← België

Arrest 133050 - - 25/06/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.050 Rolnummer: A. 63653/X-9542 Zaak: Arrest 133050 - - 25/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-15 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-04 07:29 Fiche Arrest nr 133.050 van 25 juni 2004 - Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.050 van 25 juni 2004 in de zaak A. 63.653/X-

  1. In zake :
  2. André BELIEN,
  3. Anne-Marie DOCKX, die woonplaats kiezen bij Advocaat L. SCHUERMANS, kantoor houdende te 2300 TURNHOUT, de Merodelei 112 tegen : het Vlaamse Gewest. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat André BELIEN en Anne- Marie DOCKX op 12 mei 1995 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 6 februari 1995 van de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming houdende rangschikking als landschap overeenkomstig de bepalingen van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen om reden van natuurwetenschappelijke, cultuurhistorische en esthetische waarde, van het gebied "De Rammelaars" te Ham (Kwaadmechelen) zoals afgebakend op bijgaand plan, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 8 juni 1995; Gelet op het arrest nr. 58.488 van 7 maart 1996 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de beschikking van 31 mei 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; X-9542-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 16 februari 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 april 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat L. JANSEN die, loco Advocaat L. SCHUERMANS verschijnt voor verzoekers, en van Advocaat R. DENYS die, loco Advocaat K. VAN HOOREBEKE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming bij het bestreden besluit van 6 februari 1995 heeft gerangschikt als landschap, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen om reden van natuurwetenschappelijke, cultuurhistorische en esthetische waarde,"De Rammelaars" te Ham (Kwaadmechelen), zoals afgebakend op het plan bij het bestreden besluit; Overwegende dat de verzoekende partijen in een eerste onderdeel van het vijfde middel aanvoeren dat de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming zijn bevoegdheid heeft overschreden doordat verbodsbepaling A7 van artikel 2 van het bestreden besluit stelt dat "elke activiteit die een belangrijke wijziging van de waterhuishouding voor gevolg kan hebben, inzonderheid het graven van afwateringskanalen, het uitvoeren van draineringswerken en wateraftappingen, welke van aard zijn het grondwaterpeil zodanig te beïnvloeden dat de aanwezige flora en fauna of de bestaande beplantingen in gevaar worden gebracht", terwijl de reglementering van de waterhuishouding behoort tot de bevoegdheid van de Vlaamse minister van Leefmilieu; X-9542-2/5 Overwegende dat de verwerende partij antwoordt dat binnen de procedure van een rangschikking van een landschap, de minister bevoegd voor de rangschikking wel de bevoegdheid heeft om bepalingen op te leggen die verband houden met de bevoegdheid van een andere minister, en dat de verbodsbepaling m.b.t. de waterhuishouding terecht is genomen, zeker nu uit het administratief dossier blijkt dat de adviezen werden ingewonnen van de andere administraties die ter zake enige bevoegdheid hebben; Overwegende dat de verzoekende partijen in de memorie van wederantwoord niets toevoegen aan dit onderdeel van het middel; Overwegende dat de verwerende partij in de laatste memorie opwerpt dat er geen sprake kan zijn van betrokkenheid van de bevoegdheid van andere leden van de Vlaamse regering in de zin van het delegatiebesluit van 20 oktober 1992 van de Vlaamse regering omdat de beschermingsvoorschriften het natuurbehoud niet doorkruisen, dat het loutere feit dat er bepalingen in het beschermingsbesluit zouden opgenomen zijn die een beperking zouden kunnen leggen op het natuurbehoud, op zich niet volstaat om te spreken van een betrokken bevoegdheid, dat daarvoor vereist is dat de bepalingen daadwerkelijk een impact hebben op het natuurbehoud en dat een louter theoretisch betrokken bevoegdheid niet volstaat; Overwegende dat het bestreden besluit getroffen is door minister J. SAUWENS, die overeenkomstig het besluit van 20 oktober 1992 van de Vlaamse regering tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering bevoegd is voor de monumenten en de landschappen; dat in artikel 2 van het rangschikkingsbesluit verschillende beperkingen aan de rechten van de eigenaars worden gesteld, "voor de behartiging van het nationaal belang"; dat onder meer verboden wordt elke activiteit die een belangrijke wijziging van de waterhuishouding voor gevolg kan hebben, inzonderheid het graven van afwateringskanalen, het uitvoeren van draineringswerken en wateraftappingen, welke van aard zijn het grondwaterpeil zodanig te beïnvloeden dat de aanwezige flora en fauna of de bestaande beplantingen in gevaar worden gebracht; X-9542-3/5 Overwegende dat de verbodsbepaling van het bestreden besluit die de waterhuishouding betreft, direct verband houdt met de op het ogenblik van het besluit aan de Vlaamse minister van Leefmilieu en Huisvesting toegewezen bevoegdheden; Overwegende dat volgens het artikel 2, § 1, 1°, van het besluit van 20 oktober 1992 van de Vlaamse regering tot delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de leden van de Vlaamse regering, de leden delegatie hebben voor het nemen van beslissingen, rekening houdend met de bevoegdheidsverdeling, voor de toepassing van onder meer de wetten en decreten; dat, gelet op § 2 van het artikel 2, die delegatie ook geldt wanneer de beslissing wegens de bevoegdheidsverdeling binnen de Vlaamse regering tot de bevoegdheid van meer dan één lid behoort, maar de beslissing dan door de bevoegde leden van de Vlaamse regering gezamenlijk moet worden genomen; dat de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming, bevoegd voor de monumenten en de landschappen, niet bevoegd was om de bestreden beslissing alleen te treffen; dat het verweer van de verwerende partij niet kan worden gevolgd; dat het middel gegrond is, BESLUIT: Artikel
  4. Vernietigd wordt het besluit van 6 februari 1995 van de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming houdende rangschikking als landschap overeenkomstig de bepalingen van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen om reden van natuurwetenschappelijke, cultuurhistorische en esthetische waarde, van het gebied "De Rammelaars" te Ham (Kwaadmechelen) zoals afgebakend op bijgaand plan. Artikel
  5. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. X-9542-4/5 Artikel
  6. De kantmelding wordt bevolen van dit arrest op de kant van de overschrijving van het rangschikkingsbesluit in de registers van het tweede hypotheekkantoor te Hasselt. Artikel
  7. De kosten van het beroep, bepaald op 198,32 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de in artikel 3 van dit arrest vermelde kantmelding komen eveneens ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig juni 2004, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr; A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-9542-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.050 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1996:ARR.58.488 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.