal krijgen bij de behandeling van de zaak met rolnummer 148.570; Overwegende dat de uiteenzetting van verzoekende partij bijgevolg minstens ten dele uitgaat van een verkeerde premisse; dat daarenboven, in de mate waarin dan toch de voorlopige zendvergunning thans op de helling staat en verzoekende partij haar uitzendingen in die zin moet staken, moet worden vastgesteld dat verzoekende partij met geen enkel concreet gegeven aantoont, of zelfs maar poogt aan te tonen, waarom zij niet de tijd die nodig is om op grond van de gewone schorsingsprocedure bij de Raad van State een uitspraak te verkrijgen kan wachten; dat zij meer bepaald niet aantoont waarom het ondertussen moeten stopzetten van haar omroepactiviteiten een nadeel veroorzaakt, dat - zo het al ernstig is in de zin van een gewone schorsingsprocedure - dermate buitengewone proporties aanneemt dat het voor haar onmogelijk is om het te kunnen dragen gedurende de tijd die nodig is voor de normale afwikkeling van een dergelijke procedure; dat zij enkel verwijst naar het nakende verval van haar zendvergunning, “op 27 mei 2004 omstreeks 0u”; dat echter het gegeven dat het nadeel of het risico erop langer blijft voortbestaan wanneer de gewone schorsingsprocedure wordt gevolgd, op zich nog geen reden is om te besluiten dat de uiterst dringende noodzakelijkheid aanwezig is; dat daar anders over oordelen zou betekenen dat alle schorsingsprocedures volgens de procedure van de uiterst dringende noodzakelijkheid zouden kunnen worden behandeld, wat uiteraard de negatie zelve van de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid en van het zeer uitzonderlijke karakter van de schorsings- procedures bij uiterst dringende noodzakelijkheid zou betekenen; Overwegende dat verzoekende partij er niet toe komt aan te tonen dat een schorsing bevolen na de afwikkeling van de gewone schorsingsprocedure onherroepelijk te laat komt en zijn nuttig effect zou verliezen; dat niet is voldaan aan de eerste, cumulatieve voorwaarde om tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid over te gaan; dat de vordering dienvolgens moet worden verworpen, BESLUIT: XII-4150-5\6 Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de VZW Radio Uilenspiegel in de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 125 euro, komen ten laste van tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig mei 2004, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4150-6\6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.693 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.824 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.