id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.041 Rolnummer: A. 115924/XIV-8262 Zaak: Arrest 133041 - - 24/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-19 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-07-04 07:29 Fiche Arrest nr 133.041 van 24 juni 2004 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.041 van 24 juni 2004 in de zaak A.115.924/XIV-
- In zake : XXX, wonende te 9450 HAALTERT, tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------ DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 5 juli 1936 en van Azerbeidzjaanse nationaliteit, op 2 januari 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 12 november 2001 houdende weigering van een aanvraag om machtiging tot verblijf, ingediend op basis van artikel 9, lid 3, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet), aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 2 december 2001; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 29 januari 2002 waarbij aan de verzoeken- de partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; XIV-8262-1/5 Gelet op de beschikking van 13 april 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 19 mei 2004 om 14.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. HAEGEMAN die, loco Advocaat A. NAVASARTIAN verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van Auditeur M. STERCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- De verzoekende partij komt België binnen op 12 januari 1999 en verklaart zich vluchteling op 13 januari
- 1.
- Op 27 maart 2000 neemt de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken een beslissing tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.
- Op 15 december 2000 bevestigt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing. 1.
- Op 15 januari 2001 dient de verzoekende partij een verzoekschrift tot schorsing en tot nietigverklaring in tegen voornoemde beslissing. Bij arrest nr. 126.809 van 30 december 2003 van de XIVde kamer van de Raad van State werden de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring verworpen. 1.
- Op 4 augustus 2001 dient de verzoekende partij een verzoekschrift in op basis van artikel 9, lid 3, van de Vreemdelingenwet bij de burgemeester van de gemeente Haaltert. XIV-8262-2/5 1.
- Op 12 november 2001 neemt de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken de thans bestreden beslissing die als volgt luidt: “(...) D.V. Nr. 4800366 Aan Mevrouw de Burgemeester R. R. Nr. 036070535509 van en te 6de Directie 9450 Haaltert Bureau R: art. 9.3 Mevrouw de Burgemeester, Onder verwijzing naar de aanvraag om machtiging tot verblijf die bij U werd ingediend door: XXX + echtgenote nationaliteit: Azerbeidzjan (Rep.) geboren te Martuni op 05/07/1936 ex-kandidaat vluchteling in toepassing van art. 9, alinea 3, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, deel ik U mede dat dit verzoek ontvankelijk is doch ongegrond. Redenen: De redenen die aangehaald worden om het verblijf toe te staan zijn onvoldoende: Het aangehaalde medisch motief kan niet weerhouden worden aangezien uit het medisch verslag van onze controlegeneesheer blijkt dat betrokkene op dit moment geen bijzondere zorgen meer nodig heeft. De aangehaalde problemen in Armenië, Nagorno-Karabach en Rusland kunnen niet weerhouden worden want deze problemen werden reeds uitvoerig onderzocht tijdens de asielprocedure. Deze asielaanvraag werd afgewezen door de bevestigende beslissing van weigering van verblijf genomen door het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen op 15/12/2000 en kennis gegeven op 18/12/
- Betrokkenen wisten dat hun verblijf in België van tijdelijke aard was en enkel werd toegestaan in het kader van de asielprocedure en dat zij bij een eventuele negatieve beslissing het land dienden te verlaten. Bijgevolg dienen betrokkenen contact op te nemen met de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) ten einde hun terugkeer voor te bereiden. Bijgevolg dienen betrokkenen dringend het Belgisch grondgebied te verlaten. (...).”.
- Overwegende dat de verzoekende partij een enig middel afleidt uit de schending van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen en uit “artikel 9, lid 3, van de vreemdelingenwet”, omdat de motivering van de bestreden beslissing totaal onjuist en oncontroleerbaar is, daar de verzoekende partij haar aanvraag tot regularisatie heeft gesteund op haar medisch dossier waaruit blijkt dat zij hartklachten heeft en hiervoor dient te worden behandeld, terwijl de bestreden beslissing enkel overweegt dat “uit het medisch verslag van onze controlegenees- heer blijkt dat betrokkene op dit moment geen bijzondere zorgen meer nodig heeft.”; dat de verzoekende partij aanvoert dat een dergelijke motivering zeer vaag, onjuist en summier is en ingaat tegen de stukken van het dossier, waaruit blijkt dat de verzoekende partij onder medische controle staat en dat zij deze medische opvolging in haar land van herkomst niet kan genieten; dat de verzoekende partij daaraan toevoegt dat zij geen kennis kreeg van het medisch verslag van de controlegeneesheer waarop de bestreden beslissing steunt; Overwegende dat dit onderdeel van het enig middel ongegrond is, vermits zowel de verzoekende partij als haar Advocaat kennis konden nemen van het administratief dossier tijdens de procedure voor de Raad van State; XIV-8262-3/5 Overwegende dat voor het overige vaststaat dat het medisch verslag van Dr. G. D. vaag is, onvolledig, gedeeltelijk tegenstrijdig en geen sluitend antwoord geeft op de duidelijke opdracht geformuleerd door de gemachtigde ambtenaar van de verwerende partij in zijn brief van 21 september 2001 (adm. doss., stuk 163); dat deze opdracht als volgt luidt: “Gelieve mij, (de bevoegde ambtenaar wordt bedoeld) de brief gericht aan de bevoegde ambassade (om inlichtingen over de lokale medische infrastructuur te bekomen) of een afschrift van de inlichtingen die reeds in uw bezit zijn, te laten geworden. Mag ik daarbij opmerken dat de betrokkene afkomstig is uit Nagorno-Karabach en dat hij 3 jaar in Rusland heeft verbleven. De vraag is dus niet alleen of de behandeling mogelijk is in Nagorno-Karabach of Azerbeidzjan, maar ook, bij uitbreiding, Rusland. (...).”; Overwegende dat voornoemde controlegeneesheer zijn verslag van 12 oktober 2001 als volgt besluit (adm. doss., stuk 165): “Kunnen de zorgen verdergezet worden in het land van herkomst: Er zijn geen bijzondere zorgen meer nodig. Kan de zieke reizen? Ja. Medisch advies in verband met de terugkeer naar het land van herkomst: Kan terugkeren naar Azerbeidzjan en naar Nagorno-Karabach en naar Rusland.”; Overwegende dat de vermelding “er zijn geen bijzondere zorgen meer nodig”, strijdig is met de opmerking van voornoemde dokter dat de verzoekende partij op 12 oktober 2001 de volgende geneesmiddelen nam: Zocor, Cardioaspirin en Isoten; Overwegende dat de controlegeneesheer niet antwoordt op het al dan niet voorhanden zijn van de nodige medische voorzieningen en infrastructuur in voornoemde landen, hoewel dit tot zijn opdracht behoorde; dat de Raad van State bijgevolg niet kan uitmaken of de verzoekende partij kan terugkeren naar voornoemde landen zonder gevaar voor haar gezondheid en fysieke integriteit; dat de bestreden beslissing bijgevolg onvoldoende onderbouwd en gemotiveerd is, wat de eventuele gegrondheid van de aanvraag van de verzoekende partij betreft; dat het enig middel in die mate gegrond is, XIV-8262-4/5 BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 12 november 2001 houdende weigering van een aanvraag om machtiging tot verblijf, ingediend op basis van artikel 9, lid 3, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijde- ring van vreemdelingen, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 2 december
- Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig juni tweeduizend en vier, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. R. VAN DEN EECKHOUT, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, R. VAN DEN EECKHOUT. D. MOONS. XIV-8262-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.041 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.