← België

Arrest 132559 - - 17/06/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.559 Rolnummer: A. 147936/XII-4064 Zaak: Arrest 132559 - - 17/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-29 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-04 07:16 Fiche Arrest nr 132.559 van 17 juni 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 132.559 van 17 juni 2004 in de zaak A. 147.936/XII-

  1. In zake : de VZW SCHOOLBESTUUR ANGELUS, die woonplaats kiest bij advocaat J. Bergé, kantoor houdende te Leuven, Vaartstraat 64 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij advocaat V. Van Obberghen, kantoor houdende te Vilvoorde, Riddersstraat 2, bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de VZW Schoolbestuur Angelus op 23 februari 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “de beslissing nr. 2003/44” van 9 december 2003 van de Commissie inzake Leerlingenrechten, “waarbij de klacht [...] tegen de beslissing inzake weigering tot inschrijving van Adèle D[...] ontvankelijk en gegrond wordt verklaard”; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 6 mei 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 mei 2004; XII-4064-1/4 Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. Beelen, die verschijnt voor de verzoekende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoekende partij op 6 oktober 2003 weigert om Adèle D. in te schrijven voor het schooljaar 2004-2005 als leerling van het Sint- Angelusinstituut te Sint-Lambrechts-Woluwe; dat de moeder van de leerling tegen die weigeringsbeslissing bezwaar aantekent bij de commissie inzake leerlingenrechten; dat de commissie op 9 december 2003 besluit dat de klacht “ontvankelijk en gegrond” is en adviseert aan de Vlaamse regering “dat geen terugvordering of inhouding van de werkingsmiddelen moet plaatsvinden”; dat hiervan aan verzoekende partij met een brief van 19 december 2003 kennis wordt gegeven, waarbij wordt gepreciseerd : “Tegen deze beslissing kan een beroep tot vernietiging ingediend worden bij de Raad van State binnen een termijn van 60 dagen”; Overwegende dat de verwerende partij opwerpt dat de vordering geen voor de Raad van State voor vernietiging aanvechtbare rechtshandeling als voorwerp heeft; dat zij toelicht dat de klachtprocedure voor de commissie inzake leerlingenrechten niet kan worden gezien als een beroepsprocedure sensu stricto, dat de beoordeling door de commissie niet bindend is voor de weigerende onderwijsin- stelling, dat overigens ook een door diezelfde commissie gegeven advies aan de regering om in voorkomend geval de werkingsmiddelen van een onderwijsinstelling in te houden of terug te vorderen niet bindend is voor de regering; dat de uitspraak van de commissie te zien is als “louter een vaststelling door de commissie inzake leerlingenrechten dat Verzoekende partij het Decreet heeft geschonden en/of een aanmaning door de commissie inzake leerlingenrechten ten aanzien van Verzoekende partij om zich te voegen naar de bepalingen van het Decreet”; XII-4064-2/4 Overwegende dat volgens verzoekende partij het oordeel van de commissie “geen advies, maar een effectieve beslissing tot inschrijving” is; dat zij voor die opvatting steun zoekt in de parlementaire voorbereiding van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen-I ; Overwegende dat een annulatieberoep, en dienvolgens een vordering tot schorsing, om ontvankelijk te zijn, onder meer een uitvoerbare administratieve rechtshandeling tot voorwerp moet hebben, met andere woorden een handeling welke op zich beoogt rechtsgevolgen teweeg te brengen of te beletten dat deze tot stand komen; Overwegende dat het voorwerp van voorliggend beroep een uitspraak is van de commissie inzake leerlingenrechten; dat die commissie inzake leerlingenrechten is ingesteld bij artikel IV.7 van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen-I (hierna : het decreet); dat, om de redenen die de Raad van State heeft uiteengezet in zijn arrest nr. 130.168, Lefebvre, van 6 april 2004 en die hij ook voor deze zaak bijtreedt, een uitspraak zoals de bestredene, waarbij de commissie inzake leerlingenrechten overeenkomstig artikel IV.9 van het decreet “oordeelt naar recht inzake het recht op inschrijving”, prima facie geen voor vernietiging vatbare rechtshandeling is, nu het een niet bindende uitspraak of advies betreft die het schoolbestuur -wat de inschrijving betreft- en de Vlaamse regering - wat het terugvorderen of inhouden van een bedrag op de werkingsmiddelen betreft- tot niets dwingt of hun beoordelingsbevoegdheid niet beperkt; dat een annulatieberoep, gericht tegen een dergelijke handeling die de rechtsorde in het algemeen en de rechtssituatie van verzoekende partij in het bijzonder niet wijzigt, niet ontvankelijk ingesteld is; dat de vordering tot schorsing als accessorium van het annulatieberoep eveneens onontvankelijk is; dat hieraan geen afbreuk doet dat de commissie op de kennisgeving van de bestreden uitspraak ten onrechte heeft vermeld dat ertegen een beroep tot vernietiging bij de Raad van State kon worden ingesteld; dat deze vergissing evenwel verzoekende partij heeft misleid en uiteindelijk wel een weerslag kan hebben op de uitspraak nopens de kosten; dat de exceptie in de huidige stand van het geding wordt aangenomen, XII-4064-3/4 BESLUIT: Artikel
  3. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  4. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien juni 2004, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4064-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.559 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.983 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.