← België

Arrest 132934 - - 23/06/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.934 Rolnummer: Zaak: Arrest 132934 - - 23/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-02 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-07-04 07:49 Versie(s): Vertaling FR Fiche Arrest nr 132.934 van 23 juni 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 132.934 van 23 juni 2004 in de zaken A. 105.361/g-57 105.362/g-58 105.369/g-

  1. In zake : I. Johan BERCKMANS, II. Jan GOFFIN, III. Eddy DE JAEGER, die woonplaats kiezen bij advocaten E. VAN DER MUSSELE en Y. VANDEN BOSCH, kantoor houdende te ANTWERPEN, Justitiestraat 18 A tegen : I. + II. + III. de Belgische Staat, vertegenwoordigd door :
  2. de minister van Begroting,
  3. de minister van Binnenlandse Zaken,
  4. de minister van Ambtenarenzaken,
  5. de minister van Justitie, de ministers sub 2, 3 en 4 kiezen woonplaats bij advocaten D. D'HOOGHE en S. SOTTIAUX, kantoor houdende te BRUSSEL, Henri Wafelaertsstraat 47-51, bus
  6. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE RAAD VAN STATE, algemene vergadering van de afdeling administratie. Gezien het verzoekschrift dat Johan BERCKMANS op 30 mei 2001 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van : - het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten en zijn bijlage 11, waarbij “de niet-korpschefs van de politiekorpsen van de gemeenten klasse 20 worden ingeschaald als Officier van politie (en niet als hoofdofficier van politie) in de weddeschaal O4bis” en van - het besluit hem “individueel van graad te veranderen en diens schaal toe te wijzen cfr. art. XII.II.1 van het bestreden KB, maar slechts in de schaal O4bis als Officier van politie (en niet als hoger officier), wat blijkt uit het sedert april voorziene loon in de betrokken schaal”; g-57-1\5 Gezien het verzoekschrift dat Jan GOFFIN op 30 mei 2001 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van : - het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten en zijn bijlage 11, waarbij “de korpschefs van de politiekorpsen van de gemeenten klasse 17 worden ingeschaald als Officier van politie (en niet als hoofdofficier van politie) in de weddeschaal O4bis” en van - het besluit hem “individueel van graad te veranderen en diens schaal toe te wijzen cfr. art. XII.II.1 van het bestreden KB, maar slechts in de schaal O4bis als Officier van politie (en niet als hoger officier), wat blijkt uit het sedert april voorziene loon in de betrokken schaal”; Gezien het verzoekschrift dat Eddy DE JAEGER op 30 mei 2001 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van : - het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten en zijn bijlage 11 waarbij “de niet-korpschefs van de politiekorpsen van de gemeenten klasse 20 worden ingeschaald als Officier van politie (en niet als hoofdofficier van politie) in de weddeschaal O4bis” en van - het besluit hem “individueel van graad te veranderen en diens schaal toe te wijzen cfr. art. XII.II.1 van het bestreden KB, maar slechts in de schaal O4bis als Officier van politie (en niet als hoger officier), wat blijkt uit het sedert april voorziene loon in de betrokken schaal”; Gezien de op dezelfde dag ingediende verzoekschriften, waarbij de verzoekende partijen de vernietiging vorderen van dezelfde bepalingen; Gelet op het arrest nr. 104.651 van 13 maart 2002 waarbij aan het Arbitragehof de volgende vraag gesteld wordt : “Schendt artikel 131 van de programmawet van 30 december 2001 de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat die bepaling eraan in de weg staat dat de Raad van State nog uitspraak doet over de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging die de verzoekers hebben ingesteld tegen bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 die door de wetgever zijn bekrachtigd?”; Gelet op het arrest nr. 111/2003 van 17 september 2003 van het Arbitragehof; g-57-2\5 Gelet op de beschikking van 3 februari 2004 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 2 maart 2004, om 14.30 uur; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. VAN DER MUSSELE, die verschijnt voor verzoekers, en van advocaat S. SOTTIAUX, die verschijnt voor de tweede, derde en vierde vertegenwoordiger van de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het Arbitragehof bij arrest nr. 111/2003 van 17 september 2003 ontkennend geantwoord heeft op de prejudiciële vraag die de Algemene Vergadering, afdeling administratie, van de Raad van State hem met het arrest nr. 104.651 van 13 maart 2002 gesteld heeft; dat, daaromtrent ondervraagd, de raadsman van de verzoekende partijen met een brief van 22 december 2003 medegedeeld heeft dat, gelet op de wettelijke bekrachtiging en de uitspraak van het Arbitragehof, de verzoekende partijen niet verder aandringen op de afhandeling van hun verzoekschriften; dat die mededeling als een afstand van geding begrepen wordt; dat geen gegeven van het dossier zich verzet tegen de toewijzing van de afstand; Overwegende dat de partijen erkennen dat er reden is om, overeenkomstig artikel 70, § 1, vierde lid van het algemeen procedurereglement van de Raad van State, ook uitspraak te doen over de verzoekschriften tot nietigverkla- ring; Overwegende dat de afstand van geding van de verzoekende partijen te wijten is aan het optreden van de wetgever, dat van latere datum is dan het indienen van de vorderingen tot schorsing; dat om die reden ingegaan wordt op de vraag van de verzoekende partijen om de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen, BESLUIT: g-57-3\5 Artikel
  7. De afstand van de vorderingen tot schorsing en van de annulatiebe- roepen wordt toegewezen. Artikel
  8. De kosten van de vorderingen tot schorsing, bepaald op 520,59 euro, komen ten laste van de Belgische Staat. g-57-4\5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig juni tweeduizend en vier, van de algemene vergadering van de afdeling administratie van de Raad van State, die was samengesteld uit : de HH. R. ANDERSEN, voorzitter van de Raad van State, J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, J.-Cl. GEUS, kamervoorzitter, M. HANOTIAU, kamervoorzitter, D. VERBIEST, kamervoorzitter, M. LEROY, kamervoorzitter, J. MESSINNE, kamervoorzitter, R. STEVENS, staatsraad, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. O. DAURMONT, staatsraad, de HH. P. LEWALLE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. St. GEHLEN, staatsraad, de HH. J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. D. LANGBEEN, hoofdgriffier. De hoofdgriffier, De voorzitter, D. LANGBEEN. R. ANDERSEN. g-57-5\5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.934 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.