id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.904 Rolnummer: A. 65429/X-10210 Zaak: Arrest 132904 - - 23/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-09 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-04 07:23 Fiche Arrest nr 132.904 van 23 juni 2004 - Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 132.904 van 23 juni 2004 in de zaak A. 65.429/X-10.
- In zake : de gemeente KNOKKE-HEIST, die woonplaats kiest bij Advocaat A. LUST, kantoor houdende te 8200 BRUGGE, Burggraaf de Nieulantlaan 14 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Canadesen Hof, Bevrijdingslaan 4, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente KNOKKE-HEIST op 5 september 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 9 juni 1995 van de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming houdende rangschikking als landschap overeenkomstig de bepalingen van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen omwille van het nationaal belang van de wetenschappelijke, historische en esthetische waarde, van de Oude Hazegraspolder en binnenduinen te Knokke- Heist, zoals afgebakend op bijgaand plan, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 29 augustus 1995; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de beschikking van 21 maart 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; X-10.210-1/3 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 15 maart 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 7 mei 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat P. JONGBLOET die, loco Advocaat A. LUST verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat N. DE CLERCQ die, loco Advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van Eerste Auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat, krachtens artikel 3 van de Hypotheekwet, geen eis strekkende tot vernietiging of tot herroeping van rechten voortvloeiende uit akten aan overschrijving onderworpen door de rechter wordt ontvangen dan na te zijn ingeschreven op de kant der overschrijving van de titel van verkrijging waarvan de vernietiging of herroeping gevorderd wordt en, in voorkomend geval, op de kant der overschrijving van de laatste overgeschreven titel; dat deze wetsbepaling de openbare orde raakt; dat derhalve de rechter, voor wie dergelijke eis aanhangig is, moet nagaan of de eis waarover hij te oordelen heeft, ingeschreven is op de kant van de overschrijving van de titel van verkrijging; Overwegende dat uit de bedoeling van de wetgever om de derden die door een overschrijving zouden kunnen worden misleid, te beschermen, voortvloeit dat de verplichting tot inschrijving slechts geldt in zoverre de in het voornoemd artikel bedoelde akten effectief werden overgeschreven of vatbaar waren voor een overschrijving; Overwegende dat luidens het op het ogenblik van het bestreden besluit toepasselijke artikel 1, § 11, in fine van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen, het besluit tot "rangschikking" als X-10.210-2/3 landschap wordt overgeschreven op het kantoor van de hypotheekbewaarder; dat derhalve het voorschrift van artikel 3 van de Hypotheekwet van toepassing is op een dergelijk besluit; Overwegende dat in deze stand van het geding uit de stukken waarop de Raad vermag acht te slaan noch uit verslag van het bevoegde lid van het Auditoraat kan worden afgeleid of het beroep tot nietigverklaring al dan niet is gekantmeld; dat de zaak derhalve niet in staat van wijzen is; dat het daarom gepast is dat daartoe het bevoegde lid van het Auditoraat gelast wordt met het onderzoek van deze in voorkomend geval ambtshalve op te werpen exceptie, BESLUIT: Artikel
- De debatten worden heropend. Artikel
- Het door de Auditeur-generaal aangewezen lid van het Auditoraat wordt gelast met het aanvullend onderzoek. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig juni 2004, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-10.210-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.904 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.116 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.