id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.261 Rolnummer: A. 77981/VII-16546 Zaak: Arrest 133261 - - 29/06/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-07-27 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-04 07:45 Fiche Arrest nr 133.261 van 29 juni 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 133.261 van 29 juni 2004 in de zaak A. 77.981/VII-16.
- In zake : de n.v. INTERNATIONAAL TRANSPORT GILBERT DE CLERCQ, die woonplaats kiest bij Advocaat E. DE RIDDER, kantoor houdende te DENDERMONDE, Hekkenhoek 5 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen. ------------------------------------------------------------------------------------------------------ D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. INTERNATIONAAL TRANSPORT GILBERT DE CLERCQ op 23 maart 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 22 januari 1998 waarbij het beroep tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Sint-Niklaas van 1 september 1997, waarmee haar de milieuvergunning wordt verleend voor het exploiteren van een transportbedrijf aan de Krekelstraat 43 te Sint-Niklaas, wordt ingewilligd, het beroepen besluit wordt opgeheven en de vergunning wordt geweigerd; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. PROVOOST; Gelet op de beschikking van 7 juli 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van de verzoekende partij; VII-16.546-1/5 Gelet op de beschikking van 4 mei 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 juni 2004; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van Advocaat VAN DOOREN die, loco Advocaat E. DE RIDDER verschijnt voor de verzoekende partij, en van Bestuurssecre- taris F. COCRIAMONT, die verscijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De feiten Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : De verzoekende partij exploiteert een transportbedrijf aan de Krekelstraat 43 in Sint-Niklaas. Op 17 maart 1986 verleent het college van burgemeester en schepenen een exploitatievergunning voor een transportbedrijf met werkplaats, garage voor 13 voertuigen en de opslag van 20.000 liter mazout voor een termijn van 20 jaar. Op 22 februari 1993 verleent het college van burgemeester en schepenen een vergunning voor de uitbreiding met het stallen van 14 voertuigen, een wasplaats voor minder dan 10 voertuigen per dag, de opslag van 40.000 liter mazout, een mazoutverdeelpomp en het lozen in oppervlaktewater van huishoudelijk afvalwater van een woning, van sanitaire voorzieningen en van de car-wash. Op 10 april 1995 verleent het college van burgemeester en schepenen een vergunning voor de uitbreiding met het stallen van nog eens 23 voertuigen (totaal wordt 50), de opslag van 4500 liter afvalolie, de opslag van 440 liter schadelijke, corrosieve en/of irriterende stoffen, de opslag van 250 liter licht ontvlambare vloeistoffen, de opslag van 2500 liter mazout, de opslag van 20 ton hout en de opslag van 50 m³ dierlijke mest (van paarden). VII-16.546-2/5 Op 30 mei 1997 dient de verzoekende partij een nieuwe milieuver- gunningsaanvraag in, voor een afvalwaterzuiveringsinstallatie en voor het verhogen van de capaciteit van de car-wash: “- rubriek 3.6.3.1: afvalwaterzuiveringsinstallatie met inbegrip van het lozen van het effluentwater, voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat gevaarlijke stoffen van bijlage 2C bevat: de lozing van afvalwater van de car-wash en van verontreinigd hemelwater via een KWS-afscheider, max. 5 m3/u, klasse 2 - rubriek 15.4.2: inrichting voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwa- gens, > 10, klasse 2.” Op 1 september 1997 verleent het college van burgemeester en schepenen de gevraagde vergunning. Een groep buurtbewoners zendt een aangetekende brief aan de bestendige deputatie, die door deze als een administratief beroep wordt beschouwd. Nadat de vereiste adviezen werden uitgebracht wordt met het bestreden besluit van 22 januari 1998 de in eerste aanleg verleende vergunning opgeheven. De weigering wordt als volgt gemotiveerd: “(...) Overwegende dat de inrichting volgens het gewestplan ‘Sint-Niklaas - Lokeren’ gelegen is in een agrarisch gebied, waarvoor art. 11.4.1 van het KB van 28-12-1972 van toepassing is; dat de inrichting niet verenigbaar is met de bestemming van het gebied; dat het afspuiten van de voertuigen bovendien gebeurt in een gebouw dat zonder bouwvergunning werd opgetrokken in het agrarisch gebied; dat een regularisatie-aanvraag werd ingediend; dat bij ontstentenis van een definitief verleende bouwvergunning geen toepassing kan gemaakt worden van art. 43 par. 7 en 8 Stedenbouwwet, zodat de vergunning om redenen van ruimtelijke ordening dient geweigerd te worden; (...)”;
- De ontvankelijkheid van het beroep 2.
- Overwegende dat met een brief van 11 juni 2003 de auditeur aan de raadsman van de verzoekende partij volgende vraag heeft gesteld: “Een belangrijk gegeven in de zaak is de omstandigheid dat de open loods waarin de wasplaats voor vrachtwagens is ondergebracht werd gebouwd zonder bouwvergunning. Kunt U mij laten weten of intussen een bouw- of stedenbouw- kundige vergunning werd verleend voor het bewuste gebouw? Werd nog een nieuwe milieuvergunningsaanvraag ingediend voor dit onderdeel, en wat was daarvan desgevallend het resultaat? Kunt U mij in elk geval het actueel belang van uw cliënte bij het beroep toelichten? (...)”; VII-16.546-3/5 dat met een brief van 18 juni 2003 de verzoekende partij als volgt heeft geantwoord: “(...) In de procedure A. 77.981 is er geen stedenbouwkundige vergunning voor de open berging waarin de de carwash-installatie is ondergebracht. Ter zake ligt een M.B. voor van de Minister van Ruimtelijke Ordening dd. 10.03.1999 waarbij een eerder beroep van de eigenares van de loods, de patrimoniumvennootschap DECEBRA NV werd afgewezen. Ik voeg U bijgaand kopij van dit M.B. dat zelf niet meer werd bestreden met een annulatieverzoek. Deze situatie blijft op heden ongewijzigd, zowel in feite als in rechte. Er werd evenmin een nieuwe milieuvergunningsaanvraag ingediend voor de uitbreiding van de carwash. De wasinstallatie is derhalve definitief vergund voor het wassen van minder dan 10 voertuigen per dag (besluit CBS Sint-Niklaas dd. 22.02.1993). Deze procedure heeft betrekking op een later besluit van ditzelfde College dat vergunning verleende voor het wassen van meer dan 10 voertuigen per dag. Het is het beroep tegen dit Collegebesluit dat door de Deputatie werd ingewilligd. Daarmee is meteen ook het actueel belang van cliënte aangetoond. Bij vernietiging van het besluit van de Deputatie kan cliënte terug de subjectieve rechten uit het Collegebesluit van 01.09.
- (sic) (...)”; 2.2.
- Overwegende dat bij de brief van de verzoekende partij een afschrift werd gevoegd van een ministerieel besluit van 10 maart 1999 waarbij het beroep tegen de weigering door de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 30 april 1998 van een bouwvergunning voor de regularisatie van de bewuste open loods waarin de omstreden exploitatie zou plaatsvinden, werd afgewezen; dat de verzoekende partij deze weigering van de bouwvergunning niet met een annulatiebe- roep heeft bestreden; 2.2.
- Overwegende dat artikel 5, § 2 , derde lid, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning bepaalt : “Wordt de bouwvergunning geweigerd, dan vervalt de milieuvergunning van rechtswege op de dag van de weigering van de bouwvergunning in laatste aanleg”; dat uit de hiervoren weergegeven feiten blijkt dat de bouwvergunning waarop de bestreden milieuvergunning betrekking heeft in laatste aanleg werd geweigerd; dat indien de Raad van State de thans bestreden beslissing zou vernietigen, de bestendige deputatie enkel zou kunnen vaststellen dat de door het college van burgemeester en schepenen verleende milieuvergunning, die overigens bij gebrek aan bouwvergunning nooit uitvoerbaar is geworden (artikel 5, § 2, eerste lid milieuvergunningsdecreet), van rechtswege vervallen is door de weigering in laatste aanleg van de eraan gekoppelde milieuvergunning; dat het aldus onmogelijk is geworden om op basis van de aanvraag VII-16.546-4/5 van 30 mei 1997 aan de verzoekende partij de door haar gewenste milieuvergunning te verlenen; dat dienvolgens de verzoekende partij geen actueel belang meer heeft bij haar annulatieberoep, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig juni tweeduizend en vier, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R.STEVENS staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE VII-16.546-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.261 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.