← België

Arrest 131822 - - 27/05/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.822 Rolnummer: A. 146445/XII-4022 Zaak: Arrest 131822 - - 27/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-04 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-04 07:00 Fiche Arrest nr 131.822 van 27 mei 2004 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 131.822 van 27 mei 2004 in de zaak A. 146.445/XII-

  1. In zake : André MERTENS, die woonplaats kiest bij advocaat J. Wynant, kantoor houdende te Liedekerke, Muilemstraat 10 tegen : de PROVINCIE VLAAMS-BRABANT, die woonplaats kiest bij advocaat D. Socquet, kantoor houdende te Tervuren, Merenstraat
  2. tussenkomende partij : Anja DE WOLF, wonende te Leuven, Mechelsesteenweg
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat André Mertens op 9 januari 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 23 oktober 2003 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant om Anja De Wolf met ingang van 1 augustus 1999 voor twaalf maanden op proef te benoemen als diensthoofd bij de informatiedienst; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door auditeur H. Colin; XII-4022-1/6 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 4 maart 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 april 2004; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. Lemiegre, die loco advocaat G. Wynant verschijnt voor verzoeker, en van advocaat D. Socquet, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. Colin; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant op 18 december 1997 beslist een betrekking van diensthoofd bij de informatiedienst vacant te verklaren; dat zeven kandidaten slagen in het aanwervingsexamen, onder wie verzoeker, informatieattaché bij de provincie, en Anja De Wolf; dat op 6 mei 1999 de bestendige deputatie Anja De Wolf, eerst gerangschikte laureaat van de selectieproef, voor een proeftijd van twaalf maanden benoemt als diensthoofd van de informatiedienst; dat verzoeker tegen de benoeming bij de Raad van State een vordering tot schorsing en een beroep tot annulatie instelt; dat de vordering tot schorsing wordt verworpen bij arrest nr. 83.119 van 26 oktober 1999 omdat niet het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel wordt aangetoond; dat op 21 februari 2003 de auditeur in zijn verslag over het beroep tot nietigverklaring besluit dat de beslissing van 6 mei 1999 dient te worden vernietigd; dat op 23 oktober 2003 de bestendige deputatie uit het verslag concludeert dat de enige grond tot vernietiging de foute berekeningswijze van de examenresultaten is, dat een afdoende gemotiveerd besluit evenwel mogelijk is, en dat een vernietiging van het besluit van 6 mei 1999 onafwendbaar lijkt; dat zij daarna, van oordeel zijnde “dat een intrekking XII-4022-2/6 gevolgd door een nieuw - beter gemotiveerd - besluit blijk zou geven van een goed en vooruitziend bestuur”, haar beslissing van 6 mei 1999 intrekt; dat vervolgens, nog dezelfde dag, de bestendige deputatie, na een herberekening van de examenresultaten, opnieuw besluit Anja De Wolf, eerst gerangschikte laureaat van de selectieproef, als diensthoofd bij de informatiedienst te benoemen voor een proeftijd van twaalf maanden, vanaf 1 augustus 1999; Overwegende dat Anja De Wolf vraagt in de debatten te mogen tussenkomen; dat zij de begunstigde is van de bestreden beslissing; dat er grond is op haar vraag in te gaan; Overwegende dat verwerende partij de ontvankelijkheid van de vordering betwist; dat een onderzoek van en een uitspraak over de ontvankelijkheid zich slechts zouden opdringen indien aan de grondvoorwaarden voor een schorsing voldaan is, hetgeen zoals hierna zal blijken, niet het geval is; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, met betrekking tot de tweede voorwaarde, dat verzoeker uiteenzet dat de tussenkomende partij verder ervaring kan opdoen in de functie van diensthoofd bij de informatiedienst, wijl hij tijdens het procedureverloop niet de mogelijkheid heeft feitelijke ervaring op te doen, dat bij een latere vernietiging zijn kansen om benoemd te worden duidelijk kleiner zullen zijn “aangezien met het al dan niet bezitten van deze ervaring ongetwijfeld rekening zal worden gehouden, althans in feite”, dat “deze redenering des te klemmender [is] gelet op het nadeel dat verzoeker reeds heeft ondervonden van het Besluit d.d. 6 mei 1999”, dat door de bestreden beslissing “een eventueel annulatie[...]arrest van uw raad omzeild [wordt]” XII-4022-3/6 en zijn kansen om ooit het ambt van diensthoofd van de informatiedienst uit te oefenen bijzonder klein zijn geworden, dat het moreel nadeel ernstig is aangezien er slechts één enkele functie van diensthoofd bij de informatiedienst is, dat het des te meer ernstig en moeilijk te herstellen is vermits hij duidelijk het slachtoffer is geworden van intriges, dat de bestreden beslissing zijn kansen om het beoogde ambt te bekleden tot nul herleidt, dat deze schade “niet te vergoeden [is] in natura” en evenmin “vatbaar voor een definitieve a priori begroting”; Overwegende dat de bestreden beslissing de tussenkomende partij benoemt voor een proeftijd van 12 maanden die ingaat op 1 augustus 1999, en die met andere woorden sinds 1 augustus 2000 verstreken is; dat niet spontaan duidelijk is, en verzoeker ook niet doet kennen, hoe een schorsing, die slechts voor de toekomst geldt, hem nog ervoor kan behoeden dat de tussenkomende partij in die twaalf maanden feitelijke ervaring opdoet die hij beweerdelijk niet kan verwerven; dat, overigens, ingeval het aangevochten besluit uiteindelijk vernietigd mocht worden en de verwerende partij tot een nieuwe benoeming wil overgaan, zij geen rekening zal mogen houden met de ervaring die ter uitvoering van de vernietigde benoeming is opgedaan, in rechte noch in feite; dat in principe ervan mag worden uitgegaan dat de verwerende partij zich daarnaar zal gedragen en niet in strijd met het gezag van gewijsde van het vernietigingsarrest zal handelen; dat niet blijkt waarom te dezen van dat principe zou moeten worden afgeweken; dat alvast verzoeker de verwerende partij niet tegenspreekt in zoverre zij doet gelden “dat bij de herbenoeming, na intrekking van het benoemingsbesluit van 6 mei 1999, er effectief geen rekening werd gehouden met de door Anja De [Wolf] in tussentijd opgedane ervaring in de uitgeoefende functie”; Overwegende dat het morele nadeel om bij een benoeming te worden voorbijgezien ten voordele van een andere kandidaat, vanuit het oogpunt van het administratief recht in de regel volledig wordt goedgemaakt door de vernietiging van de benoeming; dat het dan ook niet moeilijk herstelbaar voorkomt; dat verzoeker door de vernietiging normaal gezien een nieuwe kans heeft om tot diensthoofd van de informatiedienst te worden benoemd; dat het dan ook niet opgaat dat in geval van XII-4022-4/6 niet-schorsing zijn kansen “tot nul” zouden herleid worden; dat dit alleszins niet aan de hand van concrete gegevens aannemelijk wordt gemaakt; dat voorts in de huidige stand van de procedure niet wordt bijgetreden dat de bestreden beslissing een “eventueel” annulatiearrest omzeilt, noch dat verzoeker “duidelijk” het slachtoffer is van intriges; dat, eensdeels, op het eerste gezicht verwerende partij met de intrekking van de benoeming van 6 mei 1999 geenszins bedoeld heeft, zoals in het derde middel wordt betoogd, “elk rechtsgevolg te ontnemen aan het tussen te komen arrest van [de] Raad”, maar integendeel een “onafwendbaar” geachte vernietiging overbodig te maken door verzoeker zonder verder uitstel uit eigen beweging het voordeel te verschaffen dat hij met zijn beroep nastreeft: de verwijdering van de benoeming van 6 mei 1999 uit het rechtsverkeer; dat, anderdeels, de intriges waarvan verzoeker zich het slachtoffer noemt niet nader worden toegelicht en allesbehalve “duidelijk” zijn; Overwegende dat verzoeker niet genoegzaam aantoont ten gevolge van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel te lijden dat door een schorsing nuttig kan worden voorkomen; dat niet is voldaan aan de tweede grondvoorwaarde voor een schorsing; dat deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen, BESLUIT: Artikel
  4. Het verzoek tot tussenkomst van Anja De Wolf in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. XII-4022-5/6 Artikel
  5. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  6. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig mei 2004, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4022-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.822 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.199.045 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.