id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.209 Rolnummer: A. 147831/X-11776 Zaak: Arrest 133209 - - 28/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-08-09 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-04 07:40 Fiche Arrest nr 133.209 van 28 juni 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 133.209 van 28 juni 2004 in de zaak A. 147.831/X-11.
- In zake : Irène VOLDERS, wonende te 3290 DIEST, Koning Albertstraat 95 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Canadesen Hof, Bevrijdingslaan 4, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Irène VOLDERS op 21 februari 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 24 december 2003 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken waarbij voor de verwerving van onroerende goederen gelegen te Diest machtiging tot onteigening wordt verleend in toepassing van de spoedprocedure aan de intercommunale vereniging INTERLEUVEN met het oog op de realisatie van het renovatieproject "Diest-Centrum"; Gelet op het arrest nr. 128.875 van 5 maart 2004 waarbij het verzoek tot tussenkomst van INTERLEUVEN in de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingewilligd, de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing wordt verworpen, de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld en de kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid ten laste van de tussenkomende partij worden gelegd; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 11 maart 2004; X-11.776-1/3 Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op het schrijven van de verzoekende partij van 10 mei 2004, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 2 juni 2004, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 25 juni 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. BORGERS, die verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat I. VANDEN BON die, loco Advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur T. DE WAELE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoer- X-11.776-2/3 legging van de bestreden beslissing is verworpen; dat dit door de verzoekende partij niet wordt betwist; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig juni 2004, door : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. BOVIN. X-11.776-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.209 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.128.875 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.