id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.825 Rolnummer: A. 138520/XII-3892 Zaak: Arrest 131825 - - 27/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-07 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-04 07:00 Fiche Arrest nr 131.825 van 27 mei 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 131.825 van 27 mei 2004 in de zaak A. 138.520/XII-
- In zake : Emilius VAN LOOCK, die woonplaats kiest bij advocaat D. De Bock, kantoor houdende te Antwerpen, Mechelsesteenweg 210 A tegen : de STAD ANTWERPEN, die woonplaats kiest bij advocaat R. Pockele-Dilles, kantoor houdende te Antwerpen, Stoopstraat 1, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Emilius Van Loock op 27 juni 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 7 mei 2003 van het college van burgemeester en schepenen van Antwerpen “tot onmiddellijke definitieve sluiting van de lokalen of plaatsen die in het pand Otto Veniusstraat 30, 2000 Antwerpen gebruikt worden voor prostitutie”; Gelet op het arrest nr. 126.563 van 18 december 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan verzoeker op 31 december 2003; Gelet op de kennisgeving aan verzoeker, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij verzoeker binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; XII-3892-1/4 Gelet op het schrijven van verzoeker van 20 februari 2004, waarbij hij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 6 april 2004, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 20 april 2004; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat V. Libert, die loco advocaat D. De Bock verschijnt voor verzoeker, en van advocaat A. Garmyn, die loco advocaat R. Pockele-Dilles verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd F. De Buel; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 126.563 van 18 december 2003 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing heeft verworpen; dat het verzoeker op 31 december 2003 ter kennis is gebracht; dat daarbij melding is gemaakt van genoemd artikel 17, § 4ter, en aan verzoeker is meegedeeld dat hij over een termijn van dertig dagen beschikt om eventueel een verzoek tot voortzetting van de procedure in te dienen, welk verzoekschrift vergezeld moet zijn van Belgische fiscale zegels ten bedrage van 175 EUR; Overwegende dat krachtens artikel 70, § 1, tweede lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State het recht voor het indienen van een beroep tot nietigverklaring, wanneer de schorsing van de tenuitvoerlegging wordt XII-3892-2/4 gevorderd, slechts verschuldigd is bij het instellen van een vordering tot voortzetting van de procedure en dit recht wordt gekweten door de persoon die de voortzetting van de procedure vraagt; dat op grond van artikel 71, eerste lid, b), het recht wordt gekweten door middel van fiscale zegels op het origineel van het verzoek tot voortzetting; dat de miskenning van die regel de regelmatigheid van het verzoek tot voortzetting aantast; Overwegende dat verzoeker binnen de termijn van dertig dagen na de kennisgeving van het arrest over de vordering tot schorsing weliswaar een verzoek tot voortzetting heeft toegezonden, maar niet de vereiste fiscale zegels; dat hij zich voor dat verzuim niet op overmacht of een onoverwinnelijke dwaling beroept, maar uitsluitend op een “omissie”; dat het verzoek tot voortzetting niet regelmatig is; dat krachtens artikel 17, 4ter, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State een vermoeden van afstand van geding geldt ten aanzien van verzoeker, die niet op regelmatige wijze de voortzetting van de procedure heeft gevraagd, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van verzoeker. XII-3892-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig mei 2004, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-3892-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.825 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.126.563 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.