id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.819 Rolnummer: A. 128939/XII-3868 Zaak: Arrest 131819 - - 27/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-07 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-04 07:00 Fiche Arrest nr 131.819 van 27 mei 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 131.819 van 27 mei 2004 in de zaak A. 128.939/XII-
- In zake : Franciscus DE CUYPER, die woonplaats kiest bij advocaat D. Lagasse, kantoor houdende te Brussel, Terhulpensesteenweg 187 tegen : het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaat J.-P. Lagasse, kantoor houdende te Brussel, Jamblinne de Meuxplein
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Franciscus De Cuyper op 5 november 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 30 mei 2002 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering om zijn vergunning tot het exploiteren van een taxidienst met behulp van drie voertuigen, die op 30 juni 2001 verliep, niet te hernieuwen; Gelet op het arrest nr. 124.580 van 24 oktober 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan verzoeker op 10 november 2003; Gelet op de kennisgeving aan verzoeker, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij verzoeker binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; XII-3868-1/3 Gelet op het schrijven van verzoeker van 12 januari 2004, waarbij hij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 6 april 2004, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 20 april 2004; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaten N. Stoessel en R. Pilcer, die verschijnen voor verzoeker, en van advocaat D. Vermer, die loco advocaat J.-P. Lagasse verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. Thys; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 124.580 van 24 oktober 2003 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing heeft verworpen; dat het verzoeker op 10 november 2003 ter kennis is gebracht; dat daarbij melding is gemaakt van genoemd artikel 17, § 4ter, en aan verzoeker is meegedeeld dat hij over een termijn van dertig dagen beschikt om eventueel een verzoek tot voortzetting van de procedure in te dienen, welk verzoekschrift vergezeld moet zijn van Belgische fiscale zegels ten bedrage van 175 EUR; Overwegende dat krachtens artikel 70, § 1, tweede lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State het recht voor het indienen van een beroep tot nietigverklaring, wanneer de schorsing van de tenuitvoerlegging wordt gevorderd, slechts verschuldigd is bij het instellen van een vordering tot voortzetting XII-3868-2/3 van de procedure en dit recht wordt gekweten door de persoon die de voortzetting van de procedure vraagt; dat op grond van artikel 71, eerste lid, b), het recht wordt gekweten door middel van fiscale zegels op het origineel van het verzoek tot voortzetting; dat de miskenning van die regel de regelmatigheid van het verzoek tot voortzetting aantast; Overwegende dat verzoeker binnen de termijn van dertig dagen na de kennisgeving van het arrest over de vordering tot schorsing weliswaar een verzoek tot voortzetting heeft toegezonden, maar niet de vereiste fiscale zegels; dat hij zich voor dat verzuim niet op overmacht of een onoverwinnelijke dwaling beroept, maar uitsluitend op een vergetelheid; dat het verzoek tot voortzetting niet regelmatig is; dat krachtens artikel 17, 4ter, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State een vermoeden van afstand van geding geldt ten aanzien van verzoeker, die niet op regelmatige wijze de voortzetting van de procedure heeft gevraagd, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig mei 2004, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-3868-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.819 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.124.580 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.