id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.810 Rolnummer: A. 146990/XII-4034 Zaak: Arrest 131810 - - 27/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-08 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-04 06:59 Fiche Arrest nr 131.810 van 27 mei 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 131.810 van 27 mei 2004 in de zaak A. 146.990/XII-
- In zake : de VZW VLAAMS KOMITEE BRUSSEL, die woonplaats kiest bij advocaat F. Judo, kantoor houdende te Brussel, Keizerslaan 3 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaat T. Balthazar, kantoor houdende te Gent, Onderbergen
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de VZW Vlaams Komitee Brussel op 26 januari 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de omzendbrief van 2 december 2003 van de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid betreffende het taalgebruik in Brusselse ziekenhuizen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door auditeur H. Colin; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 15 maart 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 30 maart 2004; XII-4034-1/5 Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. Judo, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat T. Balthazar, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. Colin; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies; Overwegende dat de minister van Sociale Zaken en Volksgezond- heid “aan de beheerders van de ziekenhuizen gelegen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest” met brief van 2 december 2003 schrijft wat volgt : “U bent op de hoogte van het belang van de mogelijkheid tot dialoog met de patiënt. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kan deze kwestie aanleiding geven tot praktische moeilijkheden, gelet op het tweetalig statuut. Zonder afbreuk te doen aan de wettelijke bepalingen die in deze materie van toepassing zijn, verzoek ik U om de aandacht van uw diensten te willen vragen voor het feit dat het aangewezen is dat, indien de patiënt zich richt tot een zorgverstrekker in één van de beide talen die deze laatste niet beheerst, er in de mate van het mogelijke beroep zou worden gedaan op een bijkomende arts of verpleegkundige. Ik verzoek u ook om aan dit principe de nodige aandacht te besteden bij de samenstelling van de permanentie-teams, meer in het bijzonder deze van de spoedgevallendiensten die zijn aangesloten bij de dringende geneeskundige hulpverlening en van de mobiele urgentiegroepen. Ik dank u voor uw medewerking.”; Overwegende dat verwerende partij betwist dat de omzendbrief voor vernietiging -en dus ook schorsing- vatbaar is; dat zij in de nota onder meer uiteenzet dat de omzendbrief louter indicatief is, dat hij “enkel uitvoering [geeft] aan de XII-4034-2/5 toepassing van reeds bestaande regelen inzake taalwetgeving” en tevens aanzien moet worden als een toelichting bij de uitvoering van de nieuwe wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt, dat de bestaande taalwetgeving onaangetast blijft gelden, dat de omzendbrief niet meer doet dan de aandacht richten op de verhouding zorgverlener-patiënt en op het taalevenwicht bij de samenstelling van spoedgevallen- diensten die zijn aangesloten bij de dringende geneeskundige hulpverlening en mobiele urgentiegroepen, hetgeen in het bijzonder van belang is voor de universitaire ziekenhuizen en private ziekenhuizen waarop de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken in beginsel niet van toepassing is; Overwegende dat verzoekster het daar niet mee eens is; dat zij uit het voorlaatste lid van de omzendbrief afleidt dat hij “de bedoeling en draagwijdte heeft [een] dwingende rechtsregel te formuleren, die moet worden nageleefd door degene aan wie de omzendbrief gericht is”, en meent dat de omzendbrief in feite een stelsel organiseert dat diametraal tegenovergesteld is aan het door de wetgever gewenste stelsel, door er immers principieel van uit te gaan dat in openbare instellingen zorgverstrekkers actief kunnen zijn die één van beide landstalen niet beheersen en die dus niet in staat zijn om te voldoen aan de vereisten van de artikelen 19 en 35 van de bij koninklijk besluit van 18 juli 1966 gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken; Overwegende dat in het “verzoek” van de minister om bij de samenstelling van de permanentieteams “aandacht” op te brengen voor zijn bekommer- nis “dat, indien de patiënt zich richt tot een zorgverstrekker in één van de beide talen die deze laatste niet beheerst, er in de mate van het mogelijke beroep zou worden gedaan op een bijkomende arts of verpleegkundige”, op het eerste gezicht bezwaarlijk een bindende regel kan worden gelezen, die hij verplicht wil opleggen en zien toepassen, nog daargelaten of hij een dergelijke regel in voorkomend geval ook effectief zou vermogen af te dwingen; dat er des te minder reden toe lijkt om in hoofde van de minister te besluiten tot de wil in een totaal ander “stelsel” te voorzien dan door de wetgever gewenst, waar hij in de omzendbrief juist uitdrukkelijk bevestigt geen afbreuk te willen doen aan de toepasselijke wettelijke bepalingen; XII-4034-3/5 Overwegende, voorts, dat moet worden vastgesteld dat de circulaire zonder meer gericht is aan àlle ziekenhuizen in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, ongeacht of er al dan niet de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken op van toepassing zijn; dat dit tenminste in de huidige stand van zaken de stelling van verwerende partij ondersteunt dat de omzendbrief moet worden gelezen in het licht van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt, waarin evenmin tussen de ziekenhuizen een onderscheid wordt gemaakt naargelang zij al dan niet aan de voornoemde wetten onderworpen zijn; dat in die visie de omzendbrief, die met zoveel woorden is geïnspireerd door “het belang van de mogelijkheid tot dialoog met de patiënt”, finaal begrepen lijkt te moeten worden als een toelichting bij het voorschrift, in artikel 7, § 2, eerste lid, van de wet, dat de communicatie met de patiënt in een duidelijke taal moet geschieden; dat, volledigheidshalve, dat voorschrift, getuige zijn parlementaire voorbereiding (Parl. St. Kamer, 2001-2002, nr. 1642/001, p. 20, en nr. 1642/012, p. 72), zelf geenszins afbreuk wil doen of doet aan “de regels van de taalwetgeving”; Overwegende dat dan ook in de huidige stand van de rechtspleging niet wordt bijgetreden dat de bestreden omzendbrief “een verkapt besluit van de ter zake bevoegde federale minister is, waarbij de toepassing van de bestaande wetgeving aan nieuwe modules wordt verbonden”; dat hij er op het eerste gezicht niet toe strekt de rechtsorde te wijzigen, maar wezenlijk interpretatief van aard is; dat een dergelijke circulaire niet ontvankelijk met een annulatieberoep of schorsingsvordering bestreden kan worden; dat de vordering om die reden verworpen wordt, XII-4034-4/5 BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig mei 2004, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4034-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.810 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.307 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.