id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.035 Rolnummer: A. 152244/VII-32673 Zaak: Arrest 132035 - - 03/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-07 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-07-04 07:04 Fiche Arrest nr 132.035 van 3 juni 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 132.035 van 3 juni 2004 in de zaak A. 152.244/XIV-19.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat S. SAROLEA, kantoor houdende te 1400 NIJVEL, rue Saint André 5 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 24 november 1976 en van XXX nationaliteit, op 1 juni 2004 (datum griffiestempel) heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het bevel van 25 mei 2004 om het grondgebied van het Rijk te verlaten van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op dezelfde datum; Gelet op de beschikking van 1 juni 2004 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 8 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 1 juni 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 2 juni 2004 om 11.15 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; XIV-19.708-1/3 Gehoord de opmerkingen van Advocaat T. BIENSTMAN die, loco Advocaat S. SAROLEA verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat C. DECORDIER die, loco Advocaat E. MATTERNE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 1.
- Overwegende dat, wat de eerste voorwaarde van voormeld artikel 17, §§ 1 en 2, betreft, het bestreden bevel bepaalt dat verzoeker het grondgebied van het Rijk moet verlaten uiterlijk op 24 juni 2004; dat hij bijgevolg met zijn verzoekschrift van 1 juni 2004 diligent en alert heeft gehandeld, zodat is voldaan aan de eerste cumulatieve voorwaarde van voornoemd artikel 17, §§ 1 en 2; 1.
- Overwegende dat, wat de tweede voorwaarde van voormeld artikel 17, §§ 1 en 2, betreft, verzoeker een enig middel afleidt uit de schending van artikel 62 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet), doordat het bestreden bevel enkel steunt op de niet-erkenning van verzoeker als politiek vluchteling, terwijl hij op 20 april 2004 een verzoekschrift indient bij de Dienst Vreemdelingenzaken op basis van artikel 9, lid 3, van de Vreemdelingenwet, waarover nog geen uitspraak werd gedaan; Overwegende dat het bestreden bevel zijn rechtsgrond tevens vindt in de niet betwiste omstandigheid dat verzoeker langer verblijft dan “de overeenkomstig art 6 bepaalde termijn of er niet in slaagt het bewijs te leveren dat hij deze termijn niet overschreden heeft (Wet van 15 december 1980, art. 7, alinea 1, 2/).”; dat verzoeker op het eerste gezicht deze rechtsgrond niet betwist; Overwegende dat een aanvraag ingediend op basis van artikel 9, lid 3 van de Vreemdelingenwet, de uitvoerbaarheid van het bevel niet opschort, dat zijn rechtsgrond vindt in de motieven opgenomen in dit bevel, zoals in casu; dat bij een eventuele schorsing van XIV-19.708-2/3 dit bevel de rechtstoestand van verzoeker niet wijzigt, zodat de verwerende partij hetzelfde bevel zou moeten nemen ook als het vorig bevel wordt geschorst, omdat na schorsing van het bestreden bevel verzoeker nog steeds zonder verblijfsrecht en dus illegaal op het grondgebied verblijft; dat verzoeker op het eerste gezicht niet aantoont dat een bepaling van materieel recht zou zijn geschonden, waaruit prima facie zou kunnen worden afgeleid dat het indienen van een regularisatieaanvraag op grond van artikel 9, lid 3, van de Vreemdelingenwet de uitvoerbaar- heid zou opschorten van een bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, of zou verhinderen dat na het indienen ervan nog een dergelijk bevel aan de vreemdeling wordt gegeven; dat het enig middel niet ernstig is;
- Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede van de door artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden; dat deze vaststelling volstaat om het verzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten worden voorbehouden. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie juni tweeduizend en vier, door : de H. D. MOONS, wnd. Kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. R. VAN DEN EECKHOUT, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, R. VAN DEN EECKHOUT. D. MOONS. XIV-19.708-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.035 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.