← België

Arrest 132246 - - 10/06/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.246 Rolnummer: A. 138315/X-11476 Zaak: Arrest 132246 - - 10/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-08-06 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-04 07:09 Fiche Arrest nr 132.246 van 10 juni 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 132.246 van 10 juni 2004 in de zaak A. 138.315/X-11.

  1. In zake :
  2. Joseph ROGIEST,
  3. Godelieve DE BONTRIDDER, die woonplaats kiezen bij Advocaat P. ROGIEST, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
  4. tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat W. MULS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Antoine Dansaertstraat
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Joseph ROGIEST en Godelieve DE BONTRIDDER op 16 juni 2003 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 4 april 2003 van de Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid, Buitenlandse Handel en Huisvesting houdende ongeschikt- en onbewoonbaarverklaring van de woning gelegen te Gent, Meulesteedsesteenweg 221; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. DE SOMERE; Gelet op de beschikking van 24 februari 2004, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partijen op 3 maart 2004; X-11.476-1/3 Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partijen binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure hebben ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te hunnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; dat, op grond van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord, BESLUIT: Artikel
  6. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  7. De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. X-11.476-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien juni 2004, door : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. BOVIN. X-11.476-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.246 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.