← België

Arrest 131999 - - 03/06/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.999 Rolnummer: A. 72996/VII-15138 Zaak: Arrest 131999 - - 03/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-16 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-04 07:03 Fiche Arrest nr 131.999 van 3 juni 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 131.999 van 3 juni 2004 in de zaak A. 72.996/VII-15.138. In zake : Jean-Pierre GALLE, die woonplaats kiest bij Advocaat A. PATYN, kantoor houdende te EVERGEM, Schoonstraat 64 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij Advocaat J. NIJS, kantoor houdende te DENDERMONDE, Noordlaan 82-84. ----------------------------------------------------------------------------------------------- ---- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jean-Pierre GALLE op 27 januari 1997 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling van 27 november 1996 waarbij het beroep aangetekend tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 30 mei 1996 in de mate dat die beslissing aan verzoeker de vergunning weigert om zijn pluimveebedrijf, gelegen te Knesselare, Heirstraat, 1 A, te veranderen door uitbreiding met 19.800 leghennen tot een totaal van 59.000 dieren, ongegrond wordt verklaard en het beroepen besluit wordt bevestigd; Gelet op het arrest nr. 66.411 van 27 mei 1997 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door verzoeker; VII-15.138-1/8 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 4 februari 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 20 februari 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 maart 2004; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van Advocaat V. DE WIT die, loco Advocaat J. NIJS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. De feiten Overwegende dat de feiten als volgt kunnen worden samengevat : 1.1. De betwisting betreft de exploitatie van een pluimveebedrijf te Knesselare aan de Heirstraat 1A. De exploitatie gebeurt door de b.v.b.a. EIROGADO. Verzoeker en zijn echtgenote zijn de enige aandeelhouders van deze vennootschap, verzoeker is zaakvoerder. VII-15.138-2/8 1.2. Bij besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 23 april 1992 wordt vergunning verleend voor de exploitatie van een legkippenbedrijf met 40.000 legkippen voor een periode eindigend op 22 april 2012. Bij besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 23 maart 1995 wordt de aktename geweigerd van de melding voor de uitbreiding van een legkippenbedrijf met 19.660 leghennen tot een totaal van 59.600 dieren. 1.3. Op 13 december 1995 dient verzoeker een aanvraag in tot uitbreiding van een legkippenbedrijf en lozing van huishoudelijk afvalwater in een oppervlaktewater. De aanvraag wordt ontvankelijk en volledig verklaard op 21 december 1995. Op 30 mei 1996 besluit de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen de vergunning te weigeren voor de uitbreiding van een bestaand pluimveebedrijf met 19.800 leghennen, en wordt de vergunning verleend voor de lozing van huishoudelijk afvalwater in oppervlaktewater via een septische put, voor een termijn tot 22 april 2012. 1.4. Met een aangetekend schrijven van 26 juni 1996 stelt verzoeker beroep in tegen het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 30 mei 1996, wat betreft de weigering van de uitbreiding. 1.5. Nadat in het kader van de beroepsprocedure een aantal adviezen werden uitgebracht, wordt op 27 november 1997 door de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling de bestreden beslissing genomen : het beroep wordt ongegrond verklaard; 2. De ontvankelijkheid van het beroep 2.1. Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord volgende exceptie opwerpt : "Uit de feitelijke gegevens blijkt dat niet verzoeker de exploitatie waarneemt van de inrichting, doch wel de BVBA EIROGADO. Verzoeker en zijn echtgenote zijn, aldus verzoekers uiteenzetting, de enige aandeelhouders van deze vennootschap waarvan verzoeker de enige zaakvoerder is. VII-15.138-3/8 Verzoekster houdt bovendien voor dat deze vennootschap Deze vaststellingen nopen ertoe te besluiten dat enkel de BVBA EIROGADO er als exploitant (mogelijks ook eigenaar ?) van het pluimveebedrijf belang bij heeft dat de gevraagde uitbreiding van het aantal dieren wordt vergund"; 2.2. Overwegende dat in de memorie van wederantwoord verzoeker er op wijst dat hij als titularis van de basisvergunning en als aanvrager van de uitbreiding van deze basisvergunning de keuze heeft om de exploitatie van de aangevraagde uitbreiding van de vergunning zelf waar te nemen dan wel ze te verhuren aan de b.v.b.a. EIROGADO en dat in beide hypotheses de bestreden beslissing een invloed heeft op zijn inkomen en/of op de leefbaarheid van zijn bedrijf; dat hij dienaangaande preciseert : "- in geval van exploitatie van de aangevraagde uitbreiding in eigen naam en voor eigen rekening van verzoeker, heeft dit een invloed op zijn inkomen doordat de aangevraagde uitbreiding, voor hem een inkomen zal genereren van 1.188.730 fr/jaar (zie p. 12 van stuk 11; verzoekschrift tot schorsing). In deze hypothese heeft verzoeker alleszins het rechtens vereiste belang, om de nietigverklaring te vorderen van het besluit dat de aangevraagde uitbreiding niet toestaat. - in geval dat de exploitatie van de aangevraagde uitbreiding toevertrouwd wordt aan de BVBA EIROGADO, heeft dit een invloed op, * verzoeker zijn inkomen, (

  1. a)doordat de BVBA EIROGADO hem een vergoeding zal betalen voor het gebruiksrecht van de uitbreiding van de vergunning en (
  2. b)doordat de verhoogde productiecapaciteit van de BVBA EIROGADO, aanleiding zal geven tot een grotere winstmarge, waaruit dat verzoeker zich als enige zaakvoerder van de BVBA (stuk 5/a en 5/
  3. b)een vergoeding als zaakvoerder zal kunnen toekennen, wat bij de thans vergunde capaciteit niet mogelijk is, doordat de winstmarge te klein is (zie p. 10 en 11 van stuk 11; verzoekschrift tot schorsing en de aldaar aangehaalde stukken). Ook in deze hypothese geeft de onmiskenbare invloed van de bestreden beslissing op verzoeker zijn inkomen hem alleszins het rechtens vereiste belang, om de nietigverklaring te vorderen van het besluit dat de aangevraagde uitbreiding niet toestaat. * de leefbaarheid van de BVBA EIROGADO, doordat de omvang van veebezetting die in het bedrijf mag gehouden worden, van doorslaggevend belang is voor de leefbaarheid van het bedrijf. Als aandeelhouder, is verzoeker samen met zijn echtgenote (mede-)eigenaar van de BVBA EIROGADO (stuk 5/a), zodat de leefbaarheid van de vennootschap zijn patrimoniale belangen raakt; aandelen van een niet leefbare (failliete) vennootschap zijn waardeloos. Bijgevolg heeft verzoeker ook om die reden, het rechtens vereiste belang om de nietigverklaring te vorderen van een besluit dat de aangevraagde uitbreiding niet toestaat. Uw Raad oordeelde reeds in een vergelijkbare zaak, dat de zaakvoerder/vennoot van een vennootschap een toereikend persoonlijk belang heeft om een maatregel aan te vechten, betreffende de exploitatie VII-15.138-4/8 van de inrichting waarvan dat hij de zaakvoerder is (R.v.St., BVBA X- MANIA en consoorten, nr. 53.398, 19 mei 1995)"; dat hij besluit dat hij door de bestreden beslissing een persoonlijk, rechtstreeks, zeker en actueel nadeel lijdt, namelijk inkomstenverlies en patrimoniale schade en dat bovendien de nietigverklaring van de bestreden beslissing hem een persoonlijk voordeel zal verschaffen gelegen in de toename van het inkomen en behoud van het patrimonium, zodat hij het vereiste belang heeft om de vernietiging van de bestreden beslissing te vorderen; 2.3.1.1. Overwegende dat luidens artikel 2, 2/ en 3/, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (milieuvergunningsdecreet) als "exploitant" wordt beschouwd : "elke natuurlijke of rechtspersoon die een inrichting exploiteert of voor wiens rekening een inrichting wordt geëxploiteerd", en "exploiteren" is : "in werking stellen of houden, gebruiken, installeren of in stand houden van een inrichting (...)"; dat dienaangaande de bevoegde minister naar aanleiding van de parlementaire voorbereiding van het milieuvergunningsdecreet in de Commissie voor Leefmilieu en Waterbeleid verklaarde dat de woorden "of voor wiens rekening een inrichting wordt geëxploiteerd", noodzakelijk zijn, omdat het in de praktijk dikwijls voorkomt dat een eigenaar een bedrijf laat exploiteren door een aangestelde en dat de eigenaar in dat geval de eigenlijke "exploitant" en de "juridisch verantwoordelijke" blijft (Vlaamse Raad, stuk 291 (1984-1985), nr. 14, p. 21); dat het dan ook de "exploitant" is in de zin van de definitie die het milieuvergunningsdecreet aan die term geeft, die uitsluitend de adressaat is van de rechten en de verplichtingen die voortspruiten uit het milieuvergunningsdecreet; dat dit ook logisch is, vermits het hele milieuvergunningssysteem onwerkbaar zou zijn, indien de exploitant zich zou kunnen verschuilen achter allerlei juridische constructies om aan de uit het milieuvergunningsdecreet voortspruitende verplichtingen te ontsnappen; dat derhalve alleen de "exploitant", als titularis van de uit het milieuvergunningsdecreet voortspruitende rechten, titularis is van de vorderings- rechten die in verband daarmee ten bate van de inrichting die hij exploiteert kunnen uitgeoefend worden; dat hij dan ook de enige is die de vereiste kwaliteit en hoedanigheid heeft om de daarop betrekking hebbende rechtsvorderingen in te stellen; dat dit ook logisch is; dat immers de belangen van de exploitant en deze van de persoon die voor zijn rekening werkt, onder welk juridisch statuut dan ook, niet steeds noodzakelijk gelijklopend zijn; VII-15.138-5/8 2.3.1.2. Overwegende bovendien dat artikel 2 van het algemeen procedurereglement voorschrijft dat het verzoekschrift onder meer de hoedanigheid vermeldt van de verzoekende partij, hetgeen er ook op wijst dat ook die partij over de vereiste hoedanigheid dient te beschikken; 2.3.2. Overwegende dat uit de neergelegde stukken, in het bijzonder uit de oprichtingsakte van de b.v.b.a. EIROGADO, de balans voor het boekjaar 1996, uit de kredietverlening vanwege de Kredietbank van 17 juli 1992, de diverse aanslagbiljetten inzake de personenbelasting van verzoeker en zijn echtgenote, alsook uit de mestexportovereenkomst met de b.v.b.a. FREDOTRANS blijkt dat de b.v.b.a. EIROGADO, waarvan verzoeker zaakvoerder is, de exploitant van de inrichting is in de zin van artikel 2 van het milieuvergunningsdecreet en dat verzoeker voor de b.v.b.a. de uitbating waarneemt en daarvoor een bezoldiging ontvangt; dat het feit dat de bestreden beslissing de vergunning aan verzoeker weigert daar niets aan afdoet; dat, immers, gelet op het feit dat verzoeker de vergunningsaanvraag zelf had ingediend en administratief beroep had aangetekend, de verwerende partij niet kan worden verweten dat zij verzoeker als exploitant heeft beschouwd; dat dit gegeven hoe dan ook geen gevolgen heeft voor de procesbevoegdheid van verzoeker; dat op het ogenblik dat de b.v.b.a. EIROGADO de exploitatie effectief heeft opgestart of heeft overgenomen zij de exploitant is geworden ook al zou die overname ten onrechte niet zijn gemeld; dat het dan ook de b.v.b.a. EIROGADO is die adressaat is van de rechten en plichten die voortspruiten uit het milieuvergunningsdecreet en dat het de b.v.b.a. is die titularis is van de vorderingsrechten die in verband daarmee kunnen worden uitgeoefend; dat dienvolgens moet worden vastgesteld dat verzoeker niet de vereiste hoedanigheid heeft om de voorliggende vordering in te stellen; dat het betoog van verzoeker enkel betrekking heeft op zijn belang en niet op zijn hoedanigheid zodat het niet ter zake doet, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep wordt verworpen. Artikel 2. VII-15.138-6/8 De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van verzoeker. VII-15.138-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie juni tweeduizend en vier, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-15.138-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.999 Gerelateerde publicatie(
  4. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1997:ARR.66.411 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.