id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.811 Rolnummer: A. 126837/XII-3657 Zaak: Arrest 131811 - - 27/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-03 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-04 06:59 Fiche Arrest nr 131.811 van 27 mei 2004 - Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 131.811 van 27 mei 2004 in de zaak A. 126.837/XII-
- In zake : de VZW VLAAMS KOMITEE BRUSSEL, die woonplaats kiest bij advocaat F. Judo, kantoor houdende te 1000 Brussel, Keizerslaan 3 tegen :
- het BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJKE GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaat D. Vermer, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 390, bus 12,
- de GEMEENSCHAPPELIJKE GEMEENSCHAPSCOMMIS- SIE, die woonplaats kiest bij advocaten M. Uyttendaele en Ph. Schaffner, kantoor houdende te 1050 Brussel, Kapitein Crespelstraat 2-
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de VZW Vlaams Komitee Brussel op 16 september 2002 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “beide versies van de ‘circulaire betreffende het taalhoffelijkheids- akkoord’ gedateerd op 18 juli 2002 (inzake de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn) respectievelijk 19 juli 2002 (inzake de gemeentebesturen)”; Gelet op het arrest nr. 118.134 van 8 april 2003 waarbij het verzoek tot tussenkomst van de Belgische Staat in de vordering tot schorsing wordt verworpen, de voorlopige schorsing van de tenuitvoerlegging wordt bevolen enerzijds van de 18 juli 2002 gedateerde omzendbrief betreffende het taalhoffelijkheidsakkoord van XII-3657-1/4 de leden van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscom- missie bevoegd voor bijstand aan personen en anderzijds van de 19 juli 2002 gedateerde omzendbrief betreffende het taalhoffelijkheidsakkoord van de voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, de debatten worden heropend en aan het Arbitragehof een prejudiciële vraag wordt gesteld; Gelet op het arrest 35/2004 van 10 maart 2004 van het Arbitragehof; Gelet op de beschikking van 25 maart 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 april 2004; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. Judo, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat D. Vermer, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van advocaat I. Dupont die, loco advocaten M. Uyttendaele en Ph. Schaffner verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. Colin; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat overeenkomstig artikel 5ter van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, de Raad van State tot de schorsing van een handeling kan besluiten indien ernstige middelen de vernietiging ervan rechtvaardigen op grond van artikel 5bis; dat volgens dit artikel 5bis de administratieve handelingen geen afbreuk mogen doen aan het tweetalig karakter, noch aan de op het ogenblik van de inwerkingtreding van de bepaling bestaande waarborgen die de personen van de Nederlandse en Franse taalaanhorigheid genieten in de gemeenten van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest; XII-3657-2/4 Overwegende dat in zijn arrest nr. 118.134 van 8 april 2003 de Raad van State besluit dat verzoeksters tweede en derde middel te beschouwen zijn als ernstige middelen die de vernietiging van de bestreden omzendbrieven rechtvaardigen op grond van genoemd artikel 5bis en dat de voorwaarden voor een schorsing op grond van het artikel 5ter vervuld zijn; dat tevens de Raad in het arrest meent dat er reden is in te gaan op de vraag van de eerste verwerende partij om het Arbitragehof te ondervragen over de overeenstemming van dat artikel 5ter met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, en in die omstandigheden de omzendbrieven alleen voorlopig schorst in afwachting van een definitieve uitspraak, na kennisneming van het antwoord van het Arbitragehof; Overwegende dat luidens arrest nr. 35/2004 van 10 maart 2004 van het Arbitragehof artikel 5ter van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt ten aanzien van de overheden; dat hieruit volgt dat verzoeksters vordering ook definitief moet worden ingewilligd, BESLUIT: Artikel
- Bevolen wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging van de 18 juli 2002 gedateerde omzendbrief betreffende het taalhoffelijkheidsakkoord van de leden van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie bevoegd voor bijstand aan personen, en van de 19 juli 2002 gedateerde omzendbrief betreffende het taalhoffelijkheidsakkoord van de voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. XII-3657-3/4 Artikel
- Dit arrest wordt bekendgemaakt op dezelfde wijze als de geschorste omzendbrieven. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig mei 2004, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3657-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.811 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.118.134 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.156.436 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.