← België

Arrest 131829 - - 27/05/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.829 Rolnummer: A. 149157/XII-4107 Zaak: Arrest 131829 - - 27/05/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-04 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-07-04 07:00 Fiche Arrest nr 131.829 van 27 mei 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 131.829 van 27 mei 2004 in de zaak A. 149.157XII-

  1. In zake : Geert WIJNANTS, die woonplaats kiest bij advocaat R. Gielen, kantoor houdende te Kasterlee, Isschot 20 tegen : de STAD ANTWERPEN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Geert Wijnants op 20 maart 2004 heeft ingediend om -volgens het gevraagde bepalend gedeelte ervan- de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “de beslissing van de stad Antwerpen, Techniek, aankoop en logistiek dd. 20 januari 2004, betekend aan verzoeker op 23 januari 2004, houdende uitspraak over het feit dat zijn offerte niet als de meest voordelige regelmatige werd weerhouden inzake de openbare aanbesteding van 13 november 2003 betreffende het vernieuwen van een elektrische installatie in de Stedelijke Basisschool te 2100-Deurne, A. Bevernagelei, 65, bestek : TL/03/7043 en dienvolgens te besluiten tot een schadevergoeding van 10% voor verzoeker, als inschrijver van de gemiste kans, wat de enig mogelijke voorziening is die in casu rest”; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; XII-4107-1/4 Gezien het verslag opgesteld door auditeur L. Vermeire; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 17 mei 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 mei 2004; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat R. Gielen, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat J. Deridder, die loco advocaat Chr. Coen verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur L. Vermeire; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verwerende partij in haar nota opwerpt dat de Raad van State geen rechtsmacht heeft om over de vordering uitspraak te doen, in zoverre verzoeker de Raad vraagt “te besluiten tot een schadevergoeding van 10%”; dat die vordering lijkt te steunen op een fout van de verwerende partij, namelijk het nemen van een toewijzingsbeslissing op een onrechtmatige wijze; dat een dergelijke betwisting kadert in artikel 15 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, luidens welke bepaling een inschrijver die bij een aanbesteding de laagste regelmatige offerte indiende, recht krijgt op 10 procent schadeloosstelling; dat dergelijke betwistingen een subjectief recht betreffen en krachtens de artikelen 144 en 145 van de Grondwet tot de rechtsmacht van de gewone rechter behoren; dat de exceptie dienvolgens een hoge grond van ernst vertoont die de Raad van State ertoe brengt ze reeds in de huidige stand van de procedure te aanvaarden; dat de vordering tot schadevergoeding niet ontvankelijk is; XII-4107-2/4 Overwegende, voorts, dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat verzoeker onder meer betoogt dat hij grote voorraden heeft ingeslagen om dadelijk te kunnen inspelen op de openbare aanbestedingen om scherpere prijzen te kunnen aanbieden, dat hij vast personeel in dienst heeft, en door zijn scherpe prijzen er mag op vertrouwen dat hij bij openbare aanbestedingen werken verkrijgt; dat hij klaarblijkelijk door de huidige procedure beoogt een nieuwe kans te scheppen om zelf de in het geding zijnde opdracht alsnog toegewezen te krijgen; Overwegende dat de gevraagde schorsing in het voorliggende geschil een beslissing betreft die betrekking heeft op een overheidsopdracht waaromtrent de overeenkomst reeds tot stand is gekomen; dat zulks door geen van de partijen wordt betwist en blijkt uit een aangetekende brief van 17 februari 2004 uitgaande van de verwerende partij; dat in die brief kennis wordt gegeven aan de tweede laagste inschrijver dat haar de opdracht is toegewezen; dat de gevraagde schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing niet de schorsing zou meebrengen van de tot stand gekomen overeenkomst aangezien het tot de uitsluitende bevoegdheid van de gewone rechtbanken behoort om de uitvoering van een overeenkomst te schorsen; XII-4107-3/4 Overwegende dat bijgevolg het nadeel waardoor de verzoekende partij aanvoert te zijn bedreigd, niet kan worden tenietgedaan of vermeden door een schorsingsarrest van de Raad van State aangezien zelfs bij een dergelijke schorsing het bestaan van de voormelde overeenkomst blijft verhinderen dat het de verzoekende partij is die de betrokken opdracht uitvoert; Overwegende dat aan de tweede van de door het voormelde artikel 17 gestelde voorwaarden niet is voldaan; dat die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen, BESLUIT: Artikel
  2. De vorderingen worden verworpen. Artikel
  3. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig mei 2004, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4107-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.829 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.633 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.