id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.416 Rolnummer: A. 150335/X-11831 Zaak: Arrest 132416 - - 15/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-21 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-04 07:14 Fiche Arrest nr 132.416 van 15 juni 2004 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 132.416 van 15 juni 2004 in de zaak A. 150.335/X-11.
- In zake :
- Alfons TORFS, wonende te 2260 WESTERLO, Olenseweg 124,
- de gemeente WESTERLO tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg
- tussenkomende partij : de n.v. BASE, die woonplaats kiest bij Advocaten P. EVERAERT en G. L' HEUREUX, kantoor houdende te 1932 ZAVENTEM, Leuvensesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Alfons TORFS en de gemeente WESTERLO op 2 april 2004 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 2 februari 2004 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar waarbij aan de n.v. BASE de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een zendstation voor mobiele communicatie op een terrein gelegen te Westerlo, Olenseweg 125, kadastraal bekend afdeling 1, sectie A, nr. 926p; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-11.831-1/6 Gelet op de beschikking van 19 mei 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 juni 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van de eerste verzoekende partij, die verschijnt in persoon, van Secretaris L. GIELIS, die verschijnt voor de tweede verzoekende partij, van Advocaat J. CLAES, die verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat G. L' HEUREUX, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de n.v. BASE met een verzoekschrift van 30 april 2004 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen;
- De feiten Overwegende dat de tussenkomende partij op 24 januari 2003 een stedenbouwkundige vergunning vraagt voor het bouwen van een zendstation voor mobiele communicatie op een perceel, gelegen te Westerlo, Olenseweg 125, kadastraal aldaar bekend afdeling 1, sectie A, nr. 926p; dat de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar met de thans bestreden beslissing de gevraagde vergunning geeft;
- De ontvankelijkheid Overwegende dat de verwerende partij in een exceptie het belang en de procesbevoegdheid van de tweede verzoekende partij betwist; X-11.831-2/6 Overwegende dat in de huidige stand van het geding geen uitspraak over deze excepties dient te worden gedaan nu, zoals hierna zal blijken, niet aan de schorsingsvoorwaarden ten gronde is voldaan;
- Ten gronde 3.
- Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.2.
- Overwegende dat de verzoekende partijen wat de tweede voorwaarde betreft het volgende aanvoeren: "Indien de beslissing van de Gewestelijk Stedenbouwkundige ambtenaar ten uitvoer gelegd zou worden, zou dit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel betekenen voor de omwonenden van het perceel waarop de vergunning betrekking heeft, meer bepaald voor de heer Torfs. De heer Torfs zou, door het optrekken van een zendmast op het betreffende perceel, een manifest nadeel, in de vorm van visuele hinder, ondervinden. De gemeente Westerlo is een landelijke gemeente, een pyloon van 42 meter past niet in het landschappelijke karakter van de gemeente. Deze pyloon zou zelfs boven de kerktoren van Voortkapel uitsteken, die slechts 28 meter hoog is. De heer Torfs woont slechts op enkele meters van de plaats waar de pyloon gebouwd zou worden. De visuele hinder die hij daardoor zal ondervinden betekent in zijn hoofde een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Bovendien resulteert het oprichten van een zendstation in een waardevermindering van de eigendommen van de omwonenden, in het bijzonder van de heer Torfs. Bij het opmaken en uitvoeren van haar ruimtelijk ordeningsbeleid, handelt de gemeente Westerlo consequent conform de toepasselijke wetgeving. Aangezien een zendstation voor mobiele communicatie niet thuishoort in het betreffende bestemmingsgebied, zou het optrekken hiervan een ernstig nadeel betekenen voor het ruimtelijk ordeningsbeleid van de gemeente."; 3.2.
- Overwegende dat de verwerende partij in essentie antwoordt dat de verzoekende partijen in gebreke blijven aan de hand van concrete en precieze gegevens een duidelijk beeld te verschaffen van het voorgehouden moeilijk te herstellen ernstig nadeel, dat visuele hinder sterk te relativeren is omdat de pyloon aan het zicht onttrokken is door bomen en in een gebied met meerdere industriegebouwen en -complexen ligt, dat de eerste verzoekende partij niet verduidelijkt hoe haar perceel en in het bijzonder haar woning zijn gesitueerd ten opzichte van de vergunde constructie en dat de tweede verzoekende partij niet op X-11.831-3/6 concrete wijze aantoont wat haar stedenbouwkundig en planologisch beleid inhoudt, hoe het doorkruisen daarvan voor haar een ernstig nadeel veroorzaakt en in welke mate de zendmast als storend ruimtelijk element aan haar persoonlijk een ernstig nadeel veroorzaakt; 3.2.
- Overwegende dat de tussenkomende partij er in essentie aan toevoegt dat de eerste verzoekende partij geen enkel concreet gegeven bijbrengt aan de hand waarvan de ernst van de voorgehouden visuele hinder kan worden beoordeeld of waaruit een waardevermindering van haar eigendom omwille van de inplanting van de kwestieuze zendmast zou blijken, daargelaten de vaststelling dat een financieel nadeel in principe niet moeilijk te herstellen is en dat de tweede verzoekende partij geen elementen bijbrengt waaruit haar planologisch beleid blijkt of waaruit blijkt dat afbreuk aan dat beleid zou worden gedaan door de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing; 3.2.
- Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat de eerste verzoekende partij in het verzoekschrift tot schorsing de vermeende ernst van het nadeel niet staaft met concrete gegevens en dat zij bij het verzoekschrift evenmin stukken, zoals foto’s of plannen, voegt waaruit zou kunnen blijken of er ernstige visuele hinder wordt veroorzaakt; dat met niet in het verzoekschrift vermelde gegevens geen rekening kan worden gehouden; dat zij de voorgehouden waardevermindering van haar eigendom evenmin X-11.831-4/6 aannemelijk maakt en alleszins niet aannemelijk maakt dat dit nadeel moeilijk te herstellen is; Overwegende dat de tweede verzoekende partij zich in haar uiteenzetting beperkt tot een algemene verwijzing naar haar beleid inzake ruimtelijke ordening en de stelling dat de vergunde constructie niet thuishoort in het betreffende bestemmingsgebied; dat zij niet aangeeft waaruit haar beleid inzake ruimtelijke ordening bestaat noch in hoeverre de oprichting van een zendstation een ernstig nadeel voor dat beleid zou betekenen; dat zij met haar algemene en vage stelling geenszins aannemelijk maakt dat de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing de werking van haar diensten dermate in het gedrang zou brengen, dat zij haar taken als gemeente niet meer zou kunnen uitoefenen, noch dat zij na een gebeurlijke vernietiging van de bestreden beslissing niet over de vereiste rechtsmiddelen zou beschikken om het herstel van de plaats in de vorige staat te verkrijgen; Overwegende dat uit de uiteenzetting van de verzoekende partijen derhalve niet blijkt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; 3.
- Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. BASE in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- X-11.831-5/6 De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien juni 2004, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. C. ADAMS. X-11.831-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.416 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.194.612 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.