← België

Arrêt / Arrest 132760 - / - 22/06/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.760 Rolnummer: A. 76259/V-1509 Zaak: Arrêt / Arrest 132760 - / - 22/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-06-28 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-07-04 07:49 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 132.760 van 22 juni 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 132.760 van 22 juni 2004 A.76.259/V-1509 In zake : DELVAUX Alex, die woonplaats kiest bij Mr. Henri BARTHOLOMEEUSEN, advocaat, Koninklijke-Prinsstraat 19 1050 Brussel, tegen: de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Justitie, die woonplaats kiest bij Mr. Patrick PEETERS, advocaat, Brederodestraat 13 1000 Brussel. Tussenkomende partijen:

  1. JANSSENS de BISTHOVEN Evrard, die woonplaats kiest bij Mr. Paul WOUTERS, advocaat, Vilain XIII-straat 17 1050 Brussel,
  2. HÄNSCH Kristine, Guillaume Gilbertlaan 118 1050 Brussel. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE RAAD VAN STATE, Ve KAMER, Gezien het op 5 november 1997 ingediende verzoekschrift, waarbij Alex DELVAUX de nietigverklaring vordert van de koninklijke besluiten van 29 augustus 1997 houdende de benoeming van Kristine HÄNSCH en Evrard JANSSENS de BISTHOVEN tot rechter in de rechtbank van eerste aanleg te Brussel; V - 1509 - 1/6 Gelet op arrest nr. 78.172 van 15 januari 1999, waarbij de debatten worden heropend, waarbij besloten wordt dat er grond is om de procedure voort te zetten overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State en waarbij de beslissing over de kosten in beraad wordt gehouden; Gelet op arrest nr. 81.094 van 18 juni 1999, waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden koninklijke besluiten wordt afgewezen; Gelet op de kennisgeving van het arrest aan de partijen; Gezien het op 10 september 1999 door de verzoekende partij ingediende verzoek tot voortzetting van de procedure; Gezien de op 23 december 1997 ingediende verzoekschriften, waarbij Evrard JANSSENS de BISTHOVEN en Kristine HÄNSCH vragen om als tussenkomende partij te worden toegelaten; Gelet op de beschikking van 10 maart 2003, waarbij die tussenkomsten worden toegestaan; Gezien de regelmatig uitgewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien de memorie van tussenkomst van de eerste tussenkomende partij; Gezien het verslag van Mevrouw G. BEECKMAN de CRAYLOO, auditeur bij de Raad van State, opgemaakt op grond van artikel 12 van de algemene procedureregeling; Gelet op de beschikking van 9 september 2003, waarbij de neerlegging ter griffie van het dossier en het verslag wordt gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memories; V - 1509 - 2/6 Gelet op de beschikking van 13 april 2004, waarvan aan de partrijen kennis is gegeven en waarbij wordt bepaald dat de zaak voorkomt op de terechtzitting van 11 mei 2004 om 9.30 uur; Gehoord het verslag van de heer R. ANDERSEN, voorzitter van de Raad van State; Gehoord de opmerkingen van Mr. H. BARTHOLOMEEUSEN, advocaat, die voor verzoeker verschijnt, en van Mr. P. WOUTERS, advocaat, die voor de eerste tussenkomende partij verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van Mevrouw G. BEECKMAN de CRAYLOO, eerste auditeur; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de feiten uiteengezet zijn in het arrest nr. 78.172 van 15 januari 1999; dat er grond is om ernaar te verwijzen, maar hieraan toe te voegen dat Kristine HÄNSCH benoemd is tot toegevoegd rechter in de politierechtbank te Brussel bij koninklijk besluit van 18 januari 1999 en Evrard JANSSENS de BISTHOVEN tot raadsheer in het hof van beroep te Brussel bij koninklijk besluit van 30 april 2004; Overwegende dat de Raad van State in zijn arrest nr. 78.172 erop gewezen heeft dat de partijen niet alleen in rechte tegenover elkaar staan wat de betekenis betreft die moet worden gegeven aan de regels vervat in artikel 43, § 5, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, maar ook in feite van mening verschillen wat de cijfers betreft die in aanmerking moeten worden genomen voor de verdeling van de ambten van de eentalige en de tweetalige zetelende magistraten in de rechtbank van eerste aanleg te Brussel; Overwegende dat het met het onderzoek van de zaak belaste lid van het auditoraat in het verslag dat hij daarna heeft opgemaakt, stelt dat de formatie van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel 83 zetelende magistraten omvatte toen de bestreden handelingen uitgevaardigd zijn, zodanig dat er krachtens artikel 43, § 5, eerste lid, van de voormelde wet van 15 juni 1935 ten minste 28 Nederlandstalige, ten minste 28 Franstalige magistraten en ten minste 56 tweetalige magistraten nodig V - 1509 - 3/6 waren; dat volgens hetzelfde verslag, op basis van het criterium van het aantal kamers die kennis nemen van de zaken in het Nederlands en het aantal kamers die kennis nemen van de zaken in het Frans, waarin artikel 43, § 5, tweede lid, van dezelfde wet voorziet, er aan Franstalige magistraten 54 betrekkingen toekwamen en aan Nederlandstalige magistraten 29; dat de auditeur-rapporteur stelt dat toen de bestreden benoemingen gedaan zijn 27 Nederlandstalige magistraten effectief een ambt bekleedden, en daaruit concludeert dat de Koning op dat ogenblik op wettige wijze de twee bestreden benoemingen kon doen; Overwegende dat de partijen ten gevolge van dat verslag akkoord gaan om ervan uit te gaan dat de formatie van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel 83 betrekkingen van magistraat omvatte, waarvan er ten minste 28 toekwamen aan eentalige Franstalige magistraten, ten minste 28 aan eentalige Nederlandstalige magistraten en ten minste 56 aan tweetalige magistraten; dat ze evenmin het cijfer 27 betwisten als het aantal ambten dat effectief door Nederlandstalige magistraten wordt bekleed; dat op basis van deze niet betwiste cijfers verzoeker van oordeel is dat "het thans vaststaat, met toepassing van de eerste voornoemde regel die vervat is in artikel 43, § 5, van de wet van 15 juni 1935, dat het eerste van de twee koninklijke besluiten, namelijk het besluit waarbij de (eerste) tussenkomende partij wordt aangesteld, geen afbreuk doet aan de Franstalige formatie en derhalve regelmatig is"; dat verzoeker daarentegen betoogt de auditeur-rapporteur niet te kunnen volgen wanneer deze van oordeel is te kunnen steunen op de verdeling van het aantal kamers van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel die respectievelijk kennis nemen van de zaken in het Frans en van de zaken in het Nederlands, zoals deze vastgesteld was in een werknota van de verwerende partij van 21 mei 1997 betreffende de situatie bij het parket en de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, om het aantal betrekkingen dat toekwam aan Nederlandstalige rechters op 29 te bepalen; dat volgens hem niet deze nota in aanmerking moest worden genomen, maar wel het koninklijk besluit van 17 april 1986 tot vaststelling van het bijzonder reglement voor de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, uitgevaardigd krachtens artikel 88, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek, met als gevolg dat het cijfer 29 moest worden teruggebracht tot 26; dat hij daaruit afleidt dat "de toepassing van de tweede regel die vervat is in het voormelde artikel 43, § 5, er niet toe leidt dat de op basis van de eerste regel vastgestelde Nederlandstalige formatie van 28 betrekkingen wordt overschreden" en besluit dat "daaruit voortvloeit dat met het tweede koninklijk besluit, namelijk het besluit waarbij de (tweede) tussenkomende partij wordt aangewezen als 29e Nederlandstalige magistraat, afbreuk gedaan wordt aan de Franstalige formatie zoals uitdrukkelijk V - 1509 - 4/6 uiteengezet wordt door de verwerende partij in de motivering van deze handeling "zodanig dat" die handeling dient (...) te worden vernietigd"; Overwegende dat, zonder discussies te hoeven aangaan die de partijen blijven verdelen wat betreft de verschillende aard van de regels die vervat zijn in het voornoemde artikel 43, § 5, en wat betreft de handeling die in aanmerking moet worden genomen voor de bepaling van het aantal kamers die respectievelijk van de zaken in het Frans en van de zaken in het Nederlands kennis moeten nemen, het voor de beslechting van het geschil volstaat vast te stellen dat verzoeker, die alleen nog de nietigverklaring van de benoeming van de tweede tussenkomende partij als rechter in de rechtbank van eerste aanleg te Brussel vordert, daarbij geen belang meer heeft doordat het vaststaat dat deze betrekking opnieuw vacant geworden is in de loop van het geding ten gevolge van de benoeming van de tweede tussenkomende partij in het ambt van toegevoegd rechter in de politierechtbank te Brussel bij een koninklijk besluit van 18 januari 1999, welke benoeming definitief geworden is; dat wat de eerste tussenkomende partij betreft, er bovendien aan herinnerd dient te worden dat ze benoemd is tot raadsheer in het hof van beroep te Brussel, bij koninklijk besluit van 30 april 2004, waardoor ook weer een betrekking van rechter in de rechtbank van eerste aanleg te Brussel vrijkomt, BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten betreffende de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten betreffende de tussenkomsten in de vernietigingsprocedure, bepaald op 247,90 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen ten belope van 123,95 euro elk. V - 1509 - 5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting van de Ve kamer, op tweeëntwintig juni tweeduizend vier, door : de HH. R. ANDERSEN, voorzitter van de Raad van State, P. LIENARDY, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. M.-Chr. MALCORPS, griffier. De Griffier, De Voorzitter van de Raad van State, M.-Chr. MALCORPS. R. ANDERSEN. V - 1509 - 6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.760 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1999:ARR.78.172 ECLI:BE:RVSCE:1999:ARR.81.094 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.