← België

Arrest 133221 - - 28/06/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.221 Rolnummer: A. 63590/X-9564 Zaak: Arrest 133221 - - 28/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-13 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-07-04 07:42 Fiche Arrest nr 133.221 van 28 juni 2004 - Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.221 van 28 juni 2004 in de zaak A. 63.590/X-

  1. In zake : Franciscus VAN DYCK, Mariette LIEKENS, die woonplaats kiezen bij Advocaat M. DENYS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Grotehertstraat 12 tegen : het Vlaamse Gewest. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Franciscus VAN DYCK en Mariette LIEKENS op 5 mei 1995 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 8 februari 1995 van de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming houdende rangschikking als landschap overeenkomstig de bepalingen van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen om reden van historische, wetenschappelijke en esthetische waarde, van het gebied "de Wolfsputten" te Dilbeek, zoals afgebakend op bijgaand plan, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 8 juni 1995; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de beschikking van 7 juni 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; X-9564-1/4 Gelet op de beschikking van 16 februari 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 april 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat P. JONGBLOET die, loco Advocaat M. DENYS verschijnt voor verzoekers, en van Advocaat R. DENYS die, loco K. VAN HOOREBEKE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van Eerste Auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming bij het bestreden besluit van 8 februari 1995 heeft gerangschikt als landschap, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen om reden van historische, natuurwetenschappelijke en esthetische waarde, "de Wolfsputten" te Dilbeek, zoals afgebakend op het plan bij het bestreden besluit; Overwegende dat bij een ter post aangetekende brief van 7 juli 1995, de griffie van de Raad van State aan de raadsman van de verzoekende partijen het volgende vraagt : "Bij verzoekschrift van 09 mei 1995 hebt U de nietigverklaring gevorderd van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 februari 1995 tot rangschikking als landschap 'Wolfsputten' te Dilbeek. Indien dit ministerieel besluit op het kantoor van bewaring der hypotheken door de zorgen van de Vlaamse Minister, tot wiens bevoegdheid deze materie behoort, werd overgeschreven, moge ik U verzoeken mij te laten weten of uw eis, strekkende tot vernietiging van voormeld besluit werd ingeschreven op de kant van de overschrijving van dit besluit van de Vlaamse Regering. Dit ter voldoening aan de voorschriften van artikel 3 van de hypotheekwet van 16 december
  2. Ook verzoek ik U mij eventueel nadere gegevens hierom- trent en de stukken tot staving te willen mededelen."; X-9564-2/4 Overwegende dat met een brief van 18 augustus 1995 de raadsman van de verzoekende partijen antwoordt dat hij de hypotheekbewaarder heeft aangeschreven en dat "deze (hem) nu telefonisch (heeft) gemeld dat de rangschik- kingen als landschap niet meer worden overgeschreven, zodat evenmin een kantmelding van het beroep tot nietigverklaring mogelijk is"; Overwegende dat, krachtens artikel 3 van de Hypotheekwet, geen eis strekkende tot vernietiging of tot herroeping van rechten voortvloeiende uit akten aan overschrijving onderworpen door de rechter wordt ontvangen dan na te zijn ingeschreven op de kant der overschrijving van de titel van verkrijging waarvan de vernietiging of herroeping gevorderd wordt en, in voorkomend geval, op de kant der overschrijving van de laatste overgeschreven titel; dat deze wetsbepaling de openbare orde raakt; dat derhalve de rechter, voor wie dergelijke eis aanhangig is, moet nagaan of de eis waarover hij te oordelen heeft, ingeschreven is op de kant van de overschrijving van de titel van verkrijging; Overwegende dat uit de bedoeling van de wetgever om de derden die door een overschrijving zouden kunnen worden misleid, te beschermen, voortvloeit dat de verplichting tot inschrijving slechts geldt in zoverre de in het voornoemd artikel bedoelde akten effectief werden overgeschreven of vatbaar waren voor een overschrijving; Overwegende dat luidens het op het ogenblik van het bestreden besluit toepasselijke artikel 1, § 11, in fine van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen, het besluit tot "rangschikking" als landschap wordt overgeschreven op het kantoor van de hypotheekbewaarder; dat derhalve dit besluit een voor overschrijving vatbare akte is derwijze dat het voorschrift van artikel 3 van de Hypotheekwet er op van toepassing is; Overwegende dat in deze stand van het geding uit de stukken waarop de Raad vermag acht te slaan noch uit verslag van het bevoegde lid van het Auditoraat kan worden afgeleid of het beroep tot nietigverklaring al dan niet is gekantmeld; dat niet blijkt dat het door verzoekers in voornoemde brief van 18 augustus 1995 aangevoerde argument aan een tegensprekelijk debat werd onderworpen, noch onderzocht werd door het bevoegde lid van het Auditoraat; dat de zaak derhalve niet in staat van wijzen is; dat het daarom gepast is dat daartoe het X-9564-3/4 bevoegde lid van het Auditoraat gelast wordt met het onderzoek van deze in voorkomend geval ambtshalve op te werpen exceptie, BESLUIT: Artikel
  3. De debatten worden heropend. Artikel
  4. Het door de Auditeur-generaal aangewezen lid van het Auditoraat wordt gelast met het aanvullend onderzoek. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig juni 2004, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-9564-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.221 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.119 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.