id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.331 Rolnummer: A. 144497/IX-3989 Zaak: Arrest 132331 - - 14/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-05 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-07-04 07:17 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) DE Fiche Arrest nr 132.331 van 14 juni 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 132.331 van 14 juni 2004 in de zaak A. 144.497/IX-
- In zake : Werner PODEVIJN, wonende te BRAKEL, Kerkmeers 1 tegen :
- het Vlaams Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij adjunct van de directeur bij het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, departement Algemene Zaken en Financiën V. LAEVENS, kantoor houdende te BRUSSEL, Boudewijnlaan 30,
- de Voorzitter van het Vlaams Parlement, die woonplaats kiest bij advocaat J. NIJS, kantoor houdende te DENDERMONDE, Noordlaan 82-
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Werner PODEVIJN op 26 november 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van : “
- De nietigverklaring van de betrokken overheidsbeslissing ontvankelijk en gegrond te verklaren.
- De Vlaamse Overheid te verbieden om nieuwe belastingen aan de Vlaamse bevolking op te leggen.
- De Vlaamse Overheid te verplichten om de administratieve inning van uitvoerbaar verklaarde kohieren eeuwigdurend op te schorten, en om alle dwangbevelen die een achterstallige belastingschuld tot voorwerp hebben, in te trekken.” Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd P. DE WOLF, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; IX-3989-1/4 Gelet op de beschikking van 30 maart 2004, houdende bevel tot neerlegging van het verslag en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 mei 2004; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, van adjunct van de directeur V. LAEVENS, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van advocaat J. DE CONINCK, die loco advocaat J. NIJS verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd P. DE WOLF; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- Op 23 juni 2003 richt verzoeker een verzoekschrift tot de Vlaamse Raad waarin hij vraagt “de Vlaamse inwoners niet langer gewestelijke belastingen op te leggen”, “de uitvoerbaarverklaring van de bestaande gewestelijke belasting- kohieren te schrappen, zodat de inning van die kohieren wordt stopgezet” en “alle dwangbevelen die een invordering van een Vlaamse belasting tot voorwerp hebben, in te trekken”. Hij zet daarbij onder meer uiteen dat hij “een spirituele stof ontdekt” heeft en hij stelt voor om “materiële” betalingen te vervangen door “spirituele”. 1.
- In een brief van 8 juli 2003 deelt de voorzitter van de Vlaamse Raad aan verzoeker mee dat geen gevolg gegeven kan worden aan zijn verzoek “daar volgens art. 86, punt 1, tweede lid van het Vlaams Parlement, brieven met een IX-3989-2/4 verzoek dat kennelijk niet ernstig bedoeld is, niet als verzoekschrift worden beschouwd”. 1.
- In brieven van 11 juli, 22 juli en 22 september 2003 aan de voorzitter van de Vlaamse Raad betwist verzoeker het bovenvermeld standpunt van de Vlaamse Raad en formuleert hij vergelijkbare verzoeken. 1.
- Bij brieven van 18 en 29 september 2003 bevestigt de voorzitter van de Vlaamse Raad het hierboven vermelde standpunt en in de brief van 29 september 2003 deelt de voorzitter voorts mee dat hij zich voorneemt over dit dossier met verzoeker geen verdere briefwisseling meer te voeren;
- Over de bevoegdheid. 2.
- Overwegende dat uit het verzoekschrift tot nietigverklaring en uit de bijlagen bij een verzoekschrift tot schorsing naar dewelke verwezen wordt, kan worden afgeleid dat verzoeker de nietigverklaring vordert van beslissingen van de voorzitter van de Vlaamse Raad houdende afwijzing van zijn verzoekschriften; 2.
- Overwegende , ambtshalve, dat krachtens artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, de Raad van State bevoegd is om bij wijze van arresten uitspraak te doen over de beroepen tot nietigverklaring ingesteld “tegen de akten en reglementen van de onderscheiden administratieve overheden, alsook tegen de administratieve handelingen van wetgevende vergaderingen of van hun organen, daarbij inbegrepen de ombudsmannen ingesteld bij deze assemblees, van het Rekenhof en van het Arbitragehof, evenals van organen van de rechterlijke macht en van de Hoge Raad van de Justitie met betrekking tot overheidsopdrachten en leden van hun personeel”; dat te dezen verzoeker de nietigverklaring vordert van beslissingen van de voorzitter van de Vlaamse Raad houdende afwijzing van zijn verzoekschriften; dat die beslissingen bijgevolg bezwaarlijk kunnen aanzien worden als administratieve handelingen van een wetgevende vergadering met betrekking tot overheidsopdrachten en leden van zijn personeel; dat het de Raad van State evenmin toekomt om de Vlaamse overheid te verbieden om nieuwe belastingen aan de Vlaamse bevolking op te leggen en om de Vlaamse overheid te verplichten om de administratieve inning van uitvoerbaar verklaarde kohieren eeuwigdurend op te schorten en om alle dwangbevelen die een achterstallige belastingschuld tot voorwerp IX-3989-3/4 hebben, in te trekken; dat de Raad van State derhalve kennelijk niet bevoegd is om kennis te nemen van verzoekers vorderingen tot vernietiging, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien juni 2000 en vier, door : de H. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. L. HELLIN. IX-3989-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.331 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.