id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.006 Rolnummer: A. 77504/VII-16433 Zaak: Arrest 132006 - - 03/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-17 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-04 07:03 Fiche Arrest nr 132.006 van 3 juni 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 132.006 van 3 juni 2004 in de zaak A. 77.504/VII-16.
- In zake : de gemeente ZAVENTEM, die woonplaats kiest bij Advocaten A. DE BECKER en A. DANCKAERT, kantoor houdende te BRUSSEL, Ernest Allardstraat 35-37 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij Advocaat D. DE GREEF, kantoor houdende te ZELLIK, Noorderlaan 30 tussenkomende partij : de n.v. ALUMETAL, die woonplaats kiest bij Advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te BRUSSEL, Aarlenstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente ZAVENTEM op 12 februari 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : "het besluit van de Vlaamse minister van leefmilieu en tewerkstelling van 17 december 1997, houdende uitspraak over het beroep aangetekend tegen de beslissing van 12 juni 1997 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant, houdende verlenen van de vergunning door aktename van de melding aan de n.v. ALUMETAL om een inrichting te veranderen, gelegen te 1930 Zaventem, H. Henneaulaan nr. 12, beslissing die het beroep van verzoek- ster ontvankelijk doch ongegrond verklaart en de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant bevestigt."; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 14 augustus 2004 ingediend door de n.v. ALUMETAL; VII-16.433-1/6 Gelet op de beschikking van 2 september 1998 die de tussenkomst van de n.v. ALUMETAL toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. SOURBRON; Gelet op de beschikking van 24 juni 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 2 april 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 mei 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. DE BECKER, die verschijnt voor de verzoekende partij, van Advocaat K. DE SAEDELEER die, loco Advocaat D. DE GREEF verschijnt voor de verwerende partij en van Advocaat P.-J. VERVOORT die, loco Advocaat P. FLAMEY verschijnt voor de tussenkomen- de partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. SOURBRON; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De procedure Overwegende dat de tussenkomende partij vraagt dat voorliggende zaak samengevoegd zou worden met het annulatieberoep dat de verzoekende partij heeft ingesteld tegen het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling van 6 mei 1996 houdende de basisvergunning voor de inrichting (zaak gekend onder nr. A. 69.681/VII-14.316); dat dit verzoek zonder voorwerp is gelet VII-16.433-2/6 op het eindarrest nr. 104.479 van 7 maart 2002 dat inmiddels in deze zaak werd gewezen;
- De feiten Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak als volgt kunnen worden weergegeven: 2.
- De tussenkomende partij exploiteert een inrichting voor het behandelen van aluminiumprofielen en -platen aan de H. Henneaulaan 12 te Zaventem. Deze inrichting is gelegen in een gebied voor ambachtelijke bedrijven of voor kleine en middelgrote ondernemingen volgens het bij koninklijk besluit van 7 maart 1977 vastgestelde gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse; De inrichting wordt geëxploiteerd op grond van een op 6 mei 1996 door de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling verleende milieuvergun- ning die geldig is voor een periode van 20 jaar. De verzoekende partij heeft tegen die vergunning een annulatieberoep ingesteld bij de Raad van State (zaak gekend onder nr. A. 69.681/VII-14.316). Bij arrest nr. 104.479 van 7 maart 2002 is dat beroep verworpen. In voormelde vergunning werd de volgende bijzondere voorwaarde opgelegd : "Artikel 4 : de exploitant dient binnen de 6 maand na ondertekening van onderhavig besluit in overleg met een milieudeskundige, erkend in de discipline bodem, een saneringsplan op te stellen met een concept van nog noodzakelijk te treffen maatregelen m.b.t. bodem- en grondwaterbescherming. Het sanerings- plan dient ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de Afdeling Milieuvergun- ningen. In het saneringsplan worden tevens uitvoeringstermijnen voor de respektievelijke saneringen voorgelegd. Deze termijnen mogen de datum van 1 juli 1998 niet overschrijden". 2.
- Op 28 januari 1997 meldt de tussenkomende partij aan de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant de verandering van de inrichting door : - het buiten gebruik stellen van een ondergrondse houder voor de opslag van 20.000 l stookolie en de vervanging ervan door een bovengrondse opslag van 7.000 l; - het opsplitsen van het te lozen afvalwater met een debiet van 150 m3 per dag, in twee stromen van maximum 40 m3 per dag koelwater en maximum 110 m3 per dag bedrijfsafvalwater; VII-16.433-3/6 - het plaatsen van een behandelingsinstallatie voor het bedrijfsafvalwater, bestaande uit 2 neutralisatietanken met mengers, 3 pompen en een filterpers; - het verplaatsen van een vergunde compressor naar een andere bedrijfshal; - een stalplaats voor 6 slibcontainers voor de filterpers met een inhoud van 1.500 l elk; - het verplaatsen van de vergunde opslag natriumhydroxide; - het vernieuwen van een behandelingsbad bestaande uit 4 spoelbaden en het renoveren van de overige behandelingsbaden; - het uitbreiden van de opslag van oxiderende, schadelijke, corrosieve en irriterende stoffen met 6.120 kg of 3.400 l zwavelzuur van 98 %. 2.
- Bij besluit van 12 juni 1997 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant wordt de gevraagde vergunning bij aktename verleend. 2.
- Op 18 juli 1997 stelt de verzoekende partij bij de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling administratief beroep in tegen voormeld besluit. 2.
- In het kader van de beroepsprocedure zijn de verschillende adviezen gunstig voor de betrokken inrichting. 2.
- Met een besluit van 17 december 1997 van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling wordt het beroep van de verzoekende partij ongegrond verklaard en wordt het beroepen besluit van 12 juni 1997 bevestigd. Dit is de bestreden beslissing;
- De ontvankelijkheid 3.
- Overwegende dat de verwerende partij opwerpt dat de verzoeken- de partij niet beschikt over het rechtens vereiste belang bij het annulatieberoep; dat zij terzake het volgende stelt : "In werkelijkheid is deze annulatieprocedure gericht tegen het M.B. van 6 mei 1996 en niet tegen het thans bestreden M.B. van 17/12/
- Welk belang heeft verzoekende partij trouwens bij de vernietiging van de bestreden beslissing ? Deze hangt af (van) en heeft geen reden van bestaan zonder het M.B. van 6 mei
- Op te merken valt bovendien dat de verzoekende partij wanneer zij beroep aantekent tegen het besluit van de Bestendige Deputatie, zij geen enkel bezwaar of aanspraak laat gelden. VII-16.433-4/6 Dit laat vermoeden dat de gemeente eerder uit opportunisme een annulatiebe- roep inleidt i.p.v. op juridische gronden."; 3.
- Overwegende dat de verzoekende partij in haar memorie van wederantwoord betoogt dat voorliggende vordering, hoewel ze "aansluit" bij het eerdere annulatieberoep gekend onder nr. A. 69.681/VII-14.316, wel degelijk gericht tegen is tegen het ministerieel besluit van 17 december 1997, dat haar belang gelegen is in het feit dat voormeld besluit de bekrachtiging inhoudt van "de beslissing van de Bestendige Deputatie, dewelke een vergunning verleent door aktename aan de N.V. ALUMETAL, om haar inrichting gelegen te 1930 ZAVENTEM, H. Henneaulaan nr. 12 te veranderen en verder te exploiteren", dat het indienen van voorliggend verzoekschrift geenszins getuigt van "opportunisme" en dat de middelen die eertijds zijn aangevoerd in de zaak nr. A. 69.681/VII-14.316 "eveneens gelden voor onderhavig verhaal"; dat de verzoekende partij geen laatste memorie heeft ingediend; 3.
- Overwegende dat in het inleidend verzoekschrift niet wordt uiteengezet welk belang de verzoekende partij concreet kan laten gelden bij de nietigverklaring van het ministerieel besluit dat het voorwerp is van haar beroep; dat de verzoekende partij niet uiteenzet waarom het bestreden besluit voor haar griefhoudend is, terwijl nochtans uit de motivering van dat besluit valt af te leiden dat de vraag tot aktename die de tussenkomende partij heeft ingediend rechtstreeks verband houdt met de uitvoering van het saneringsplan dat met het oog op de "bescherming van bodem en grondwater" werd opgelegd in de milieuvergunning van 6 mei 1996; dat de verzoekende partij niet aantoont hoe haar belangen nadelig kunnen worden beïnvloed door de voorgenomen veranderingen die geen toename van de hinder van de bestaande inrichting tot gevolg hebben; dat in het bestreden besluit integendeel wordt overwogen dat door het in gebruik nemen van de afvalwaterzuiveringsinstallatie het risico op verontreiniging van oppervlaktewater "afneemt", de kans op hinder door de stookolieopslag "verder gereduceerd" wordt en een "vermindering" van het risico op bodem- en grondwaterverontreiniging gerealiseerd is door de renovatie van de behandelingsbaden; dat de verzoekende partij, geconfronteerd met het standpunt van de verwerende partij waarbij het belang bij de gevraagde vernietiging formeel wordt betwist, in haar memorie van wederant- woord niet verder komt dan de puur feitelijke vaststelling dat met het bestreden besluit de beroepen beslissing van de bestendige deputatie wordt bevestigd, hetgeen echter nietszeggend is met betrekking tot de in de exceptie opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid; dat de exceptie gegrond is, VII-16.433-5/6 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie juni tweeduizend en vier, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-16.433-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.006 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.