id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.937 Rolnummer: A. 105326/AGAV-56 Zaak: Arrêt / Arrest 132937 - / - 23/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-02 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-07-04 07:50 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 132.937 van 23 juni 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE Nr. 132.937 van 23 juni 2004 A. 105.326/G-56 In zake: LAMBERT Philippe, die woonplaats kiest bij Mr. Jean BOURTEMBOURG, advocaat, Zwitserlandstraat 24 1060 Brussel, tegen: de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij Mr. France MAUSSION, advocaat, Henri Wafelaertsstraat 47-51 1060 Brussel. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE RAAD VAN STATE, ALGEMENE VERGADERING VAN DE AFDELING ADMINISTRATIE, Gezien de vordering die Philippe LAMBERT op 30 mei 2001 heeft ingesteld met het oog op de schorsing van de tenuitvoerlegging van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten; Gezien het op 30 mei 2001 ingediende verzoekschrift, waarbij Philippe LAMBERT de nietigverklaring van dezelfde handeling vordert; Gezien het verslag van de heer HERBIGNAT, eerste auditeur bij de Raad van State; Gelet op arrest nr. 104.650 van 13 maart 2002 waarbij de algemene vergadering van de afdeling Administratie aan het Arbitragehof een prejudiciële vraag stelt; Gelet op arrest nr. 111/2003 van 17 september 2003 van het Arbitragehof; G - 56 - 1/4 Gezien de brief d.d. 21 oktober 2003 van mevrouw GEHLEN, staatsraad, waarbij aan de partijen vragen worden gesteld en waarbij deze verzocht worden daarop te antwoorden in een aanvullende memorie; Gezien de aanvullende memories van de partijen; Gelet op de beschikking van 3 februari 2004 waarbij bepaald wordt dat de zaak voorkomt op de zitting van de algemene vergadering van de afdeling Administratie van 2 maart 2004 om 14.30 uur; Gelet op de kennisgeving van de beschikking tot bepaling van de rechtsdag aan de partijen; Gehoord het verslag van mevrouw GEHLEN, staatsraad; Gehoord de opmerkingen van Mr. MOLITOR, loco Mr. BOURTEMBOURG, advocaat, die voor verzoeker verschijnt, en van Mr. VAN HOOREBEKE, loco Mr. MAUSSION, advocaat, die voor de verwerende partij verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van de heer HERBIGNAT, eerste auditeur- afdelingshoofd bij de Raad van State; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de algemene vergadering van afdeling Administratie van de Raad van State bij haar arrest nr. 104.650 van 13 maart 2002 aan het Arbitragehof de volgende prejudiciële vraag heeft gesteld: " Houdt artikel 131 van de programmawet van 30 december 2001, waarbij besloten wordt tot bekrachtiging van deel XII van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten, een schending in van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat die bepaling ertoe zou strekken en tot gevolg zou hebben dat verzoeker de mogelijkheid verliest om de geldigheid van dat deel XII nog langer te betwisten voor de rechtscolleges, met inbegrip van de Raad van State, terwijl nog zowat dertig beroepen tot nietigverklaring en/of vorderingen tot schorsing van die bepalingen van dat deel XII bij dat rechtscollege aanhangig zijn?"; dat het Arbitragehof bij zijn arrest nr. 111/2003 van 17 september 2003 heeft geantwoord op die vraag door voor recht te zeggen: " Artikel 131 van de programmawet van 30 december 2001 schendt niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 13, 144, 145 en 146 ervan"; G - 56 - 2/4 Overwegende dat, gelet op de erin aangevoerde middelen, de vordering tot schorsing van tenuitvoerlegging gericht is tegen deel XII van het voornoemde koninklijk besluit van 30 maart 2001; dat zowel verzoeker als de verwerende partij, in antwoord op een vraag daaromtrent gesteld door de staatsraad-rapporteur, uit het antwoord dat het Arbitragehof gegeven heeft op de aan dat Hof gestelde prejudiciële vraag afgeleid hebben dat, aangezien de regelgevende tekst waartegen het beroep gericht is waarde van wet heeft verkregen, de Raad van State niet meer bevoegd is om er kennis van te nemen; dat de Raad van State die conclusie overneemt; Overwegende dat de grond van onbevoegdheid die in de loop van het geding gerezen is, zowel voor de vordering tot schorsing als voor het beroep tot nietigverklaring geldt; dat verzoekers raadsman op de terechtzitting verklaard heeft te aanvaarden dat artikel 70, § 1, vierde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State wordt toegepast; Overwegende dat gelet op de toedracht van de zaak de kosten ten laste van de verwerende partij moeten worden gebracht, BESLUIT: Artikel 1. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel 2. De kosten, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van de algemene vergadering van de afdeling Administratie van de Raad van State, op drieëntwintig juni tweeduizend vier door: G - 56 - 3/4 de HH. R. ANDERSEN, Voorzitter van de Raad van State, J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, J.-Cl. GEUS, kamervoorzitter, M. HANOTIAU, kamervoorzitter, D. VERBIEST, kamervoorzitter, M. LEROY, kamervoorzitter, J. MESSINNE, kamervoorzitter, R. STEVENS, staatsraad, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. O. DAURMONT, staatsraad, de HH. P. LEWALLE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. S. GEHLEN, staatsraad, de HH. J. LUST, staatsraad, G. VANHAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. D. LANGBEEN, hoofdgriffier. De Hoofdgriffier, De Voorzitter van de Raad van State, D. LANGBEEN. R. ANDERSEN. G - 56 - 4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.937 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.104.650 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.