← België

Arrest 132708 - - 21/06/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.708 Rolnummer: A. 146508/X-11722 Zaak: Arrest 132708 - - 21/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-24 Raadplegingen: 47 - laatst gezien 2026-07-04 07:20 Fiche Arrest nr 132.708 van 21 juni 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 132.708 van 21 juni 2004 in de zaak A. 146.508/X-11.

  1. In zake :
  2. Gert NEVEN,
  3. Yolanda HUYBRECHTS, beiden wonende te 3724 VLIERMAAL, Negenbonderstraat 57 tegen : het Vlaams Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat L. DEHAESE, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Luikersteenweg
  4. ------------------------------------------------------------------------------------------------ --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Gert NEVEN en Yolanda HUYBRECHTS op 14 januari 2004 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 13 november 2003 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie houdende verwerping van hun beroep tegen het uitblijven van de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg met betrekking tot hun beroep ingesteld tegen het besluit van 10 januari 2003 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kortessem houdende weigering van een stedenbouwkundige vergunning strekkende tot regularisatie van een woning gelegen te Kortessem (Vliermaal), Negenbonderstraat 57, op een perceel kadastraal bekend Sectie E, nrs. 300B2 en 300C2; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur J. CLEMENT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 4 maart 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 maart 2004; X-11.722-1/5 Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat F. STRAUVEN die, loco Advocaat G. KINDERMANS verschijnt voor de verzoekende partijen en van Advocaat S. WILLEMS die, loco Advocaat L. DEHAESE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur J. CLEMENT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat op 10 september 2002 lastens verzoekers een proces-verbaal werd opgemaakt waarin werd vastgesteld dat zij zonder voorafgaandelijke stedenbouwkundige vergunning werken hadden uitgevoerd aan een woning gelegen te Kortessem (Vliermaal), Negenbonderstraat 57, op een perceel kadastraal bekend Sectie E, nrs. 300B2 en 300C2; dat voornoemd perceel volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 3 april 1979 vastgesteld gewestplan Hasselt-Genk gelegen is in agrarisch gebied; dat er voor het gebied, waarin voormeld perceel is gelegen, geen door de Vlaamse regering goedgekeurd bijzonder plan van aanleg bestaat en evenmin een behoorlijk vergunde, niet vervallen verkaveling; dat verzoekers op 11 september 2002 bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kortessem een vergunningsaanvraag voor de "regularisatie van een woning" hebben ingediend; dat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kortessem bij besluit van 10 januari 2003 de regularisatievergunning heeft geweigerd op grond van een ongunstig advies van de gemachtigde ambtenaar; dat verzoekers op 28 januari 2003 beroep hebben ingesteld tegen voornoemde weigeringsbeslissing bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg; dat verzoekers op 28 mei 2003 een beroep hebben ingesteld bij de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie, bij ontstentenis van het ontvangen van een beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg binnen de wettelijk voorziene termijn; dat de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie bij het bestreden besluit van 13 november 2003 het beroep van verzoekers heeft verworpen; X-11.722-2/5 Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoor- den en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat, wat de tweede opgelegde voorwaarde betreft, verzoekers doen gelden : "Op datum van 10 september 2002 werd een proces-verbaal van vaststelling opgesteld door de dienst ruimtelijke ordening van de afdeling ROHM Limburg. Verzoekers werden geverbaliseerd wegens het uitvoeren van vergunning- plichtige werken zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning vanwege het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kortessem. De regularisatievergunning strekt ertoe een einde te maken aan deze toestand. Indien de regularisatievergunning definitief wordt geweigerd verliezen verzoekers hun argument in een eventuele strafrechterlijke procedure om verder uitstel te bekomen en kan de strafrechtbank de door het handhavingsdecreet mogelijk gemaakte sanctiemiddelen toestaan. Alsdan zou kunnen besloten worden tot een bevel tot herstel in de oorspronkelijke staat, dan wel het betalen van een aanzienlijke meerwaarde of het doorvoeren van aanpassingswerken. Alleszins zullen deze mogelijk te bevelen maatregelen een aanzienlijke impact hebben, niet alleen op de financiële toestand van verzoekers, doch ook op hun woongelegenheid. Het betreft immers hun gezinswoning, waarin zij jaren energie en tijd gestoken hebben om deze zelf op te richten en dat hun onmiddellijke leefruimte bepaalt. Ingrepen op deze leefruimte hebben een rechtstreekse impact op de privacy en vormen daarom een moeilijk te herstellen ernstig nadeel."; Overwegende dat de verwerende partij antwoordt : "De rechtspraak van de Raad van State met betrekking tot het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is als volgt gevestigd. Artikel 17 § 3 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen. Artikel 8 tweede lid 5/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten 'een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen'. Uit deze bepalingen volgt dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het X-11.722-3/5 verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan gehouden worden. De verzoekende partij moet daartoe zeer concrete gegevens aanvoeren die erop wijzen dat hij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan ondergaan. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel moet een gevolg zijn van de onmiddel- lijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit. - De verzoekende partij stelt in het verzoekschrift dat op datum van 10.09.2002 een proces-verbaal van vaststelling werd opgesteld door de dienst ruimtelijke ordening van AROHM Limburg. Zij werden geverbaliseerd wegens het uitvoeren van vergunningplichtige werken zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning. Indien de regularisatievergunning definitief geweigerd wordt, zullen zij hun argu- ment in een eventuele strafrechtelijke procedure om verder uitstel te bekomen verliezen, en kan de strafrechtbank sanctiemiddelen toestaan, aldus verzoekers. Deze mogelijk te bevelen maatregelen zullen een impact hebben op de financiële toestand van verzoekers en op hun woongelegenheid. - Een proces-verbaal van vaststelling wegens het uitvoeren van wederrechte- lijke bouwwerken werd inderdaad ten laste van de verzoekende partijen opgesteld op 10.09.2002 (STUK 2 administratief dossier van de gemachtigde ambtenaar). Een eventuele strafrechtelijke procedure en de mogelijk te bevelen maatrege- len waarvan verzoekers gewag maken in hun verzoekschrift, zal dan ook een gevolg zijn van dit proces-verbaal van vaststelling. De oorzaak hiervan is gelegen in het eigengereid optreden van verzoekers, bestaande uit het uitvoeren van vergunningplichtige werken zonder voorafgaan- de stedenbouwkundige vergunning. Vastgesteld moet worden dat de verzoekende partijen hun moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet putten uit de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit. De verzoekende partij brengt geen concrete gegevens noch bewijzen bij die het beweerde nadeel ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit aannemelijk maken. Aan de voorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is derhalve niet voldaan, zodat de vordering tot schorsing dient verworpen te worden."; Overwegende dat het bestreden besluit de weigering van een regularisatievergunning betreft; dat het door verzoekers aangevoerde nadeel aldus het gevolg is, niet van de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, maar van hun eigengereid handelen door het uitvoeren van werken en handelingen zonder daarover over de decretaal vereiste voorafgaande stedenbouwkundige vergunning te beschikken; dat het nadeel aan verzoekers zelf te wijten is; dat een dergelijk nadeel niet kan worden aangenomen; dat de uiteenzetting van verzoekers geen concrete en precieze gegevens bevat waaruit blijkt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; X-11.722-4/5 Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen, BESLUIT: Artikel
  5. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  6. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op éénentwintig juni 2004, door : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. J. BOVIN. X-11.722-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.708 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.415 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.