id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.251 Rolnummer: A. 143637/X-11631 Zaak: Arrest 132251 - - 10/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-08-06 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-04 07:09 Fiche Arrest nr 132.251 van 10 juni 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 132.251 van 10 juni 2004 in de zaak A. 143.637/X-11.
- In zake :
- Frédéric GHEYSENS,
- Suzanne DUMORTIER-GHEYSENS,
- Louis-Philippe BROHEE,
- Carmen MANGLANO PUIG, die woonplaats kiezen bij Advocaten A. VERRIEST en D. VERMER, kantoor houdende te 1160 BRUSSEL, Tedescolaan 7 tegen :
- de gemeente SINT-PIETERS-WOLUWE,
- het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. -------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Frédéric GHEYSENS, Suzanne DUMORTIER-GHEYSKENS, Louis-Philippe BROHEE en Carmen MANGLANO PUIG op 5 november 2003 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 28 april 2003 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente SINT-PIETERS-WOLUWE, waarbij aan de n.v. ODEBRECHT de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het oprichten van een appartementsgebouw met handel op het gelijkvloers en ondergrondse parkings op een perceel gelegen te SINT-PIETERS-WOLUWE, Kerkstraat 43-45 en Herendal 67-67A-69-69A en van het daaraan voorafgaand gunstig advies van 28 maart 2003 van de gemachtigde ambtenaar; Gelet op het arrest nr. 129.119 van 11 maart 2004 waarbij het verzoek tot tussenkomst van de n.v. ODEBRECHT in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd, de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen, de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld en de kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure ten laste van de tussenkomende partij worden gelegd; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partijen op 16 maart 2004; X-11.613-1/3 Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State; Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter, ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indienen binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de verzoekende partijen geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging hebben ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. X-11.613-2/3 Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 700 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een vierde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien juni 2004, door : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. BOVIN. X-11.613-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.251 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.129.119 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.