id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.289 Rolnummer: A. 54005/X-9428 Zaak: Arrest 132289 - - 11/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-25 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-04 07:11 Fiche Arrest nr 132.289 van 11 juni 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 132.289 van 11 juni 2004 in de zaak A. 54.005/X-9428. In zake : Josephus SOMVILLE (overleden), Rechtsgeding hervat door : 1. Thierry SOMVILLE, 2. Mark SOMVILLE, 3. Monique SOMVILLE, 4. Johan SOMVILLE, 5. Francis SOMVILLE die woonplaats kiezen bij de Advocatenassociatie GEYSKENS, VANDEURZEN en Ven- noten, kantoor houdende te 3580 BERINGEN, Scheigoorstraat 5 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 33. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Josephus SOMVILLE op 14 oktober 1993 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 28 juni 1993 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden houdende verwerping van zijn beroep tegen het besluit van 26 september 1991 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen waarbij hem de vergunning wordt geweigerd voor het verkavelen van gronden gelegen te Malle, ter plaatse "Nooitrust", kadastraal bekend Sectie C, nrs. 279/a/deel; 278/deel en 274/a/deel; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-wnd. afdelingshoofd F. DE BUEL; X-9428-1/6 Gelet op de beschikking van 5 april 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 5 maart 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 april 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat M. BOES die, loco Advocaten H. GEYSKENS en A. VANDEURZEN verschijnt voor de verzoekende partijen, en van Advocaat N. ANSOMS die, loco Advocaat H. SEBREGHTS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat uit een uittrekstel uit het register van de overlijdensakten van de gemeente Edegem blijkt dat Josephus SOMVILLE op 26 oktober 1994 is overleden; dat Thierry SOMVILLE, Mark SOMVILLE, Monique SOMVILLE, Johan SOMVILLE en Francis SOMVILLE als zijn rechtsopvolgers met een op 12 december 1994 aan de Raad van State gezonden verzoekschrift het geding hebben hervat; Overwegende dat Josephus SOMVILLE namens de familie SOMVILLE-HEYMANS op 15 maart 1990 de verkavelingsvergunning heeft gevraagd voor gronden gelegen te Malle, ter plaatse "Nooitrust", kadastraal bekend Sectie C, nrs. 279/a/deel; 278/deel en 274/a/deel; dat blijkens het op 7 december 1988 gedagtekend verkavelingsplan de verkavelingsaanvraag ook de aanleg van een nieuwe verkeersweg omvat; dat de gemeenteraad van Malle in zitting van 31 mei 1990 besluit wat volgt : X-9428-2/6 "Besluit met 11 stemmen voor en 9 stemmen tegen : Art. 1- Het tracé van de aan te leggen weg in de ontworpen verkaveling van de familie Somville-Heyman, voornoemd, voor gronden gelegen te Malle, 1e afd., ter streke Nooitrust, se(c)tie C, nr. 279a, 278 en 274a/delen, wordt goedgekeurd mits :
- a)de aansluiting van de nieuwe straat op de weg Nooitrust wordt uitgevoerd bij middel van een ontdubbeld rijweggedeelte, aan te leggen in een groenzone met een diepte van 15m, aanvangende op 7,5m uit de eigendomsgrens en over de volledige breedte van de ontworpen verkaveling, aan de weg Nooitrust. De rijwegen die de ontdubbeling uitmaken zullen een minimale breedte hebben van 3m. De pijpekop op het einde van de ontworpen straat dient aangepast in fun(c)tie van een vlot gebruik door grotere voertuigen (bv. huisvuilwagen e.a. diensten).
- b)uitvoering van het gescheiden rioolstelstel, het wegprofiel en de boomaanplanting zoals voorgesteld in het ontwerp 'variante A', evenwel zonder aanleg van de voorziene vluchtheuvels."; dat het college van burgemeester en schepenen op 3 juli 1990 de tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaren heeft onderzocht en verworpen; dat op 4 juli 1990 een nieuw aangepast plan werd opgemaakt; dat het college van burgemeester en schepenen bij besluit van 8 januari 1991 de gevraagde verkavelingsvergunning heeft geweigerd op grond van het ongunstig advies van de gemachtigde ambtenaar; dat de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen bij besluit van 26 september 1991 het beroep van verzoeker tegen dit weigeringsbesluit heeft verworpen; dat verzoeker op 14 januari 1992 beroep heeft ingesteld bij de Vlaamse regering tegen het weigeringsbesluit van de bestendige deputatie; dat de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden bij het bestreden besluit van 28 juni 1993 verzoekers beroep heeft verworpen; Overwegende dat het op het ogenblik van het bestreden besluit geldende artikel 57bis, §§ 1 en 2 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw, bepaalt wat volgt : "§ 1. Indien een verkavelingsaanvraag de aanleg van nieuwe verkeerswegen, de tracéwijziging, verbreding of opheffing van bestaande gemeentelijke verkeerswegen omvat en het college van burgemeester en schepenen bevindt dat de vergunning zijnentwege kan worden verleend, gelden voor de behandeling van de aanvraag de volgende bijkomende formaliteiten : 1. het college van burgemeester en schepenen onderwerpt de aanvraag aan een openbaar onderzoek, waarvan de kosten ten laste van de aanvrager komen. De Koning bepaalt de wijze waarop dit onderzoek plaatsheeft; 2. de gemeenteraad neemt een besluit over de zaak van de wegen alvorens het college van burgemeester en schepenen over de vergunningsaanvraag beslist. Dat raadsbesluit is niet onderworpen aan de bepalingen van artikel 76, 7/, der gemeentewet; X-9428-3/6 §2. In geval van beroep worden de in artikel 55, § 1, laatste lid, en § 2, vierde lid, bedoelde termijnen van zestig dagen verdubbeld. Heeft de gemeenteraad over de zaak van de wegen geen beslissing moeten nemen of zich van beslissing over de zaak van de wegen onthouden en is beroep ingesteld, dan roept de gouverneur van de provincie de gemeenteraad samen op verzoek van de bestendige deputatie of van de Koning, al naar het geval. De raad moet dan over de zaak van de wegen een besluit nemen en dit mededelen binnen een termijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de samenroeping door de gouverneur; zo nodig houdt het college van burgemeester en schepenen het in § 1, 1/ bedoelde openbaar onderzoek. In dat geval wordt de termijn van honderd twintig dagen die aan de bestendige deputatie of de Koning voor de mededeling van hun beschikking op het beroep is voorgeschreven, verlengd met de tijd die de gemeenteraad werkelijk heeft gebruikt om zijn besluit over de zaak van de wegen mede te delen"; dat thans artikel 133, § 1, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening bepaalt wat volgt : "Indien een verkavelingsaanvraag de aanleg van nieuwe verkeerswegen, de tracé wijziging, verbreding of opheffing van bestaande gemeentelijke verkeerswegen omvat en het college van burgemeester en schepenen meent dat de vergunning kan worden verleend, dan neemt de gemeenteraad een besluit over de wegen alvorens het college van burgemeester en schepenen over de vergunningsaanvraag beslist binnen de termijn bepaald in artikel 113. Wat de aanleg van de wegen betreft, kan de verkavelingsvergunning gelijkgesteld worden met de stedenbouwkundige vergunning mits wat dit onderdeel betreft de aanvraag voldoet aan de volledigheidsvereiste zoals bepaald in toepassing van artikel 107, eerste lid. De procedureregels blijven deze van een verkavelingsaanvraag. Heeft de gemeenteraad over de wegen geen beslissing moeten nemen of zich van beslissing over de zaak van de wegen onthouden en is beroep ingesteld tegen de verkavelingsvergunning, dan roept de gouverneur van de provincie de gemeenteraad samen op verzoek van de bestendige deputatie. De gemeenteraad moet dan over de wegen een besluit nemen en dit meedelen binnen een termijn van 60 dagen, te rekenen vanaf de samenroeping door de gouverneur"; Overwegende dat uit voormelde bepalingen volgt, hetgeen door de verzoekende partijen overigens niet wordt betwist, dat aan de gemeenteraad de uitsluitende bevoegdheid is gegeven om te oordelen over de aanleg van nieuwe wegen, de tracéwijziging en de verbreding of opheffing van bestaande gemeentelijke wegen, en dat het gemeenteraadsbesluit hieromtrent bindend is, niet alleen voor het college van burgemeester en schepenen dat uitspraak doet over een aanvraag om verkavelingsvergunning, maar eveneens voor de administratieve overheden die in beroep op deze aanvraag beschikken; X-9428-4/6 Overwegende dat uit de hiervoor geciteerde beslissing van de gemeenteraad van Malle van 31 mei 1990 blijkt dat het door de verkavelaar geplande wegentracé slechts is “goedgekeurd” mits dit tracé voldoet aan de opgelegde voorwaarden die een aanpassing vereisen van het aan de gemeenteraad voorgelegde plan wat betreft de aansluiting van de nieuwe straat op de weg Nooitrust, de breedte van de ontdubbelde rijwegen, en de aanleg van de pijpekop op het einde van deze straat; dat de aanpassing van het plan aan deze voorwaarden in concreto niet in het gemeenteraadsbesluit zelf is omschreven, maar aan de verkavelaar wordt overgelaten; dat de opgelegde aanpassingen aldus de opmaak van een nieuw plan van het wegentracé noodzakelijk maken; dat de voorwaardelijke goedkeuring door de gemeenteraad op 31 mei 1990 van het voorgelegde wegentracé dan ook niet als een "besluit over de zaak van de wegen" kan worden beschouwd in de zin van voormeld artikel 57bis, § 1, eerste lid, van de wet van 29 maart 1962, thans een "besluit over de wegen" in de zin van voormeld artikel 133, § 1, van het decreet van 18 mei 1999; Overwegende dat op 4 juli 1990 een nieuw plan werd opgemaakt; dat dit plan grondig verschilt van het oorspronkelijk aan de gemeenteraad voorgelegde plan, niet alleen wat betreft de ligging, het uitzicht en het verloop van de nieuw aan te leggen weg, maar ook wat betreft de oppervlakte en de configuratie van de voorziene kavels; dat dit plan evenwel nooit aan de gemeenteraad ter goedkeuring werd voorgelegd; dat de verwerende partij in haar laatste memorie terecht doet gelden dat de Vlaamse regering of de gedelegeerde Vlaamse minister - thans ingevolge zijn krachtens artikel 133, § 1, van het decreet van 18 mei 1999 gebonden bevoegdheid- in geval van vernietiging van het bestreden besluit hoe dan ook verplicht is de gevraagde verkavelingsvergunning opnieuw te weigeren; dat moet worden vastgesteld dat verzoekende partijen niet doen blijken van het vereiste belang; dat de exceptie van niet-ontvankelijkheid gegrond is; dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep wordt verworpen. X-9428-5/6 Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de nalatenschap van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf juni 2004, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-9428-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.289 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div