id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.161 Rolnummer: A. 103854/VII-31666 Zaak: Arrest 132161 - - 09/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-18 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-04 07:07 Fiche Arrest nr 132.161 van 9 juni 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 132.161 van 9 juni 2004 in de zaak A. 103.854/VII-31.666 In zake : XXX die woonplaats kiest bij advocaat J. HELSEN, kantoor houdende te 2640 MORTSEL, Pieter Reypenslei 25 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Libanese nationaliteit, op 25 april 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing houdende bevel om het grondgebied te verlaten genomen op 20 maart 2001 en aan verzoekende partij betekend op 26 maart 2001; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 22 mei 2001 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dit verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 18 februari 2004 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 19 mei 2004; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; VII-31.666-1/3 Gehoord de opmerkingen van advocaat E. WAUTERS, die, loco advocaat J. HELSEN, verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de auditeur in zijn verslag de toepassing voorstelt van artikel 26 van het hoger genoemde koninklijk besluit; dat uit het dossier en de processtukken blijkt dat de zaak zonder verdere voorafgaande maatregelen, in een verkorte procedure, kan worden behandeld zoals voorzien door dit artikel;
- Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : Op 26 maart 2001 ontving de verzoekende partij kennisgeving van een bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, dat als volgt is gemotiveerd: "(...) Motivering: art. 7, 1, 1 wet 15.12.1980 betrokkene verblijft in het Rijk zonder houder te zijn van de vereiste documenten: geen visum. Het feit van echtgenoot te zijn van een Belgische onderdaan stelt betrokkene niet vrij van de verplichting in het bezit te zijn van de vereiste binnenkomstdocumenten zoals voorzien in de artikels 2 en 41 van de wet van 15.12.1980 en de artikels 43 en 61 van het K.B. van 8.10.1981 gewijzigd door het K.B. van 12.6.
- Er kan geen toepassing gemaakt worden van artikel 44 van de wet van 15.12.1980: betrokkene die niet over de binnenkomstdocumenten beschikt die door het Europees Gemeenschapsrecht en de Belgische wet vereist zijn, kan niet bewijzen dat hij recht op toegang tot de beschikkingen m.b.t. EU-onderdanen en gelijksgestelden heeft. Indien dit bevel niet opgevolgd wordt, loopt hij/zij gevaar, onverminderd rechtsvervolging overeenkomstig artikel 57 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, naar de grens te worden geleid en te dien einde te worden opgesloten gedurende de periode die strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de maatregel overeenkomstig artikel 27 van dezelfde wet.". Dit is de bestreden beslissing.
- Overwegende dat uit informatie, verschaft door de verzoekende partij, blijkt dat zij op 26 september 2003 een nieuw bevel ontving om het grondgebied van het Rijk te verlaten, omdat zij door haar gedrag de openbare orde had geschaad; dat uit de motivering van dit bevel blijkt dat zij door het Hof van Beroep te Brussel op 5 december VII-31.666-2/3 2001 werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar wegens het bezit van, verkoop en het te koop stelen van verdovende middelen; dat de raadsman van de verzoekende partij bij brief van 3 oktober 2003 liet weten dat hij “weliswaar beroep aantekent bij de minister” en stelt dat de huidige procedure “niet zonder belang of voorwerp is daar mijn cliënt ten allen tijde kan uitgezet worden”; dat echter niet blijkt dat, zoals de verzoekende partij het beweert, zij bij de Raad van State een annulatieberoep heeft ingediend tegen de beslissing van 5 december 2001 en dat in de brief van 3 oktober 2003 niet concreet wordt uiteengezet waarin het belang van de verzoekende partij bij het verderzetten van huidig annulatieberoep nog zou bestaan; dat een nietigverklaring van de thans bestreden beslissing in de gegeven omstandigheden niet zal beletten dat de verzoekende partij toch nog het land - vrijwillig of gedwongen - zal moeten verlaten; dat ter terechtzitting daaromtrent evenmin enige uitleg werd gegeven; dat deze vaststelling volstaat om het beroep en de vordering tot schorsing, als onontvankelijk af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen juni tweeduizend en vier, door de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. V. VERTONGEN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, V. VERTONGEN. E. BREWAEYS. VII-31.666-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.161 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div