id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.160 Rolnummer: A. 147130/IX-4047 Zaak: Arrest 133160 - - 28/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-27 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-04 07:34 Fiche Arrest nr 133.160 van 28 juni 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.160 van 28 juni 2004 in de zaak A. 147.130/IX-
- In zake : Eric ENGELBRECHT, die woonplaats kiest bij advocaat S. CALLENS, kantoor houdende te BRUSSEL, Tervurenlaan 12 tegen : het Universitair Ziekenhuis Gent, dat woonplaats kiest bij advocaat K. LEUS, kantoor houdende te BRUSSEL, Goedheidsstraat 5-
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Eric ENGELBRECHT op 29 januari 2004 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de raad van bestuur van het Universitair Ziekenhuis Gent van 15 december 2003 waarbij met onmiddellijke ingang een einde wordt gesteld aan zijn mandaat van afgevaardigd bestuurder van het Universitair Ziekenhuis Gent en waarbij Walter LEIJS wordt aangesteld als waarnemend afgevaardigd bestuurder; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. MAREEN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 12 mei 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 juni 2004; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; IX-4047-1/8 Gehoord de opmerkingen van advocaat S. CALLENS, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat K. LEUS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. THYS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- Verzoeker wordt in zijn hoedanigheid van inspecteur van Financiën, met ingang van 1 april 1987 tot bijzonder bestuurder van het Universitair Ziekenhuis te Gent (hierna : UZ Gent) aangesteld en vervolgens bij beslissing van de raad van bestuur van 13 juli 1987 tot afgevaardigd bestuurder van dat ziekenhuis. Op 17 februari 2003 verlengt de raad van bestuur zijn mandaat voor de vijfde maal voor een periode van vier jaar met ingang van 1 juli
- 1.
- Bij brief van 13 november 2003 stellen zeven van de tien bestuurders van het UZ Gent vast dat er een onherstelbare vertrouwensbreuk is ontstaan tussen minstens 3/4 van de leden van de raad van bestuur en de afgevaardigd bestuurder. Zij verzoeken de voorzitter van de raad van bestuur om de raad van bestuur binnen de 15 kalenderdagen samen te roepen teneinde het mandaat van verzoeker in toepassing van artikel 8, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 542 van 31 maart 1987 houdende de organisatie, de werking en het beheer van de rijksuniversitaire ziekenhuizen van Gent en Luik, te beëindigen. 1.
- Op 16 november 2003 wordt tussen verzoeker, de voorzitter van de raad van bestuur en een lid van de raad van bestuur overeengekomen wat volgt : “- Eric ENGELBRECHT houdt zich beschikbaar om advies en bijstand te leveren voor dossiers en dit op eenvoudige vraag van de voorzitter van de raad van bestuur of de persoon door hem aangesteld. - Eric ENGELBRECHT engageert zich ertoe om niets te ondernemen dat de belangen van het U.Z. op enige manier schaadt. - Eric ENGELBRECHT zal niet langer optreden in naam van het Universitair Ziekenhuis tenzij daartoe gevraagd door de voorzitter van de raad van bestuur. IX-4047-2/8 - Het Universitair Ziekenhuis verbindt er zich toe de wedde van gewoon hoogleraar, zoals ze nu wordt uitbetaald, verder uit te betalen tot de leeftijd van 60 jaar. - De Universiteit en in het bijzonder de faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen engageert zich voor een aanstelling of benoeming als gastprofessor of ZAP met een bezoldiging die equivalent is aan de huidige bezoldiging van 15 % gastprofessor vermeerderd met 25 % van de basiswedde van gewoon hoogleraar - Het Universitair Ziekenhuis engageert zich om een regeling te vinden om een morele schadevergoeding uit te betalen - De faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen engageert zich om een bureel ter beschikking te stellen in haar lokalen binnen de twee maand. - Het Universitair Ziekenhuis en de universiteit Gent engageren zich dat op generlei wijze de goede naam van verzoeker in het gedrang zal worden gebracht. - Het Universitair Ziekenhuis engageert zich dat de hospitalisatieverzekering verder loopt tot 60 jaar. (...) - de huidige wedde blijft lopen tot alle elementen in dit akkoord uitgewerkt zijn”. 1.
- Op 17 november 2003 verzoekt verzoeker schriftelijk de voorzitter van de raad van bestuur van het UZ Gent “door de Raad van Bestuur binnen het voormelde mandaat, ontheven te worden van (zijn) bevoegdheden en verantwoordelijkheden als afgevaardigd bestuurder en dit met ingang van 17 november 2003 ”. Hij voegt er aan toe dat dit “verzoek is ingegeven op basis van persoonlijke redenen en de zorg voor de continuïteit van de bedrijfsvoering.” In vergadering van 17 november 2003 worden de bevoegdheden van verzoeker gedelegeerd aan de hoofdgeneesheer van het UZ Gent, die wordt bijgestaan door een managementcomité. 1.
- Bij brief van 8 december 2003 aan de voorzitter van de raad van bestuur verzoeken zeven bestuurders van het UZ om het mandaat van verzoeker, overeenkomstig artikel 8 § 1, tweede lid, van het voornoemde koninklijk besluit nr. 542 van 31 maart 1987, te beëindigen, opnieuw onder verwijzing naar “een onherstelbare vertrouwensbreuk die ontstaan is tussen de raad van bestuur en de afgevaardigde bestuurder”. 1.
- In zijn vergadering van 15 december 2003 beslist de raad van bestuur om met onmiddellijke ingang een einde te stellen aan het mandaat van verzoeker als afgevaardigd bestuurder en een waarnemend afgevaardigd bestuurder aan te stellen “dit gelet op het feit dat in de gegeven omstandigheden een andersluidende beslissing noodgedwongen tot een structurele onbestuurbaarheid van de instelling en haar organisatie zou leiden”. IX-4047-3/8 1.
- Die beslissing wordt aan verzoeker betekend met een brief van 22 december
- 1.
- Op 22 december 2003 wordt namens de raad van bestuur door zijn voorzitter en de waarnemend afgevaardigd bestuurder beslist om aan verzoeker een voorstel te doen tot het sluiten van een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur tot en met 31 augustus 2007 in de functie van consultant met de aanvangswedde van gewoon hoogleraar, meer vakantiegeld en eindejaarstoelage en een exclusiviteits- beding, dat vergoed wordt, een confidentialiteitsbeding en een hospitalisatie- verzekering. Bij brief van 15 januari 2004 stelt verzoeker in een aan de voorzitter van de raad van bestuur gerichte brief, het UZ Gent in gebreke om tegen 19 januari 2004 te bevestigen dat alsnog een vergoeding zal worden uitbetaald die overeenstemt met hetgeen hij tot het eind van zijn mandaat zou hebben ontvangen. In het antwoord dat hierop op 21 januari 2004 volgt, wordt herhaald dat de voorstellen tot volledige uitvoering van het akkoord gestand worden gehouden en worden herhaald. Verzoeker dagvaardt vervolgens het UZ Gent in kort geding tot veroordeling tot het betalen van een maandelijkse netto-vergoeding van 5.477,63 Euro per maand vanaf januari 2004 tot eind juni 2007;
- Over de gegrondheid van de vordering tot schorsing. Overwegende dat luidens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de akte of het reglement een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.
- Overwegende dat verzoeker met betrekking tot de tweede voorwaarde aanvoert dat het om een “verkapte tuchtmaatregel” gaat waarbij hij totaal onverwachts en met onmiddellijke ingang afgezet wordt zodat hij onder zeer grote morele druk komt te staan en zodat zijn reputatie onherstelbaar is geschaad; dat IX-4047-4/8 hij door de beslissing van februari 2003 werd aangesteld tot 30 juni 2007, zodat hij de garantie had dat hij minstens tot zijn pensioenleeftijd als ambtenaar voor het UZ Gent kon werken als afgevaardigd bestuurder; dat zijn wedde vanaf de bestreden beslissing niet langer uitbetaald is ondanks de afspraken en dat hij als enige kostwinner zonder inkomen valt; dat hij sinds 1987 de wedde van een gewoon hoogleraar, een verantwoordelijkheidspremie van 10 % en een productiviteitspremie van 15 % genoot en een uiterst boeiend en uitdagend werk had dat hij niet meer kan krijgen; dat zijn nadeel gedeeltelijk financieel doch ook moreel is; dat zijn reputatie en geloofwaardigheid op het vlak van het beheren van een universitair ziekenhuis zwaar is aangetast omdat dit gebeurd is nadat hij vijfmaal met unanimiteit was aangesteld tot afgevaardigd bestuurder; dat ook ruchtbaarheid aan het ontslag is gegeven door de bekendmaking ervan op de website zonder dat een tuchtonderzoek tegen hem is gevoerd; dat hierdoor de indruk wordt gewekt dat verzoeker persoonlijk verantwoordelijk zou zijn voor bepaalde mistoestanden bij het UZ Gent; dat ten slotte de schade aan zijn reputatie misschien door een schorsing niet meer geheel goed te maken zal zijn maar dat er kan verhinderd worden dat de schade nog belangrijker wordt; 2.
- Overwegende dat de verwerende partij daarop antwoordt dat verzoeker niet in concreto aantoont dat hij thans onder zeer grote morele druk komt te staan; dat zij ook al het mogelijke heeft gedaan om verzoekers reputatie te beschermen; dat de waarborg dat verzoeker tot de pensioengerechtigde leeftijd afgevaardigd bestuurder zou kunnen blijven, enkel kon bestaan indien hij zijn voortrekkersrol waarnam en indien er geen mogelijkheid was geweest tot herroeping van het mandaat wat te dezen niet het geval is; dat verzoeker niet aantoont dat hij zonder inkomsten is en dat indien zulks toch het geval zou zijn dit aan zijn eigen nalatigheid is te wijten omdat hij zich dan niet zou hebben ter beschikking gesteld van de minister onder wie hij ressorteert; dat overigens een financieel nadeel geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel is; dat het beweerde moreel nadeel in ieder geval kan worden goedgemaakt door de morele voldoening welke een eventueel annulatiearrest noodzakelijk teweegbrengt; dat ook de beweerde ruchtbaarheid geen moreel nadeel verschaft; dat immers de raad van bestuur van het UZ Gent akte heeft genomen van de beslissing van verzoeker om zich niet langer met het dagelijks beheer van het UZ Gent in te laten en hem heeft bedankt voor zijn inzet; dat ook de mededeling gepubliceerd naar aanleiding van de vergadering van de raad van bestuur van 15 december 2003 geen afkeuring of kritiek ten opzichte van verzoeker bevat; dat verzoeker verder geen argument kan putten uit de duur van een vernietigings- IX-4047-5/8 procedure en uit het feit dat, naarmate de tijd vordert, het voordeel dat een rechtzoekende uit een annulatiearrest kan halen steeds kleiner wordt; dat hij sedert 13 november 2003 wist, of behoorde te weten, dat er een ernstige vertrouwensbreuk was met de overige leden van de raad van bestuur, dat een meerderheid ervan wenste dat in zijn vervanging zou worden voorzien; dat alhoewel hij was uitgenodigd, hij nagelaten heeft de vergadering van de raad van bestuur van 15 december 2003 bij te wonen; 2.
- Overwegende dat verzoeker zelf op 16 november 2003 de raad van bestuur van het UZ Gent heeft verzocht om ontheven te worden van zijn “bevoegd- heden en verantwoordelijkheden van afgevaardigd bestuurder met ingang van 17 november 2003"; dat de beëindiging van zijn mandaat derhalve niet zo onverwacht en niet zo oneervol is en evenmin op het eerste gezicht een verkapte tuchtmaatregel is, zoals hijzelf wil laten voorkomen; dat verzoeker ook op de hoogte was van het feit dat een aantal leden van de raad van bestuur reeds in de maand november 2003 hebben laten weten dat er een onherstelbare vertrouwensbreuk tussen hen en verzoeker was ontstaan; dat verzoeker ook niet uiteenzet uit wat de door hem aangevoerde “zeer grote morele druk” zou bestaan; dat de verwerende partij in november 2003 zich als volgt in het openbaar over verzoeker heeft uitgesproken : “... Bij monde van haar voorzitter, André DE LEENHEER, drukt de Raad van Bestuur haar bijzondere appreciatie uit voor het vele werk dat Eric ENGELBRECHT ten gunste van het ziekenhuis heeft verricht. Zo speelde hij een cruciale rol in de succesvolle saneringsoperatie van het ziekenhuis en de daaropvolgende heropbouw en groei van het Universitair Ziekenhuis Gent (...)” en dat ook de mededeling gepubliceerd naar aanleiding van de raad van bestuur van 15 december 2003 evenmin enige afkeuring of kritiek ten opzichte van verzoeker bevat; dat verzoeker derhalve bezwaarlijk kan aanvoeren dat zijn reputatie door de bestreden beslissing zo zwaar is aangetast dat zij niet meer door een latere annulatie zou kunnen worden goedgemaakt; dat voorts luidens artikel 8, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 542 van 31 maart 1987 houdende de organisatie, de werking en het beheer van de rijksuniversitaire ziekenhuizen van Gent en Luik, door de raad van bestuur aan het mandaat van afgevaardigd bestuurder “ten allen tijde” een einde gesteld kan worden met een meerderheid van drievierde van de geldig uitgebrachte stemmen, onthoudingen niet inbegrepen; dat bijgevolg, zelf al was verzoeker aangesteld tot 30 juni 2007, hij niettemin rekening moest houden met de mogelijkheid dat aan zijn mandaat vroegtijdig een einde kon worden gesteld; dat verzoeker ook niet aantoont welke uitzonderlijke omstandigheden zich aandienen waardoor zijn beweerd verlies van inkomen als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zou kunnen IX-4047-6/8 worden aangemerkt; dat hij overigens hierbij nalaat te vermelden dat hij na de beëindiging van zijn mandaat, als federaal ambtenaar, gerechtigd was om zijn vroegere functie opnieuw op te nemen en dat met zijn in het UZ Gent opgebouwde dienstanciënniteit in de toekomst ook rekening zal worden gehouden bij het bepalen van zijn inkomen; dat verzoeker als gevolg van de bestreden beslissing bijgevolg niet lijkt te verkeren in een zodanige precaire pecuniaire toestand dat hij en zijn gezin hierdoor een onherstelbare nadeel zouden oplopen; dat ten slotte het verlies van een groot aanzien in belangrijke organen of ten aanzien van anderen in het UZ Gent niet voortvloeit uit de bestreden beslissing aangezien verzoeker voordien reeds die bevoegdheden niet meer uitoefende als gevolg van zijn vraag om ontheven te worden van zijn bevoegdheden en verantwoordelijkheden, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld. IX-4047-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig juni 2000 en vier, door : de H. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. L. HELLIN. IX-4047-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.160 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.532 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.