← België

Arrest 132240 - - 10/06/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.240 Rolnummer: A. 125434/XII-3623 Zaak: Arrest 132240 - - 10/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-28 Raadplegingen: 48 - laatst gezien 2026-07-04 07:09 Fiche Arrest nr 132.240 van 10 juni 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 132.240 van 10 juni 2004 in de zaak A. 125.434/XII-

  1. In zake : Jan Baptiste BIJNENS, die woonplaats kiest bij advocaat L. Bijnens, kantoor houdende te Genk, Grotestraat 119 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de gouverneur van de provincie Limburg. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jan Bijnens op 14 augustus 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 19 juli 2002 van de gouverneur van de provincie Limburg waarbij acht vergunningen tot bezit van een verweerwapen worden ingetrokken; Gelet op het arrest nr. 114.936 van 23 januari 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 21 februari 2003 ingediend door verzoeker; Gezien de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd P. De Wolf; Gelet op de beschikking van 7 oktober 2003, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; XII-3623-1/4 Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan verzoeker op 26 november 2003; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan verzoeker, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij hij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Gelet op het 30 maart 2004 gedateerd schrijven van verzoeker waarin hij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 30 april 2004, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 18 mei 2004; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat C. Vanstraelen, die loco advocaat L. Bijnens verschijnt voor verzoeker, en van advocaat K. Moermans, die loco advocaat W. De Gendt verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. Thys; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat overeenkomstig artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient; dat, gelet op het artikel 84, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948, dat verzoek bij ter post aangetekende zending aan de Raad van State moet worden XII-3623-2/4 toegestuurd; dat het vereiste er toe strekt het verzoek een vaste of onbetwistbare datum te geven; dat het dan ook de datum van de aantekening ter post is die in aanmerking moet worden genomen voor het bepalen van de tijdigheid van het verzoek tot voortzetting; Overwegende dat in het auditoraatsverslag te dezen de verwerping van het beroep is voorgesteld; dat het verslag verzoeker in elk geval op 26 november 2003 is betekend; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving melding heeft gemaakt van genoemd artikel 21, zesde lid, en van het artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948; dat de Raad van State geen verzoek tot voortzetting heeft ontvangen, laat staan nog een verzoek tot voortzetting dat vaste datum heeft verkregen binnen de gestelde termijn van dertig dagen; dat verzoeker weliswaar beweert een verzoek tot voortzetting met een ter post aangetekende brief aan de Raad van State te hebben toegestuurd, maar daar niet het bewijs van bijbrengt; dat, bijgevolg, krachtens artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State ten aanzien van verzoeker een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  2. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  3. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van verzoeker. XII-3623-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien juni 2004, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-3623-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.240 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.114.936 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.