← België

Arrest 132343 - - 14/06/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.343 Rolnummer: A. 148615/IX-4085 Zaak: Arrest 132343 - - 14/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-28 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-04 07:13 Fiche Arrest nr 132.343 van 14 juni 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 132.343 van 14 juni 2004 in de zaak A. 148.615/IX-

  1. In zake : Erik VERMEULEN, die woonplaats kiest bij advocaat A. DINGEMANS, kantoor houdende te EKEREN, De Beukelaerelaan 9/1 tegen : de burgemeester van de stad ANTWERPEN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Erik VERMEULEN op 10 maart 2004 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het besluit van 4 februari 2004 van de burgemeester van de stad Antwerpen waarbij zijn voorlopige schorsing met inhouding van 25 % van zijn bruto-maandwedde, wordt verlengd tot maximaal vier maanden na een gerechtelijke eindbeslissing; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur H. COLIN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 26 april 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 mei 2004; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. DINGEMANS, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat P. VAN DER STRATEN, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-4085-1/8 Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
  3. Verzoeker is inspecteur van politie bij de lokale politie van de politiezone Antwerpen. 1.
  4. Bij vonnis van 30 september 2003 van de correctionele rechtbank te Antwerpen wordt hij wegens belaging veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden met uitstel voor een periode van drie jaar, uitgezonderd de reeds ondergane voorhechtenis. Een voor eensluidend afschrift van dat vonnis komt op 2 oktober 2003 in bij het hoofdcommissariaat van de lokale politie Antwerpen. 1.
  5. Op 6 oktober 2003 beslist de korpschef verzoeker bij hoog- dringendheid bij ordemaatregel voorlopig te schorsen vanaf 6 oktober 2003 voor de duur van hoogstens vier maanden en deze voorlopige schorsing gepaard te laten gaan met een inhouding van wedde ten bedrage van vijfentwintig percent van de bruto maandwedde. Onmiddellijk daarop aansluitend wordt verzoeker door de vervangende korpschef gehoord. Hij verklaart : "Ik ben in beroep gegaan op 3 oktober
  6. Ik zal de verdere procedure afwachten". 1.
  7. Op 9 oktober 2003 beslist de burgemeester van Antwerpen de voorlopige schorsing van verzoeker met inhouding van wedde gelijk aan vijfentwintig percent van de bruto maandwedde te bekrachtigen. 1.
  8. Met een brief van 12 januari 2004 deelt de burgemeester aan verzoeker mee dat de voorlopige schorsing die voor een termijn van vier maanden werd uitgesproken, gebaseerd was op de inhoud van het vonnis van 30 september 2003, dat er, vermits er tegen dat vonnis beroep werd aangetekend en het hof van beroep nog geen arrest heeft uitgesproken, nog geen gerechtelijke eindbeslissing is, IX-4085-2/8 dat zijn voorlopige schorsing thans kan verlengd worden tot uiterlijk vier maanden na de gerechtelijke eindbeslissing, en dat hij uitgenodigd wordt voor een hoorzitting die zal plaatsvinden op 2 februari
  9. 1.
  10. Op 2 februari 2004 wordt verzoeker, bijgestaan door zijn raadsman, door de burgemeester gehoord. Een pleitnota wordt neergelegd, waarin wordt gevraagd een eventuele beslissing omtrent de verlenging van de voorlopige schorsing op te schorten en de behandeling van de tuchtprocedure uit te stellen tot na het tussenkomen van een eindbeslissing omtrent de strafrechtelijk vervolgde feiten. 1.
  11. Op 4 februari 2004 beslist de burgemeester van Antwerpen de voorlopige schorsing met inhouding van wedde gelijk aan vijfentwintig percent van de bruto maandwedde jegens verzoeker te verlengen met ingang van 6 februari 2004 en dit tot maximaal vier maanden nadat er een gerechtelijke eindbeslissing werd genomen. Dat besluit, dat het voorwerp uitmaakt van de onderhavige vordering tot schorsing, luidt als volgt : "Gelet op : . de Wet van 13 mei 1999 houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten, gewijzigd bij het arrest van het Arbitragehof nr. 4/2001 van 25 januari 2001; door de wet van 30 maart 2001 (B.S. 18 april 2001); door de wet van 31 mei 2001 (B.S. 19 juni 2001); door de wet van 30 december 2001 (B.S. 31 december 2001); door de wet van 26 april 2002 (B.S. 30 april 2002) en door de wet van 2 augustus 2002 (B.S. 29 augustus 2002); . het Koninklijk Besluit van 26 november 2001 tot uitvoering van de wet van 13 mei 1999 houdende het tuchtstatuut van de personeelsleden van de politiediensten (B.S. 28 december 2001); . de Wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politie- dienst, gestructureerd op twee niveaus (B.S. 5 januari 1999); . het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, kamer 4C, d.d. 30 september 2003, wegens stalking, ten laste van VERMEULEN Erik; . de beslissing d.d. 6 oktober 2003 van de korpschef in zijn hoedanigheid van gewone tuchtoverheid waarbij hij overgaat tot de voorlopige schorsing bij dringende noodzakelijkheid met inhouding van wedde gelijk aan vijfentwintig percent van de bruto maandwedde van VERMEULEN Erik geboren te Antwerpen op 06/03/1955 inspecteur van politie identificatienummer : 442435790 Overwegende dat : . de korpschef zich baseerde op de inhoud van het hoger vermeld vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, kamer 4C, d.d. 30 september 2003 waarbij VERMEULEN Erik werd veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf met uitstel voor een periode van drie jaar, uitgezonderd de reeds ondergane voorhechtenis, wegens stalking; IX-4085-3/8 . de korpschef in zijn beslissing verwijst naar artikel 123 van de wet van 7 december 1998 dat stelt dat de politieambtenaren te allen tijde en in alle omstandigheden bijdragen tot de bescherming van de medeburgers en tot de bijstand die deze laatsten mogen verwachten, alsook, wanneer de omstandig- heden het vereisen, tot het doen naleven van de wet en tot het behoud van de openbare orde. Zij nemen de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden in acht en binden zich ertoe die te doen naleven; . de korpschef in zijn beslissing verwijst naar artikel 130 van de wet van 7 december 1998 dat stelt dat het statuut van de politieambtenaren waarborgt hun integriteit waarborgt. De politieambtenaren moeten elk misbruik bij hun optreden uitsluiten; . de korpschef in zijn beslissing verwijst naar artikel 132 van de wet van 7 december 1998 dat stelt dat het personeelslid elke gedraging vermijdt, zelfs buiten de uitoefening van het ambt, die het vervullen van de ambtsplichten in de weg kan staan of met de waardigheid van het ambt strijdig is; . de korpschef van oordeel is dat, gezien de ernst van de feiten waarvoor betrokkene werd veroordeeld, de aanwezigheid van betrokkene onverenig- baar is met de belangen van de dienst; . de door de korpschef genomen maatregel is voorzien in artikel 63 van de wet van 13 mei 1999 en de ingeroepen dringende noodzakelijkheid, gezien de zwaarwichtigheid van de feiten waarvan betrokkene wordt verdacht, gerechtvaardigd is; . betrokkene op 6 oktober 2003, na kennis te hebben genomen van de genomen ordemaatregel, door de korpschef onverwijld werd gehoord; . betrokkene tijdens zijn verhoor het volgende verklaarde : - Ik ben in beroep gegaan op 3 oktober 2003; - Ik zal de verdere procedure afwachten; . betrokkene na het verhoor, twee kalenderdagen de tijd kreeg om een verweerschrift binnen te brengen op het kabinet van de korpschef; . betrokkene geen bijkomend verweerschrift heeft ingediend; . de door de korpschef genomen beslissing en verhoor van betrokkene werd bekrachtigd door het besluit burgemeester van 9 oktober 2003; . betrokkene schriftelijk werd uitgenodigd voor de hoorzitting burgemeester van 2 februari 2004 om gehoord te worden met betrekking tot een eventuele verlenging van de voorlopige schorsing; . betrokkene en zijn verdediger, advocaat Alex DINGEMANS, aanwezig waren op de hoorzitting en het volgende verklaarden : - Bij nazicht van de wet van 13 mei 1999 blijkt dat er een sanctie dient genomen te worden maximaal 6 maanden na de feiten, wat niet gebeurde. Betrokkene bleef na de feiten verder werken op het strafregister, zonder problemen; - Er is hoger beroep ingesteld. Mijn cliënt wordt momenteel al gestraft voor feiten die nog absoluut niet vaststaan. Wij gaan naar Cassatie indien hij bij het hof van beroep schuldig zou worden bevonden; - Volgens mij is betrokkene al voldoende gestraft. Het is uiteindelijk een uit de hand gelopen vriendschapsrelatie. - Betrokkene verklaarde vroeger te hebben gevraagd om bijkomende onderzoeken te verrichten, wat niet gebeurde; - Ter zake wordt ter zitting een pleitnota afgegeven dat bij het dossier wordt gevoegd; - Betrokkene vraagt : Mocht ik terug in dienst komen, dan zie ik het niet zitten om terug naar de afdeling 'strafregister' te gaan, want ik word daar gepest door de collega's; - Gezien de positieve evaluaties van betrokkene, is een schorsing niet gepast. Het gaat trouwens om feiten in de privé-sfeer; IX-4085-4/8 - Ter zake wordt ter zitting een pleitnota afgegeven dat bij het dossier wordt gevoegd. . in de pleitnota de volgende argumenten worden aangehaald : - Er werd hoger beroep aangetekend tegen het vonnis van de 4C kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen; - Er is nog geen eindbeslissing genomen en het is mogelijk dat betrokkene wordt vrijgesproken door het hof van beroep; - Bij een eventuele ongunstige uitspraak door het hof van beroep zal betrokkene cassatieberoep aantekenen; - De verdediging vraagt om een eventuele beslissing omtrent de toepassing van art. 62 e.v. van de wet van 13 mei 1999 te willen opschorten en om de tuchtprocedure uit te stellen tot een eindbeslissing werd genomen omtrent de strafrechtelijk vervolgde feiten. repliek : Betrokkene werd voorlopig geschorst. Deze voorlopige schorsing werd uitgesproken naar aanleiding van het vonnis d.d. 30 september 2003 van de rechtbank van eerste aanleg. Deze voorlopige schorsing kan worden verlengd tot maximaal vier maanden nadat er een gerechtelijke eind- beslissing werd genomen, zoals voorzien in artikel 61 van de wet van 13 mei
  12. De voorlopige schorsing is een voorlopige maatregel in afwachting van een eventuele tuchtprocedure die zal worden aangevat wanneer de gerechtelijke eindbeslissing werd genomen, zoals voorzien in artikel 56 van de tuchtwet. . een voorlopige schorsing het verbod oplegt om het ambt verder uit te oefenen; een non-activiteit van het personeelslid veroorzaakt en er geen verplaatsingskosten zijn; . er een duidelijk verschil in verloning vereist is ten einde een demotivatie van de actieve personeelsleden te voorkomen; Besluit : artikel 1 : De voorlopige schorsing met inhouding van wedde gelijk aan vijfentwintig percent van de bruto maandwedde jegens VERMEULEN Erik te verlengen met ingang van 6 februari 2004 en dit tot maximaal vier maanden nadat er een gerechtelijke eindbeslis- sing werd genomen, zoals voorzien in artikel 61 van de wet van 13 mei
  13. (...)". 1.
  14. Blijkens de uiteenzetting van de raadsman van verzoeker ter terechtzitting heeft het hof van beroep te Antwerpen in april 2004 het vonnis van 30 september 2003 van de correctionele rechtbank te Antwerpen hervormd en is er tegen dat arrest cassatieberoep ingediend.
  15. Overwegende dat overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; IX-4085-5/8 3.
  16. Overwegende dat het verzoekschrift geen afzonderlijke uiteen- zetting bevat van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoer- legging van het bestreden besluit aan verzoeker een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kunnen berokkenen; dat te dien aanzien het verzoekschrift enkel de volgende vermelding bevat : "Aangezien de hoogdringendheid voortkomt uit de benadeling van verzoeker in zijn financiële situatie door gezegde beslissing, nl. een langdurige inhouding van 25 % van zijn bruto-maandwedde vanaf 6 oktober 2003 tot aan het einde van de inmiddels verlengde tuchtrechtelijke schorsing van verzoeker; (...); dat het belang van verzoeker, die getroffen werd door de bestreden beslissing wel degelijk vaststaat daar hij in de uitoefening van zijn functie wordt geschorst en zijn wedde gedeeltelijk wordt ingehouden, welk nadeel moeilijk kan worden gecompenseerd". 3.
  17. Overwegende dat de verwerende partij in haar nota met opmerkingen in essentie betoogt dat een niet-tuchtrechtelijke maatregel van voorlopige schorsing in beginsel geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel berokkent en dat verzoeker geen gegevens aanreikt die erop wijzen dat in dit geval dergelijk nadeel wel aanwezig is; dat zij toelicht dat, waar verzoeker aanvoert dat het hem onmogelijk is zijn dienst te hervatten, hij verwijst naar een nadeel dat inherent is aan elke verwijdering uit de dienst terwijl, waar hij verwijst naar een -in beginsel steeds herstelbaar- financieel nadeel, niet aangetoond wordt dat de inhouding van 25% van de bruto-wedde de situatie en de levensstandaard van verzoeker en van zijn gezin dermate zal veranderen dat het geleden nadeel na een vernietigingsarrest niet meer goedgemaakt zal kunnen worden; 3.
  18. Overwegende dat het bestreden besluit betrekking heeft op een voorlopige schorsing, in het belang van de dienst, in het kader van een strafrechtelijke procedure; dat dergelijke beslissing geen tuchtrechtelijk karakter heeft en zich dus niet uitspreekt over enig schuldig gedrag van de betrokkene; dat daarom aangenomen wordt dat het nadeel dat dergelijke maatregel berokkent in beginsel goedgemaakt wordt door een vernietigingsarrest en dat het aan de verzoeker toekomt aan te tonen dat hij zich in een uitzonderingssituatie bevindt doordat het nadeel dat hij ondergaat buiten het gewone valt; Overwegende dat verzoeker wijst op de onmogelijkheid om zijn dienst te hervatten; dat hij daarmee geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel aantoont; dat, waar hij zich beroept op het financieel nadeel doordat hij 25% van zijn IX-4085-6/8 bruto-wedde moet derven, opgemerkt moet worden dat zulks een louter financieel nadeel betreft dat volledig hersteld kan worden na een vernietigingsarrest en waaromtrent verzoeker geen bijzondere gegevens voorlegt waaruit opgemaakt kan worden dat die redenering in zijn geval niet aangehouden kan worden;
  19. Overwegende dat niet voldaan is aan de tweede grondvoorwaarde waaronder de Raad van State de schorsing van het bestreden besluit kan bevelen, BESLUIT: Artikel
  20. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  21. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld. IX-4085-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien juni 2000 en vier, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-4085-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.343 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.155.850 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.