id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.212 Rolnummer: A. 153140/XII-4178 Zaak: Arrest 133212 - - 28/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-02 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-07-04 07:41 Fiche Arrest nr 133.212 van 28 juni 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.212 van 28 juni 2004 in de zaak A. 153.140/XII-
- In zake : Erik VERSCHOREN, wonende te Mechelen, Sint-Jozefstraat 18 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap aan de Vrije Universiteit Brussel --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Erik Verschoren op 28 juni 2004 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van : “de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap, afdeling Vrije Universiteit te Brussel, derde licentie Rechten : - Het tijdsstip van deliberatie te vervroegen van donderdag 1 juli 2004 naar maandag 28 juli 2004 om 18u00 en - Het tijdsstip van proclamatie van haar beslissing te vervroegen van donderdag 1 juli 2004 naar maandag 28 juli 2004 en - een werkstuk op te leggen m.b.t. 'Grondige Studie van het Economisch Recht' en - de weigering om het examen over het opleidingsonderdeel 'Grondige Studie van het Economisch Recht' af te nemen - een werkstuk op te leggen m.b.t. 'Grondige Studie van het Financieel Recht' - de weigering om he[t] examen over het opleidingsonderdeel 'Grondige Studie van het Financieel Recht' af te nemen - bij uitbreiding, de weigering om over deze werkstukken overleg met de betrokken studenten te organiseren”; Gelet op de beschikking van 28 juni 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 juni 2004, om 12.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, van decaan H. Casman, van juriste V. De Cock en van adjunct van de directeur M. Broucke, die verschijnen voor de verwerende partij; XII-4178-1/3 Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. Thys; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker reeds met een vordering, bij de Raad gekend onder het rolnummer 152.984/XII-4171, de schorsing van tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid heeft gevorderd van de derde, vijfde en zevende bestreden beslissing; dat die vordering is verworpen bij arrest nr. 133.049 van 24 juni 2004 wegens het niet voorhanden zijn van de uiterst dringende noodzakelijkheid; dat verzoeker thans niet meer, op straffe van het miskennen van het gezag van gewijsde, diezelfde beslissingen andermaal met een vordering bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan aanvechten; dat verzoeker betoogt dit wel te mogen omdat “de door Verwerende Partij in de betreffende procedure aangevoerde omstandigheden feitelijke grondslag ontberen” en “de waarnemende voorzitter van de XIIe kamer misleid was door de door kwade trouw ingegeven kuiperijen van Verwerende Partij”; dat, indien hieruit begrepen moet worden dat verzoeker een beroep tot herziening van het arrest nr. 133.049 beoogt, het verzoek onontvankelijk is nu uit artikel 50bis van het algemeen procedurereglement blijkt dat alleen de annulatieberoepen - en dus niet de vorderingen tot schorsing - vatbaar zijn voor beroep tot herziening; Overwegende dat de vierde en de zesde bestreden beslissing het rechtstreekse gevolg zijn van het ontbreken van een geschreven werkstuk; dat is gebleken dat de Raad van State verzoeker in deze procedure niet van de verplichting tot het inleveren van die werkstukken kan ontslaan, zij het voorlopig; dat de vordering bijgevolg in die mate onontvankelijk is bij gebrek aan belang; Overwegende dat tegen beslissingen van een examencommissie een georganiseerd administratief beroep open staat dat moet worden uitgeput vooraleer de Raad van State op ontvankelijke wijze kan worden geadieerd; dat in de huidige stand van de procedure aangenomen wordt dat de eerste en de tweede bestreden beslissing, die verband houden met het tijdstip van deliberatie en proclamatie van de examencommissie, slechts voorbereidende handelingen zijn; dat zij geen voor vernietiging en dus schorsing vatbare rechtshandelingen zijn; dat de vordering ook in die mate en bijgevolg in al zijn onderdelen onontvankelijk is, XII-4178-2/3 BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig juni 2004, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4178-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.212 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.