id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.332 Rolnummer: A. 145913/IX-4020 Zaak: Arrest 132332 - Reglementen (economische zaken) - 14/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-05 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-04 07:12 Fiche Arrest nr 132.332 van 14 juni 2004 Economische zaken - Reglementen (economische zaken) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 132.332 van 14 juni 2004 in de zaak A. 145.913/IX-
- In zake : Yvan VAN DEN POL, die woonplaats kiest bij advocaat C. GYSEN, kantoor houdende te MECHELEN, Antwerpsesteenweg 18 tegen : het Vlaams Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Yvan VAN DEN POL op 29 december 2003 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoer- legging van : “
- De handhavings-, wijzigingsbeslissing zonder gekende datum, vermoedelijk dd. 30 oktober 2003 van het Besluit van de Directeur-Generaal van de Administratie Wegen en Verkeer namens de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie houdende aanvullend reglement op de politie van het wegverkeer;
- Het initieel door supra aangehaalde beslissing gehandhaafde en deels gewijzigde Besluit van de Directeur-Generaal van de Administratie Wegen en Verkeer van 30 april 2003 namens de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie houdende aanvullend reglement op de politie van het wegverkeer;
- Al de nevenliggende administratieve rechtshandelingen welkdanige dan ook welke de aangehaalde complexe rechtshandeling tot afsluiting van de Betekomsesteenweg ter hoogte van de R25 Ring om Aarschot samenstellen”; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; IX-4020-1/7 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 4 maart 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 april 2004; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaten C. GYSEN en T. RYCKALTS, die verschijnen voor verzoeker, en van advocaat Y. LOIX, die loco advocaat H. SEBREGHTS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : Verzoeker baat een drankgelegenheid en een cabaret uit aan de Betekomsesteenweg te Aarschot. De Betekomsesteenweg, gelegen te Aarschot sluit, op het grondgebied van de gemeente Aarschot, aan op de R25 Terheidelaan. Dit is de zogenaamde ringweg rond Aarschot. Op 26 juni 1997 wordt bij gemeenteraadsbesluit van de stad Aarschot het verkeersveiligheidsplan goedgekeurd. Dit verkeersveiligheidsplan is een beleidsdocument waarin het verkeer in Aarschot in zijn globaliteit onderzocht wordt en waarin een aantal maatregelen worden aanbevolen om de verkeersveiligheid in Aarschot te vergroten. IX-4020-2/7 Dat verkeersveiligheidsplan stelt onder meer voor om een verbod op te leggen om de Betekomsesteenweg in- en uit te rijden uitgezonderd voor het openbaar vervoer en fietsers. Artikel 2 van het gemeenteraadsbesluit waarin het verkeersveiligheidsplan wordt goedgekeurd bepaalt dat “het gemeentelijk verkeers- veiligheidsplan een bindende waarde (heeft) zodat toekomstige infrastructuurwerken, ruimtelijke plannen en andere ingrepen met betrekking tot de verkeersveiligheid en de verkeersleefbaarheid steeds zullen getoetst worden en (...) in functie (staan) van het verkeersveiligheidsplan”. Op 19 juni 2002 vindt een overleg plaats op het gemeentehuis van Begijnendijk over de fietsoversteekplaatsen ter hoogte van het rondpunt aan de R25 Terheidelaan/ring Aarschot. In dat overleg wordt vastgesteld dat er veiligheidsproblemen bestaan voor voornamelijk het fietsverkeer dat langs de R25 Aarschot tracht te bereiken. Er wordt voorgesteld om een betere fietsoversteekplaats te creëren ter hoogte van de Betekomsesteenweg op het grondgebied van Aarschot. Het verslag van dit overleg wordt op 20 juni 2002 overgemaakt aan de administratie Wegen en Verkeer van de administratie van de Vlaamse Gemeenschap voor verder onderzoek en ten behoeve van de provinciale commissie van de Verkeersveiligheid van de provincie Vlaams-Brabant (hierna: de PCV). De PCV beslist op 14 oktober 2002 om op de R25 Ring om Aarschot naar de Betekomsesteenweg enkel nog toe te laten voor fietsers en bromfietsers en deze steenweg af te sluiten voor alle ander verkeer. Op 29 november 2002 wordt een ontwerp van besluit dienaan- gaande aan het gemeentebestuur van Aarschot voor advies gestuurd. Op 27 maart 2003 geeft de gemeenteraad van Aarschot gunstig advies en dit advies wordt overgemaakt aan de administratie Wegen en Verkeer van de administratie van de Vlaamse Gemeenschap. Op 30 april 2003 verbiedt de directeur-generaal van de administratie Wegen en Verkeer van de administratie van de Vlaamse Gemeenschap om, met uitzondering van fietsers en bromfietsers, vanuit de twee richtingen de Betekomsesteenweg in te rijden op de R25 Ring om Aarschot (Terheidelaan) op het grondgebied van de stad Aarschot. Er ontstaat protest bij een aantal handelaars, gevestigd aan de Betekomsesteenweg. IX-4020-3/7 Als gevolg daarvan wordt toegezegd de PCV opnieuw te laten samenkomen om de betrokkenen de kans te bieden hun grieven kenbaar te maken en vervolgens na te gaan of eventueel een nieuwe beslissing noodzakelijk zou zijn. Op 30 oktober 2003 vindt opnieuw een vergadering van de PCV plaats. De commissie beslist hierop, na de bezwaren van de omwonenden aanhoord te hebben, unaniem om de eerder genomen beslissing in verband met het afsluiten van de Betekomsesteenweg ter hoogte van de R25 Ring om Aarschot voor alle verkeer te handhaven. Op 4 december 2003 wordt door de gemeenteraad van Aarschot het mobiliteitsplan goedgekeurd. Hierin wordt andermaal besloten om de Betekomsesteenweg af te sluiten;
- Over de ontvankelijkheid van de vorderingen. 2.
- Overwegende dat de verwerende partij aanvoert dat alleen de beslissing van de directeur-generaal van de administratie Wegen en Verkeer van de administratie van de Vlaamse Gemeenschap van 30 april 2003 een aanvechtbare rechtshandeling is en er te dezen geen sprake kan zijn van een ”complexe rechtshandeling”; dat de beslissing van de Provinciale Verkeerscommissie van 30 oktober 2003 slechts als een advies kan worden beschouwd, nadat de eigenlijke bestreden beslissing reeds op 30 april 2003 was genomen; dat ook het beroep niet ontvankelijk is wegens laattijdigheid aangezien de eigenlijke bestreden beslissing reeds op 30 april 2003 genomen is, dit wil zeggen acht maanden alvorens verzoeker hiertegen beroep heeft ingesteld; 2.
- Overwegende dat over die excepties slechts uitspraak zou moeten worden gedaan indien aan de beide, cumulatieve voorwaarden om tot de schorsing van de tenuitvoerlegging over te gaan is voldaan, wat te dezen, zoals zal blijken, niet het geval is;
- Over de gegrondheid van de vordering tot schorsing. Overwegende dat luidens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden IX-4020-4/7 en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de akte of het reglement een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.
- Overwegende dat verzoeker met betrekking tot de tweede voorwaarde aanvoert wat volgt : “Verzoeker ondergaat onmiskenbaar een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ingeval van onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing Verzoeker mocht aan de lijve ondervinden dat een afsluiting van de weg voor hem onoverkomelijke gevolgen heeft. De Betekomsesteenweg werd immers afgesloten voor tijdelijke wegeniswerken in het jaar
- Deze tijdelijke afsluiting gaf aanleiding tot een omzetdaling van ± 32.500 € of meer dan 1/3 van de bruto-omzet. Verzoeker wijst dienaangaande op de bijgebrachte boekhoudkundige informatie. Daar waar in 2000 (Aanslagjaar 2001) nog meer dan 12.500 € winst werd gemaakt werd in 2001 (Aanslagjaar 2002) verlies gemaakt. Deze omzetdaling veruitwendigde zich enkel omwille van de tijdelijke wegeniswerken vermits de overige parameters gelijk bleven. Het spreekt dan ook voor zich dat een definitieve afsluiting van de Betekomsesteenweg en het wegvallen van de passage ook ipso facto het einde van de zaak van verzoeker met zich mee zal brengen. Zulks klemt des te meer i nu de éénmanszaak opgestart in 1997 meer dan 50.000 geïnvesteerd heeft in overname, herstellingen en vernieuwingen. De bestreden beslissingen impliceren niet meer of niet minder de stopzetting binnen de 6 maanden van elke exploitatie. Dit is onmiskenbaar een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel (R.v.St., nr. 38.974, 12 maart 1992.). Het afsluiten van de weg betekent voor verzoeker nog meer nog minder het einde van de uitbating, het verlies van tewerkstelling voor diverse personeels- leden, een aantasting van de commerciële reputatie (Zie in die zin R.v.St., nr. 38.018, 31 oktober 1991.) en een serieuze reductie van het inkomen en de levensstandaard voor verzoeker. Conform vaste rechtspraak van Uw Raad moet worden besloten tot het bestaan van een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel wanneer, zoals in casu, de administratieve beslissing de levensvatbaarheid van een onderneming in het gedrang brengt (R.v.St., nr. 39.428, 21 mei 1992, N.V. Castermans.) of haar naar de rand van het faillissement voert (R.v.St., nr. 38.506, 16 januari 1992, De Koninck of de beëindiging van de economische aktiviteit in het verschiet brengt (R.v.St., nr. 29.158, 3 april 1992, N.V. Dirk). Ook ziet verzoekster van de ene op de andere dag haar aanzienlijke investeringen teloor gaan (Ongeveer 50.000 € zonder rekening te houden met een aantal werkzaamheden die niet als investering geactiveerd werden.). Benevens dit gezichtsverlies zal ook de droom van verzoeker om een zelfstandige exploitatie succesvol uit te bouwen aan stukken geslagen worden. Naar de toekomst toe bezit verzoeker overigens weinig alternatieven om het in de betrokken sector waar te maken. Verzoekende partij lijdt hierdoor een ernstig en niet herstelbaar moreel nadeel. Indien later, de weg terug wordt opengemaakt, zal niet terug met exploitatie begonnen kunnen worden. IX-4020-5/7 In de eerste plaats is het duidelijk dat het cliënteel volledig verloren zou gegaan zijn en dat andere exploitaties de cliënten zullen opgevist hebben. De concurrentiepositie van verzoeker is dan ook blijvend aangetast (Zie in die zin R.v.St.. nr. 39.410, 18 mei 1992 en R.v.St., nr. 35.474, 27 juli 1990.) en zij is in de onmogelijkheid het reeds bestaande cliënteel te dienen of een bijkomend cliënteel te verwerven (R.v.St., nr. 41.352, 10 december 1992.). Verzoeker is tevens in de onmogelijkheid deze overgangsperiode financieel te overbruggen. Er is dan ook duidelijk sprake van een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel.”; 3.
- Overwegende dat verzoeker aldus overwegend een materieel nadeel aanvoert; dat een materieel of financieel nadeel behoudens uitzonderlijke omstandigheden steeds herstelbaar is; dat immers een materieel nadeel doorgaans cijfermatig kan worden vastgesteld zodat het dan ook in de regel niet moeilijk te herstellen is; dat dit weliswaar niet zo kan zijn indien komt vast te staan dat het materieel nadeel van aard is om verzoeker en zijn gezin in een precaire situatie te doen belanden; dat verzoeker te dezen vooropstelt dat een tijdelijke afsluiting van de Betekomsesteenweg in het jaar 2001 voor hem een omzetdaling met meer dan één derde van zijn bruto-omzet heeft teweeggebracht; dat de verwerende partij daaromtrent terecht opmerkt dat in de stukken voorgebracht door verzoeker geen voldoende bewijs te vinden is dat er effectief omzetdaling is geweest en evenmin dat indien er toch een omzetdaling was dat die daling uitsluitend toe te schrijven is aan de afsluiting van de Betekomsesteenweg in het jaar 2001; dat het door hem aange- voerde gevaar voor sluiting van zijn onderneming bijgevolg veeleer een loutere hypothese is dan een met stukken gestaafde prognose die aan een realiteit beantwoordt; dat verzoekers aangevoerde moreel nadeel dat zou bestaan in een gezichtsverlies en in het tenietgaan van een droom om een zelfstandige exploitatie succesvol uit te bouwen, uitsluitend het gevolg is dat hijzelf verbindt aan het materieel nadeel van een sluiting van zijn zaak; dat ten slotte indien verzoeker zelf de mening is toegedaan dat hij over voldoende gegevens beschikt om zijn financieel nadeel te becijferen, hetgeen de Raad van State te dezen op het eerste gezicht niet ontwaart in de door hem voorgebrachte stukken, hijzelf hiermee aangeeft dat door die becijfering het nadeel niet moeilijk te herstellen zal zijn indien door een annulatie komt vast te staan dat de bestreden beslissing niet rechtmatig is; Overwegende dat aldus niet is voldaan aan een van de voorwaarden van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat die vaststelling volstaat om verzoekers vordering af te wijzen, IX-4020-6/7 BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien juni 2000 en vier, door : de H. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. L. HELLIN. IX-4020-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.332 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.