← België

Arrest 132669 - - 18/06/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.669 Rolnummer: A. 122365/XIV-10391 Zaak: Arrest 132669 - - 18/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-09 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-04 07:19 Fiche Arrest nr 132.669 van 18 juni 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 132.669 van 18 juni 2004 in de zaak A. 122.365/XIV-10.

  1. In zake :
  2. XXX,
  3. XXX, die woonplaats kiezen bij Advocaat A. NAVASARTIAN, kantoor houdende te 1030 BRUSSEL, Jenatzystraat 13 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX en XXX, beide van XXX nationaliteit, op 12 juni 2002 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissingen van 6 mei 2002 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, Eerste Nederlandse Kamer, waarbij wordt geweigerd hen als vluchteling te erkennen; Gelet op de beschikking van 18 juni 2002 waarbij aan de verzoekende partijen het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur R. VANDER ELSTRAETEN, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 6 april 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 juni 2004; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. NAVASARTIAN, die verschijnt voor de verzoekende partijen en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; XIV-10.391-1/3 Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  4. Over de gegrondheid van het beroep. 1.
  5. Wat XXX betreft : 1.1.
  6. Overwegende dat in een enig middel verzoeker laat gelden dat de bestreden beslissing genomen is met schending van de motiveringsplicht in samenhang met artikel 1, (A) van de Conventie van Genève betreffende de status van vluchtelingen en van het redelijkheidsbeginsel, doordat zijn aanvraag wordt verworpen omdat het relaas gesteund is op valse stukken, terwijl

(1)de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen een vreemdeling niet kan sanctioneren voor een strafbaar feit -valsheid in geschriften- dat niet bewezen is door een daartoe bevoegd orgaan,
(2)er geen sprake kan zijn van valse stukken gemaakt in A. vermits hij de betwiste documenten rechtstreeks vanuit XXX heeft ontvangen,
(3)het bestaan van een document waarvan de echtheid wordt betwist nog niet betekent dat de asielmotieven niet echt zijn; 1.1.2.
  1. Overwegende dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen enkel gebonden is door de feitelijke vaststelling van de strafrechter dat de vreemdeling de hem verweten feiten van valsheid in geschriften of van gebruik van valse stukken niet heeft begaan; dat, bij afwezigheid van dergelijke vaststelling, er geen bezwaar is om de voorgebrachte stukken wegens hun vals karakter te verwerpen; 1.1.2.
  2. Overwegende dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen zich in het geheel niet uitspreekt over de plaats waar de stukken zijn vervalst of gemanipuleerd; 1.1.2.
  3. Overwegende dat, blijkens de bestreden beslissing, de poging van verzoeker om de Belgische autoriteiten te misleiden dermate zijn geloofwaardigheid ondermijnt dat geen enkel geloof aan zijn relaas kan worden gehecht en de aanvraag derhalve dient te worden verworpen; dat het enig middel niet gegrond is; XIV-10.391-2/3 1.
  4. Wat XXX betreft: 1.2.
  5. Overwegende dat verzoekster zich aansluit bij het door haar echtgenoot aangevoerd middel; 1.2.
  6. Overwegende dat de beslissing die ten aanzien van verzoekster werd genomen rust op de niet-erkenning van haar echtgenoot als vluchteling; dat de verwerping van het beroep van haar echtgenoot meebrengt dat ook het beroep van verzoekster moet worden verworpen;
  7. Overwegende dat de verzoekende partijen geen gegrond middel tot nietigverklaring hebben aangevoerd; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
  8. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  9. De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien juni tweeduizend en vier, door : de H. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, Mevr. K. LIEVENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, K. LIEVENS. A. BEIRLAEN. XIV-10.391-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.669 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.