← België

Arrest 131945 - - 01/06/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.945 Rolnummer: A. 136517/XII-3859 Zaak: Arrest 131945 - - 01/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-07 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-04 07:01 Fiche Arrest nr 131.945 van 1 juni 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 131.945 van 1 juni 2004 in de zaak A. 136.517/XII-

  1. In zake : Frédéric HAUWAERT, wonende te Aalst, Hyacinthenstraat 24 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP. ------------------------------------------------------------------------------------------------ --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Frédéric Hauwaert op 10 mei 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 13 maart 2003 waarbij hij niet geslaagd wordt verklaard voor het taalexamen, hoger onderwijs, derde graad met het oog op het behalen van een getuigschrift van voldoende kennis van de Nederlandse taal; Gelet op het arrest nr. 125.550 van 20 november 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan verzoeker op 25 november 2003; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; XII-3859-1/3 Gelet op de kennisgeving aan verzoeker, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij hij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat verzoeker niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 125.550 van 20 november 2003 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing heeft verworpen; Overwegende dat verzoeker geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennis- geving van het arrest; dat te zijnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  2. De afstand van het geding wordt vastgesteld. XII-3859-2/3 Artikel
  3. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op een juni 2004, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-3859-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.945 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.125.550 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.