← België

Arrest 132664 - - 18/06/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.664 Rolnummer: A. 134331/XIV-14281 Zaak: Arrest 132664 - - 18/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-09 Raadplegingen: 48 - laatst gezien 2026-07-04 07:19 Fiche Arrest nr 132.664 van 18 juni 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 132.664 van 18 juni 2004 in de zaak A. 134.331/XIV-14.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat D. MONFILS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Eedgenotenstraat 51 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Joegoslavische nationaliteit, op 18 maart 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 4 februari 2003 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, Eerste Nederlandse Kamer, waarbij wordt geweigerd hem als vluchteling te erkennen; Gelet op de beschikking van 3 april 2003 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur R. VANDER ELSTRAETEN, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 6 april 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 juni 2004; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat V. GUL die, loco Advocaat D. MONFILS verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; XIV-14.281-1/4 Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Over de gegrondheid van het beroep. 1.1.
  3. Overwegende dat in het eerste middel, afgeleid uit de schending van de artikelen 57/12 en 57/22 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelin- genwet), van artikel 8 van het koninklijk besluit van 19 mei 1993 tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen en van artikel 149 van de Grondwet, verzoeker laat gelden dat de gemachtigde bijzitter door zijn beroep als kennelijk ongegrond te verwerpen zijn bevoegdheden heeft overschreden, dat hij immers de inhoud van ministens vijf documenten heeft geanalyseerd en melding heeft gemaakt van verschillende verwijzingen naar geconsulteerde internetsites, dat hij bovendien is overgegaan tot het onderzoek van het nieuw document dat door hem ter zitting werd voorgelegd, namelijk een oproeping voor de rechtbank van VRANJE van 10 december 2002; 1.1.
  4. Overwegende dat een beroep kennelijk ongegrond is wanneer het weliswaar ontvankelijk is ingesteld, maar de erin ontwikkelde grieven duidelijk niet tot een hervorming van de beroepen beslissing kunnen leiden; dat, blijkens de bestreden beslissing, het beroep van verzoeker wordt verworpen omdat hij “rekening houdende met (de) uitermate sterk gewijzigde Zuid-Servische samenleving, zoals blijkt uit recente informatie, op geen enkele wijze aantoont bij een terugkeer naar de Servisch-Montenegrijnse Republiek geen beroep te kunnen doen op de rechtsbescherming vanwege zijn autoriteiten en van deze autoriteiten geen correcte politionele en gerechtelijke behandeling te kunnen verwachten”; dat de redengeving van de aangevochten beslissing nergens doet blijken dat omtrent het lot van verzoekers beroep enige twijfel of betwisting mogelijk was; dat de gemachtigde bijzitter zijn appreciatiebevoegdheid dan ook niet te buiten is gegaan toen hij oordeelde dat de door verzoeker ontwikkelde grieven duidelijk niet tot een hervorming van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen konden leiden en derhalve dit beroep als kennelijk ongegrond afwees; dat, indien in de beslissing melding wordt gemaakt van meerdere op het internet beschikbare artikelen, dit niet is omdat twijfel was gerezen omtrent de gegrondheid van verzoekers beroep, doch enkel om het standpunt aangaande de sterk gewijzigde Zuid-Servische samenleving afdoende met recente informatie te ondersteunen; dat ook de voorlegging van de oproeping van 10 december 2002 om voor de rechtbank van VRANJE te verschijnen niet tot enige twijfel aanleiding blijkt te hebben gegeven; dat dit stuk resoluut wordt afgewezen op grond van de overweging dat indien het al “een echt document zou zijn -wat gezien voormelde uiteenzetting van de feiten als hoogst XIV-14.281-2/4 onwaarschijnlijk wordt beschouwd- het de Commissie duidelijk is dat (...) deze oproeping enkel kan kaderen in de vaststelling van feiten van gemeenrechtelijke aard”; dat de stelling als zou de gemachtigde bijzitter op straffe van bevoegdheidsoverschrijding een ter zitting voorgelegd stuk niet mogen onderzoeken niet kan gevolgd worden; dat er anders over oordelen erop neerkomt dat een appellant steeds met succes de verwijzing naar een drieledige kamer kan uitlokken door alsnog ter zitting -al weze het irrelevante of onechte- stukken voor te leggen; dat zulks geenszins de bedoeling van de wetgever kan geweest zijn; dat deze immers precies een snelle en eenvoudige afhandeling door een alleenzetelend lid van de beroepen wou wanneer deze onontvankelijk zijn of “wanneer de motieven van het beroep (...) kennelijk ongegrond (...) zijn” (Parl. St. Kamer, 1992-1993, nr. 903/5, p. 60-61); dat het eerste middel niet gegrond is; 1.2.
  5. Overwegende dat in het tweede middel, afgeleid uit de schending van het motiveringsbeginsel, van artikel 57/22 van de Vreemdelingenwet en van artikel 149 van de Grondwet, verzoeker laat gelden dat onvoldoende wordt geantwoord op de argumentatie in zijn geschreven beroep van 28 november 2002 luidens dewelke de meerderheid van de amnestiewetten die in Joegoslavië gepubliceerd zijn onvolledig zijn geweest, niet perfect zijn toegepast of vrijwillig zijn gewijzigd; 1.2.
  6. Overwegende dat het verweer, geput uit de ervaring met de andere Joegoslavische amnestiewetten, genoegzaam wordt verworpen waar wordt overwogen dat de amnestiewet van 3 juli 2002 “voorziet in amnestie voor personen die ervan verdacht worden in de periode van 1 januari 1999 tot 31 mei 2001 op het grondgebied van PRESEVO, BUJANOVAC en MEDVEDJA terrorisme en/of vijandige activiteiten tegen de Joegoslavi- sche staat te hebben gepleegd en deze effectief hebben begaan” en “de OSCE mission to FRY South Serbia coordinator, Roberto MONTELLA op 22 oktober 2002 stelt dat voormelde wet correct wordt toegepast”; dat het tweede middel niet gegrond is;
  7. Overwegende dat er grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, XIV-14.281-3/4 BESLUIT: Artikel
  8. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  9. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien juni tweeduizend en vier, door : de H. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, Mevr. K. LIEVENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, K. LIEVENS. A. BEIRLAEN. XIV-14.281-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.664 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.