id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.279 Rolnummer: A. 140839/V-1681 Zaak: Arrêt / Arrest 132279 - / - 10/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-17 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-07-04 07:17 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 132.279 van 10 juni 2004 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 132.279 van 10 juni 2004 A.140.839 /V-1681 In zake : DE BRABANTER Jean, die woonplaats kiest bij Mr. Claude VERHEYLEWEGHEN, advocaat, Noorderlaan 30 1731 Zellik, tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door
- de Minister van Justitie,
- de Minister van Arbeid en Pensioenen, die beiden woonplaats kiezen bij Mrs. Peter LUYPAERS en Hans-Kristof CAREME, advocaten, Yzermolenstraat 105 3001 Heverlee. Tussenkomende partij : MICHIELS Jean-Marie, die woonplaats kiest bij Mr. Dirk LINDEMANS, advocaat, Keizerslaan 3 1000 Brussel. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- ------ DE RAAD VAN STATE, Ve KAMER, RECHTSPREKEND IN KORT GEDING, Gezien het verzoekschrift dat Jean DE BRABANTER op 26 augustus 2003 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het koninklijk besluit van 6 januari 2003 waarbij Jean-Marie MICHIELS benoemd wordt tot hoofdgriffier bij het arbeidshof te Brussel; Gezien het op dezelfde dag ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van hetzelfde besluit; V - 1681 - 1/6 Gezien het op 11 september 2003 ingediende verzoekschrift waarbij Jean-Marie MICHIELS vraagt te mogen tussenkomen in de procedure in kort geding; Gezien de nota met opmerkingen en het administratief dossier van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door de heer M. LEFEVER, eerste auditeur bij de Raad van State; Gelet op de beschikking van 21 januari 2004, waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 februari 2004 te 9.30 uur; Gelet op de kennisgeving aan de partijen van de beschikking tot vaststelling van de rechtsdag en van het verslag; Gehoord het verslag van de heer J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter; Gehoord de opmerkingen van Mr. Marc BUEKENS, advocaat, die voor de verzoekende partij verschijnt, van Mr. Hans-Kristof CAREME, advocaat, die voor de verwerende partij verschijnt, en van Mr. Dirk LINDEMANS, advocaat, die voor de verzoeker in tussenkomst verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van de heer M. LEFEVER, eerste auditeur; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat Jean-Marie MICHIELS met een in het Nederlands gesteld verzoekschrift van 11 september 2003, dat op 17 februari 2004 werd aangevuld met een in het Frans gesteld verzoekschrift, vraagt om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat aangezien hij de begunstigde is van het bestreden besluit op dat verzoek moet worden ingegaan;
- Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt: V - 1681 - 2/6 2.
- In het Belgisch Staatsblad van 16 april 2002 verschijnt een oproep tot de kandidaten voor de betrekking van hoofdgriffier bij het arbeidshof te Brussel. Er worden zes kandidaturen ingediend waaronder die van verzoeker en van Jean-Marie MICHIELS. 2.
- Met toepassing van het artikel 287bis van het Gerechtelijk Wetboek brengt de eerste voorzitter van het arbeidshof een gemotiveerd advies uit over de verschillende kandidaten. Over de kandidatuur van de verzoeker brengt hij een advies "uitstekend" uit dat wordt bijgevallen door de procureur-generaal. Over de verzoeker in tussenkomst brengt hij een advies van voorbehoud uit. De procureur-generaal valt ook dit advies bij. Verzoeker krijgt alzo van alle kandidaten het beste advies, de verzoeker in tussenkomst het minst gunstige. 2.
- Het benoemingsdossier wordt op 2 augustus 2002 voorgelegd aan de Minister van Justitie. Bij koninklijk besluit van 6 januari 2003 wordt dan de verzoeker in tussenkomst benoemd tot hoofdgriffier bij het arbeidshof te Brussel. Dit besluit is uitvoerig gemotiveerd, waarbij ingegaan wordt op de bezwaren die door de eerste voorzitter van het arbeidshof van Brussel waren geuit. Het wordt bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 7 juli 2003;
- Overwegende dat zowel de verzoeker als de verzoeker in tussenkomst na de neerlegging van het auditoraatsverslag een aanvullende memorie hebben ingediend; dat aangezien daarin niet voorzien is door de procedureregeling die memories uit de debatten worden geweerd;
- Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden V - 1681 - 3/6 aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 4.
- Overwegende, wat de voorwaarde van het moeilijk te herstellen en ernstig nadeel betreft, dat verzoeker aanvoert dat zijn carrièremogelijkheden worden beknot doordat hij een belangrijke bevordering mist, dat hij een belangrijk weddeverlies lijdt, welk nadeel niet louter pecuniair is maar eveneens van morele aard en dat een vernietiging lange tijd op zich kan laten wachten; dat hij voorts stelt, met verwijzing naar rechtspraak van de Raad van State, dat elke beslissing die ten onrechte aan een ambtenaar een promotie ontzegt een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel toebrengt; 4.
- Overwegende, wat verzoekers argument betreft dat zijn carrière wordt beknot doordat hij een belangrijke promotie mist, dat een vertraging in de loopbaan niet zonder meer een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel oplevert; dat, immers, het nadeel voortspruitend uit een vertraging in de loopbaan inherent is aan elke gemiste kans op bevordering; dat het hierdoor ontstane tijdelijk nadeel bijgevolg veeleer te maken heeft met de duur van de annulatieprocedure dan wel met de uitvoering van de bestreden beslissingen; dat verzoeker in zijn verzoekschrift tot schorsing niet heeft betoogd dat de vermoedelijke duur van die procedure hem elke iedere kans op bevordering ontneemt; Overwegende dat het financieel nadeel dat verzoeker aanvoert neerkomt op het mislopen van een weddeverhoging; dat zulk een nadeel berekenbaar is en dus kan worden hersteld door een eventueel toe te kennen schadevergoeding; Overwegende wat het aangevoerde moreel nadeel betreft, dat verzoeker daarover geen verdere uitleg verstrekt; dat zoals gezegd de mogelijke teleurstelling wegens het niet benoemd worden inherent is aan elke kandidaatstelling; Overwegende dat de rechtspraak die verzoeker aanhaalt ter ondersteuning van zijn stelling dat elke beslissing die een ambtenaar een promotie ontzegt een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel meebrengt die stelling niet onderbouwt; dat de aangehaalde arresten enkel aanvaarden als moeilijk te herstellen en ernstig nadeel dat de benoemde specifieke ervaring kan opdoen en de niet- benoemde niet; dat verzoeker echter niet dat nadeel aanvoert; V - 1681 - 4/6 Overwegende dat het nadeel dat verzoeker aanvoert niet als een afdoende moeilijk te herstellen en ernstig nadeel kan worden beschouwd; dat aan de betrokken voorwaarde van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dan ook niet is voldaan, BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van Jean-Marie MICHIELS in de procedure in kort geding wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de tussenkomst in de procedure in kort geding, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting van de Ve kamer, rechtsprekend in kort geding, op tien juni tweeduizend vier, door : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, J. BAERT, staatsraad, Mevr. S. GEHLEN, staatsraad, Mevr. M.-Chr. MALCORPS, griffier. De Griffier, M.-Chr. MALCORPS. V - 1681 - 5/6 De Voorzitter, J. DE BRABANDERE. V - 1681 - 6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.279 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.682 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div