← België

Arrest 133109 - - 25/06/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.109 Rolnummer: A. 116775/XII-3446 Zaak: Arrest 133109 - - 25/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-08-11 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-04 07:33 Fiche Arrest nr 133.109 van 25 juni 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.109 van 25 juni 2004 in de zaak A. 116.775/XII-

  1. In zake : de NV CIRCUS LEISURE, die woonplaats kiest bij advocaat T. Smit, kantoor houdende te Antwerpen, Belgiëlei 15b, bus 10 tegen : de STAD SINT-NIKLAAS, die woonplaats kiest bij advocaat D. Lindemans, kantoor houdende te 1000 Brussel, Keizerslaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Circus Leisure op 28 januari 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 23 november 2001 van de gemeenteraad van Sint-Niklaas om geen convenant met haar te sluiten voor een kansspelinrichting klasse II op het adres Ankerstraat 2-4 te Sint-Niklaas; Gelet op het arrest nr. 111.890 van 24 oktober 2002 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan verzoekster op 7 november 2002; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; XII-3446-1/3 Gelet op de kennisgeving aan verzoekster, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij verzoekster binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat verzoekster niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van verzoekster een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 111.890 van 24 oktober 2002 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing heeft verworpen; dat het verzoekster op 7 november 2002 ter kennis is gebracht; dat daarbij melding is gemaakt van genoemd artikel 17, § 4ter, en aan verzoekster is meegedeeld dat zij over een termijn van dertig dagen beschikt om eventueel een verzoek tot voortzetting van de procedure in te dienen, welk verzoekschrift vergezeld moet zijn van Belgische fiscale zegels ten bedrage van 175 EUR; Overwegende dat krachtens artikel 70, § 1, tweede lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State het recht voor het indienen van een beroep tot nietigverklaring, wanneer de schorsing van de tenuitvoerlegging wordt gevorderd, slechts verschuldigd is bij het instellen van een vordering tot voortzetting van de procedure en dit recht wordt gekweten door de persoon die de voortzetting van de procedure vraagt; dat op grond van artikel 71, eerste lid, b), het recht wordt gekweten door middel van fiscale zegels op het origineel van het verzoek tot voortzetting; dat de miskenning van die regel de regelmatigheid van het verzoek tot voortzetting aantast; XII-3446-2/3 Overwegende dat verzoekster binnen de termijn van dertig dagen na de kennisgeving van het arrest over de vordering tot schorsing weliswaar een verzoek tot voortzetting heeft toegezonden, maar niet de vereiste fiscale zegels; dat het verzoek tot voortzetting niet regelmatig is; dat krachtens artikel 17, 4ter, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State een vermoeden van afstand van geding geldt ten aanzien van verzoekster, die niet op regelmatige wijze de voortzetting van de procedure heeft gevraagd, BESLUIT: Artikel
  3. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  4. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoekster. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig juni 2004, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-3446-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.109 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.111.890 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.