← België

Arrest 133203 - - 28/06/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.203 Rolnummer: A. 94729/X-9704 Zaak: Arrest 133203 - - 28/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-08-09 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-04 07:39 Fiche Arrest nr 133.203 van 28 juni 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 133.203 van 28 juni 2004 in de zaak A. 94.729/X-

  1. In zake : de v.z.w. BOND BETER LEEFMILIEU VLAANDEREN, die woonplaats kiest bij Advocaat G. VERMEIRE, kantoor houdende te 9000 GENT, Voskenslaan 301 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. BOND BETER LEEFMI- LIEU VLAANDEREN op 21 augustus 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 13 juni 2000 van de Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media waarbij aan het GEMEENTELIJK HAVENBEDRIJF ANTWERPEN de bouwvergunning wordt verleend voor het bouwen van een nieuw havendok te Beveren, afdeling 6, 7 en 8, Sectie C, D en E, "op verschillende niet nader gespecifieerde percelen"; Gelet op het arrest nr. 96.101 van 5 juni 2001 waarbij de verzoeken tot tussenkomst van het GEMEENTELIJK HAVENBEDRIJF ANTWERPEN en van de n.v. HESSENATIE in de vordering tot schorsing worden ingewilligd, de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen, de vordering tot het opleggen van een dwangsom wordt verworpen, de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld en de kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure ten laste van de tussenkomende partijen worden gelegd; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 20 juni 2001; X-9704-1/3 Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op het schrijven van de verzoekende partij van 23 augustus 2001, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 4 juni 2004, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 25 juni 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat F. DE PRETER die, loco Advocaat H. SEBREGHTS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur T. DE WAELE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn voor het indienen van een verzoek tot voortzetting op 20 juli 2001 aan de Raad van State heeft meegedeeld dat zij de procedure tot vernietiging niet verder wenst te zetten; dat in deze omstandigheid geen reden is om in te gaan op de vraag van de verzoekende partij om de kosten van het beroep ten laste te leggen van de verwerende partij, X-9704-2/3 BESLUIT: Artikel
  3. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  4. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig juni 2004, door : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. BOVIN. X-9704-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.203 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.96.101 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.