← België

Arrest 132256 - - 10/06/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.256 Rolnummer: A. 142734/X-11603 Zaak: Arrest 132256 - - 10/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-14 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-07-04 07:10 Fiche Arrest nr 132.256 van 10 juni 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 132.256 van 10 juni 2004 in de zaak A. 142.734/X-11.

  1. In zake : de n.v. ACOMAD, die woonplaats kiest bij Advocaat V. GRYMONPRE, kantoor houdende te 9660 BRAKEL, Lepelstraat 57 tegen : de burgemeester van de stad MECHELEN, die woonplaats kiest bij Advocaat W. VETS, kantoor houdende te 2800 MECHELEN, Louizastraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. ACOMAD op 15 oktober 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 5 augustus 2003 van de burgemeester van de stad Mechelen waarbij de woongele- genheden op de eerste en tweede verdieping van het gebouw gelegen te Mechelen, Befferstraat 22 onbewoonbaar worden verklaard tot de nodige werken in verband met stabiliteit, bouwfysica, veiligheid en gezondheid uitgevoerd zijn; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 22 januari 2004; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat bij het versturen van een afschrift van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij de hoofdgriffier melding heeft X-11.603-1/3 gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördi- neerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van zestig dagen, bepaald in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie heeft toegestuurd; dat krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, vastgesteld dient te worden dat het vereiste belang om de gevorderde nietigverklaring te verkrijgen, ontbreekt; dat, op grond van artikel 14bis, § 1, van voornoemd besluit van de Regent, de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. X-11.603-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien juni 2004, door : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. BOVIN. X-11.603-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.256 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.